oktober 1997
Raamwerk
van het afvalbeleid
van de Nederlandse Antillen


Inhoudsopgave
Samenvatting
  1. Inleiding
  2. Uitgangspunten en doelstellingen van het afvalbeleid
  3. Probleemschets
    1. de inzameling
    2. de stortplaatsen
    3. preventie
    4. hergebruik
  4. De aanpak van het afvalprobleem
    1. hoeveelheden en samenstelling
    2. het basisniveau
    3. het streefniveau
      1. preventie.
      2. hergebruik.
    4. Verantwoorde eindverwerking
    5. Milieugevaarlijke afvalstoffen
  1. Instrumenten
    1. het afvalbeleidskader
    2. juridische instrumenten
    3. financiële instrumenten
    4. sociale instrumenten
  2. De spelers
    1. de overheid
    2. het bedrijfsleven
    3. de burgers
    4. samenwerking
Bijlage: Overzicht van acties

Samenvatting

In het streven naar duurzame ontwikkeling voor de Nederlandse Antillen, kan niet voorbij worden gegaan aan de benadering die is ontwikkeld voor en door de zogenaamde Small Island Developing States. Dit zijn de uitgangspunten van milieu- en natuurbeleid van de Nederlandse Antillen, zoals neergelegd in de Contourennota. Deze nota "Raamwerk van het afvalbeleid van de Nederlandse Antillen" is een uitwerking van de hoofdlijnen, zoals gesteld in de Contourennota.

Op dit moment zijn op de Nederlandse Antillen de meest zichtbare knelpunten een op vele plaatsen niet adequate inzameling en eindverwerking van afval, en worden nog nauwelijks mogelijkheden benut tot terugdringing van de hoeveelheid. De hoofddoelstelling van het afvalbeleid is de totale hoeveelheid afval te reduceren. Concreet zal het beleid gericht zijn op preventie, hergebruik en verantwoorde eindverwerking van afval. Stapsgewijs zal het afvalbeleid van nu af aan worden uitgewerkt.

Er is op de Nederlandse Antillen geen goed beeld van de hoeveelheid en de samenstelling van het afval. Deze basisinformatie is noodzakelijk alvorens beleidsdoelen kunnen worden gesteld. De aanpak van het afvalprobleem vind plaats langs twee sporen. Het basisniveau - dat zijn de minimale voorzieningen voor een goed georganiseerde inzameling en het stortbeheer - moet eind 1998 op elk eiland bereikt zijn. Parallel zal gewerkt worden aan het streefniveau, i.e. het voorkomen van afval en het hergebruik van geselecteerde afvalstromen, waarbij de voorkeur uitgaat naar een zo vroeg mogelijk scheiden van afval. Criteria voor de selectie van afvalstromen die moeten worden hergebruikt, zijn het beperken van het stortvolume, de afzetmogelijkheden en de bedreiging voor het milieu. Lokaal hergebruik heeft voorrang op hergebruik elders. Jaarlijks wordt getracht de inzameling en het hergebruik van een á twee afvalstromen op te starten.

Normen voor een verantwoorde eindverwerking zullen op de lange termijn worden vastgesteld, alsmede zullen alternatieven voor de huidige eindverwerking worden bestudeerd.

Milieugevaarlijke afvalstoffen krijgen speciale aandacht: een inventarisatie om de hoeveelheden en de samenstelling te bepalen, aparte inzameling en aparte eindverwerking.

Voor de realisatie van het beleid zal op maat gesneden instrumentarium - beleidskaders, juridische, financiële en sociale instrumenten - sturing geven. Overheid, bedrijfsleven en burgers hebben ieder een taak in deze.

Samenwerking tussen de eilanden van de Nederlandse Antillen, samenwerking met Aruba en regionale initiatieven op het gebied van afval, zal door de centrale overheid worden bevorderd. Om de voortgang van de uitvoering van het beleid te monitoren, zal jaarlijks overleg gevoerd worden waaraan in elk geval de centrale overheid en de eilandelijke overheden participeren.

Deze nota is in samenwerking tussen centrale overheid en eilandelijke overheden opgesteld.

1. Inleiding

Kleine landen zoals de Nederlandse Antillen - met een populatie van 200.000 verdeeld over twee benedenwindse eilanden en op 900 km afstand drie bovenwindse eilanden - ondervinden nadeel van hun schaalgrootte in hun streven naar een uitgebalanceerde en duurzame ontwikkeling. Het geringe oppervlak van de afzonderlijke eilanden resulteert in een beperking van natuurlijke hulpbronnen en aldus in de mogelijkheden om zelf rendabel te kunnen produceren. Daarom worden voor het in stand houden van de economie de benodigde goederen en produkten - waaronder ruwe olie - geïmporteerd. Hiertegenover worden slechts weinig produkten geëxporteerd.

Toerisme, financiële dienstverlening, met name offshore, en handel zijn de belangrijkste economische activiteiten op de Nederlandse Antillen. Op kleine schaal zijn er lichte industriële activiteiten. Op Curaçao zijn enkele zware industriële activiteiten zoals olieraffinage en havenactiviteiten zoals (olie)overslag en scheepsreparatie. Op Bonaire en Sint Eustatius zijn olie-overslag activiteiten.

De produkten nodig voor het overleven op de eilanden worden geïmporteerd, maar na gebruik niet meer geëxporteerd. De accumulatie van stoffen die daarbij plaatsvindt, resulteert op ieder eiland in een enorme hoeveelheid afval. Daarbij doet de beperkte schaalgrootte opnieuw van zich spreken. De ruimte om grote hoeveelheden afval te storten is beperkt en staat onder grote druk van andere maatschappelijke activiteiten waarvoor ruimte benodigd is.

Naast de grote hoeveelheden afval die vrijkomen, kan de aard van het afval een bedreiging zijn voor de volksgezondheid, alsook voor het milieu en de natuur in het algemeen. Op deze manier bestaat de mogelijkheid dat gebieden niet meer multifunctioneel ingezet kunnen worden en beschikbare ruimte verloren gaat. Saneringskosten van vervuilde grond zijn immers dermate kostbaar, dat eenmaal verontreinigde grond waarschijnlijk nooit meer anderszins gebruikt kan worden.

Gezien het bovenstaande, is afval een van de prioriteiten in het milieubeleid van de Nederlandse Antillen. In de nota "Contouren van het Milieu- en Natuurbeleid van de Nederlandse Antillen", 1996 - 2000, zijn de hoofdlijnen van het afvalbeleid weergegeven. In onderliggende nota worden deze hoofdlijnen nader ingevuld.

De uitgangspunten en de hoofddoelstelling van het afvalbeleid worden nogmaals weergegeven. Daarna volgt een schets van het afvalprobleem. Vervolgens wordt ingegaan op de aanpak: de hoeveelheid en de samenstelling van het afval, het basisniveau, het streefniveau, een verantwoorde eindverwerking en - in een aparte paragraaf - de milieugevaarlijke afvalstoffen. De instrumenten worden behandeld en tenslotte wordt de rol van betrokkenen - de spelers - geschetst.

Om dit raamwerk toegankelijker te maken is gekozen voor een weergave, waarbij de acties overzichtelijk zijn opgesomd en gekenmerkt zijn met het • tekentje. De verschillende bevoegde instanties zullen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid deze acties binnen de gestelde kaders op maat uitwerken en uitvoeren. In de bijlage is aangegeven waar de verantwoordelijkheid voor de realisatie van deze acties ligt: bij de centrale overheid, of bij de eilandelijke overheden.
 

2. Uitgangspunten en doelstellingen van het afvalbeleid

Het streven naar een duurzame toekomst is voor de Nederlandse Antillen het uitgangspunt van het milieu- en natuurbeleid. Onder duurzame ontwikkeling wordt verstaan het voorzien in de behoeften van de huidige generatie, zonder daarmee voor toekomstige generaties de mogelijkheid in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Dat betekent dat er verantwoord moet worden omgegaan met schaarse middelen zoals grondstoffen, milieu, natuur en ruimte.

In het streven naar duurzame ontwikkeling voor de Nederlandse Antillen kan niet voorbij worden gegaan aan de benadering die is ontwikkeld voor en door de zogenaamde Small Island Developing States. SIDS worden door hun specifieke geografische, sociale en economische kenmerken belemmerd in het streven duurzame ontwikkeling consequent als beleidslijn door te voeren. Dit uitgangspunt komt zeer duidelijk naar voren in de diverse aspecten van het afvalbeleid zoals preventie, hergebruik en eindverwerking.

Duurzame ontwikkeling als uitgangspunt, gezien vanuit de SIDS-benadering, is vastgelegd in zowel de Regeringsverklaring (1994 - 1998) als in de Contourennota (1996). In de Contourennota zijn vijf prioriteiten van het beleid vastgesteld, waaronder het thema "afval en afvalwater".

De hoofddoelstelling van het afvalbeleid is het verminderen van de totale hoeveelheid afval.

Meer concreet zal het beleid gericht zijn op de volgende drie lijnen:

  1. het voorkomen van afval;
  2. het zoveel mogelijk hergebruiken van afvalstoffen, waarbij produkthergebruik voorrang heeft op materiaalhergebruik;
  3. het treffen van voorzieningen voor de milieuhygiënisch verantwoorde eindverwerking van afval.
Bij de aanpak van het afvalprobleem geldt het principe dat preventie de voorkeur heeft boven hergebruik. Is het afval eenmaal ontstaan, dan heeft hergebruik de voorkeur boven eindverwerking. De eindverwerking van het afval dient op een voor het milieu zo verantwoord mogelijke wijze plaats te vinden.

De doelstellingen zullen bereikt worden door het inzetten van financiële, juridische en sociale instrumenten. Intensieve voorlichting en educatie zullen het succes van het beleid bepalen. Samenwerking - in eerste instantie tussen de eilanden van de Nederlandse Antillen en Aruba en met andere landen van de regio - is van essentieel belang.
 

3. Probleemschets

Op dit moment zijn op de Nederlandse Antillen de meest zichtbare knelpunten:

  • een op vele plaatsen niet adequate inzameling en eindverwerking van afval en
  • het nog nauwelijks benutten van de mogelijkheden tot terugdringen van de hoeveelheid afval.
  • Niet alle eilanden hebben een afvalstoffenplan tot hun beschikking, worden heffingen geïnd voor de inzameling van afval, en worden storttarieven gehanteerd.
     

    3.1 de inzameling

    De inzameling van het afval is op verschillende wijzen geregeld. Op Bonaire (1994) en Curaçao (1996) zijn overheids N.V.'s belast met de inzameling van het afval, terwijl op Sint Maarten de inzameling aan particuliere bedrijven is uitbesteed. Op Saba en Sint Eustatius voert de overheid zelf de inzameling uit.

    Er zijn diverse redenen aan te voeren waarom de inzameling niet adequaat is:

    • het afval wordt niet correct aangeboden;
    • de infrastructuur van het eiland, waardoor niet elk gebied met inzamelmateriëel bereikt kan worden;
    • het inzamelmateriëel is niet geschikt of is buiten gebruik;
    • organisatorische knelpunten;
    • het ontbreken van voldoende financiële middelen;
    • het ontbreken van adequate controle;
    • het ontbreken van juridische en financiële instrumenten om adequaat te kunnen functioneren en te kunnen optreden;
    Het zwerfvuilprobleem is een steeds weer terugkerend aandachtspunt. Zwerfvuil is esthetisch storend, en moet om redenen van volksgezondheid, economie en het milieu worden aangepakt. De oorsprong van het zwerfvuilprobleem is enerzijds het onvoldoende functioneren van het inzamelsysteem, anderzijds wordt afval bewust gestort op plaatsen waar het niet hoort (illegale stortingen). Door de introductie van storttarieven is op sommige eilanden het ontwijkgedrag voor legale storting van afval toegenomen.
     

    3.2 de stortplaatsen

    Op Bonaire en Curaçao wordt de stortplaats door overheids N.V.’s beheerd. Op Sint Maarten is het beheer aan een particuliere onderneming uitbesteed, terwijl op Saba en Sint Eustatius de overheid het beheer over de stort zelf uitvoert.

    Op alle eilanden van de Nederlandse Antillen wordt het afval gestort op niet geïsoleerde stortplaatsen.

    De knelpunten op de stortplaatsen zijn:

    • de stortplaatsen hebben geen van alle voorzieningen om uitlogen naar omringende gebieden tegen te gaan;
    • er zijn geen stortplannen;
    • er vindt vooraf of op de stort nauwelijks scheiding van afvalstromen plaats. Op zeer beperkte schaal worden sommige deelstromen apart gelegd (bv. autobanden, er vindt echter nauwelijks verdere verwerking plaats);
    • er zijn geen aparte faciliteiten voor milieugevaarlijke afvalstoffen;
    • niet alle beheerders van de stort beschikken over adequaat materieel voor het beheer van de stort;
    • er is een gebrek aan financiële middelen.
    •  
    3.3 preventie

    Op het traject van preventie wordt nog onvoldoende gedaan. Dit heeft de volgende oorzaken:

    • de kleinschaligheid van de economie (de hoeveelheden zijn te klein);
    • bijna alle goederen worden geïmporteerd, waardoor er weinig aangrijpingspunten zijn om al in een vroeg stadium de preventiemogelijkheden te benutten (bijvoorbeeld: er kunnen geen afspraken met de producenten worden gemaakt);
    • de import-sturingsmogelijkheden die ter beschikking zijn, worden onvoldoende toegepast;
    • er zijn weinig commerciële voordelen om preventie toe te passen;
    • er is geen goed inzicht in alternatieven;
    • er is geen financiële ruimte voor betere alternatieven uit afvaloogpunt;
    • de voorlichting aan de consument en importeurs is onvoldoende.
    •  
    3.4 hergebruik

    Bijna alle afvalstoffen komen uiteindelijk op de stort terecht. Slechts op zeer kleine schaal worden initiatieven op het gebied van hergebruik ondernomen. In 1996 en 1997 zijn inventarisaties uitgevoerd naar de hergebruiksinitiatieven op de eilanden van de Nederlandse Antillen (en Aruba).

    De knelpunten zijn:

    • het ontbreken van een georganiseerde infrastructuur voor het hergebruik;
    • de hoeveelheden zijn te klein voor rendabel hergebruik of export;
    • de afzetmarkt is te ver weg, waardoor de opbrengsten door de hoge transportkosten vaak tegen vallen;
    • concreet en stimulerend overheidsbeleid ontbreekt;
    • de consument is onbekend met de nu reeds bestaande initiatieven;
    • er vindt tussen de verwerkers geen samenwerking plaats, waardoor de schaalgrootte klein blijft.
    •  
    4. De aanpak van het afvalprobleem

    4.1 hoeveelheden en samenstelling

    Er is op de Nederlandse Antillen geen goed beeld van de hoeveelheid en de samenstelling van het afval. In 1996 heeft op Sint Eustatius en Saba een onderzoek plaats gevonden. Van Bonaire, Curaçao en Sint Maarten zijn er ramingen van de hoeveelheid en de samenstelling van het afval.

    Het is van belang een goed beeld te hebben van de hoeveelheden en samenstelling van het afval. Door deze gegevens te verzamelen wordt het probleem zichtbaar in kwantitatieve en kwalitatieve zin. Pas dan kunnen concrete afspraken - bijvoorbeeld m.b.t. reductie of verwerking - worden gemaakt.

    • 4.1 monitoren hoeveelheden en samenstelling afval
    De aanpak van het afvalprobleem vindt plaats langs twee sporen: 1. het werken aan het basisniveau en

    2. het werken aan het streefniveau.
     

    4.2 het basisniveau

    Teneinde de doelstelling verantwoorde eindverwerking te kunnen verwezenlijken moet allereerst een samenhangend pakket van minimumvoorzieningen op afvalgebied aanwezig zijn. Dit voorzieningenniveau wordt aangeduid als het basisniveau. Het basisniveau betreft de goed georganiseerde inzameling en het stortbeheer. Het basisniveau moet op alle eilanden eind 1998 bereikt zijn.

    Enkele concrete aktiepunten die vallen onder een goed georganiseerde inzameling zijn:

    • 4.2 aanbieding van het afval in gesloten containers

    • 4.3 inzameling met een voldoende frequentie

    • 4.4 beschikbaar en geschikt materieel voor de inzameling

    Ten aanzien van het stortbeheer zijn de volgende aktiepunten opgesteld: • 4.5 voldoende stortcapaciteit

    • 4.6 een stortplan

    • 4.7 beschikbaar en geschikt materieel ten behoeve van het beheer van de stort

    De kosten van inzameling en eindverwerking moeten worden gedekt door een afvalheffing die, voor zover dat nog niet is gebeurd, systematisch op ieder eiland moet worden ingevoerd. Deze heffing moet gezien worden als bestemmingsheffing - vergaren van middelen om kostendekkend te kunnen werken - en in de toekomst als reguleringsheffing - ten behoeve van de benodigde gedragsverandering zoals scheiden aan de bron. • 4.8 introductie afvalheffing 4.3 het streefniveau

    Parallel aan de activiteiten die onder het basisniveau vallen, zal gewerkt worden aan het streefniveau. Het streefniveau is gericht op de verwezenlijking van de eerste twee doelstellingen van het afvalbeleid. Het betreft de preventie van afval en het hergebruik van geselecteerde afvalstoffen.

    4.3.1. preventie.

    De centrale overheid neemt het initiatief om op landsniveau regulerende instrumenten te ontwikkelen, en zo inhoud te geven aan de preventie van afval. Regulerende instrumenten hebben tot doel de keuze voor milieuvriendelijke produkten te bevorderen. Milieuvriendelijke produkten zijn op duurzame wijze geproduceerde goederen met een lange levensduur, die weinig afval veroorzaken en bovendien zijn opgebouwd uit componenten die geschikt zijn voor hergebruik, en als laatste zo min mogelijk gevaar voor het milieu opleveren bij de eindverwerking.

    Niet-milieuvriendelijke produkten kunnen extra belast worden, enerzijds als stimulans tot het gebruik van milieuvriendelijke alternatieven en anderzijds om de verwerking van het afval dat zij produceren te kunnen financieren.

    • 4.9 ontwikkelen van regulerende instrumenten ten behoeve van de preventie In zijn algemeenheid dient het milieu (afval) aspect in de grondslag van de heffing van goederen en van leges van hindervergunningen worden opgenomen. Ook hier geldt dat de totale kosten voor een product of dienst, waaronder de milieuverantwoordelijke afhandeling, door de consument betaald dient te worden.

    Speciale aandacht verdient de beperking van het gebruik van milieugevaarlijke stoffen, zoals CFK's (chloor-fluor-koolwaterstoffen) en asbest, alsook de overmatige toepassing van (moeilijk afbreekbare) verpakkingsmaterialen. Voor eind 1997 wordt nagegaan welke mogelijkheden voor preventie benut kunnen worden.

    • 4.10 doen opnemen van het afvalaspect in de grondslag van heffing van goederen

    • 4.11 doen opnemen van het afvalaspect in de berekening van de leges van hindervergunningen

    • 4.12 nagaan van de mogelijkheden voor preventie van het gebruik van CFK's, asbest, verpakkingsmaterialen

    Door middel van proefprojecten, die zich richten op een specifieke afvalstof of een specifieke doelgroep, bijvoorbeeld het gebruik van plastic boodschappentassen, zal enerzijds de preventie-beleidslijn en anderzijds het bewustzijn van de consument worden aangezet. • 4.13 formuleren en uitvoeren proefprojecten preventie 4.3.2. hergebruik.

    De volgende stap is hergebruik. Door afvalstoffen opnieuw te gebruiken wordt het te storten volume gereduceerd waardoor minder stortruimte benodigd is. Bovendien wordt aan het principe zuinig omgaan met grondstoffen, milieu en natuur inhoud gegeven. Op het hergebruiktraject wordt zoveel mogelijk de voorkeur gegeven aan zo vroeg mogelijk scheiden van afval - de economische waarde van "schone" stromen is namelijk hoger - en aan

    produkthergebruik - bijvoorbeeld het opnieuw vullen van drankverpakkingen - gevolgd door materiaalhergebruik - recycling van glas.

    In het algemeen moet de overheid hergebruik stimuleren en de randvoorwaarden daartoe creëren. Infrastructurele voorzieningen dienen te worden aangebracht om afval gescheiden te kunnen inzamelen. Centrale locaties, overslagstations, waar gescheiden afvalstromen samen komen en gedeeltelijk of geheel verwerkt kunnen worden, bieden de mogelijkheid een aantal activiteiten gezamenlijk te kunnen uitvoeren. Tevens moet voorzien worden in het terugvoeren in de grondstoffen kringloop. Lokaal hergebruik heeft daarbij voorrang op hergebruik elders. Door de schaal van de Nederlandse Antillen, zal rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat dit elders moet gebeuren.

    • 4.14 inrichten op hergebruik van de inzamel-infrastructuur

    • 4.15 faciliteren van de opzet van centrale verwerkingslocaties

    Criteria om een keuze te maken in de afvalstromen die voor hergebruik in aanmerking komen zijn: 1. het beperken van het stortvolume,

    2. de afzetmogelijkheden en

    3. de belasting van het milieu.

    Eind 1997 zal in overleg tussen beleidsmensen en de vereniging voor reinigingsdirecteuren de prioriteitstelling van de aan te pakken afvalstromen worden vastgesteld. Autowrakken en autobanden staan heel hoog op de lijst van afvalstoffen, die met voorrang aangepakt moeten worden. De centrale overheid zal nog in 1997 in overleg met de vereniging voor reinigingsdirecteuren een implementatieplan opstellen voor deze afvalstromen. Andere afvalstromen die ook in aanmerking komen zijn: glas, papier en karton, blik, metalen (aluminium en ferro-metalen), organisch afval/gft (groente-, fruit- en tuinafval), accu's, witgoed/bruingoed (wasmachines, televisies e.d.) en bouw- en sloopafval. • 4.16 opstellen prioriteiten hergebruik-afvalstromen

    • 4.17 implementatieplan autowrakken en autobanden

    Jaarlijks wordt getracht de inzameling en het hergebruik van een á twee afvalstromen op te starten.

    Hergebruik wordt bij voorkeur op lokaal niveau, per eiland, aangepakt. Sommige deelstromen kunnen relatief eenvoudig hoge volumereductie opleveren, bijvoorbeeld composteren van gft-afval en verkleinen van bouw- en sloopafval, en kunnen daarna nuttig worden hergebruikt. Andere deelstromen zullen, voor zover er een gemeenschappelijke deler bestaat en schaalvergroting voordelen oplevert, in gezamenlijk verband worden aangepakt.

    Om het hergebruik van de verschillende afvalstoffen financieel mogelijk te maken, zal voor stoffen of producten bepaald moeten worden op welk aangrijpingspunt de regulering toegepast dient te worden. Bijvoorbeeld in de autobranche door op het moment van aankoop een verwijderingsbijdrage te berekenen.

    • 4.18 ontwikkelen van regulerende instrumenten ten behoeve van het hergebruik De actieve participatie van bedrijfsleven en consumenten is op het hergebruiktraject essentieel. Een correcte scheiding kan worden bevorderd door een gedifferentieerd tarievenstelsel ten aanzien van het aanleveren van afval. Uiteraard dienen de afgesplitste stoffen ook daadwerkelijk apart te worden hergebruikt. Intensieve voorlichting en educatie zullen de succesfactor verhogen. • 4.19 onderzoek naar gedifferentieerd tarievenstelsel

    • 4.20 voorlichting en educatie gericht op hergebruik

     
    4.4 Verantwoorde eindverwerking

    Tenslotte zullen onder de doelstelling "verantwoorde eindverwerking" normen worden vastgesteld waaraan de eindverwerking moet voldoen. Ook zullen alternatieven voor het storten in landfills serieus worden bekeken. Er wordt bijvoorbeeld gedacht aan kleinschalige verbrandingsovens voor geselecteerde afvalstromen. Voor deze doelstelling is geen tijdsplanning afgesproken.

    • 4.21 opstellen van normen voor de eindverwerking

    • 4.22 bestuderen eindverwerkings-alternatieven

    4.5 Milieugevaarlijke afvalstoffen

    De categorie milieugevaarlijke stoffen krijgt extra aandacht, omdat daar de grootste dreiging vanuit gaat. Milieugevaarlijke afvalstoffen zijn stoffen, die door hun chemische of fysische eigenschappen ernstig gevaar vormen voor mens en milieu.

    Het is van belang een goed beeld te hebben van de hoeveelheden en samenstelling van het milieugevaarlijk afval. Door deze gegevens te verzamelen wordt het probleem zichtbaar in kwantitatieve en kwalitatieve zin. Pas dan kunnen sturingsmechanismen - bijvoorbeeld m.b.t. preventie, verwijdering, verwerking, definitieve eindverwerking - worden opgesteld.

    • 4.23 inventarisatie milieugevaarlijke stoffen Bij landsbesluit zullen milieugevaarlijke stoffen worden aangewezen en zal worden

    aangegeven hoe om te gaan met de verwijdering, verwerking, bewerking, bewaring, invoer en uitvoer.

    • 4.24 opstellen landsbesluit milieugevaarlijke stoffen In samenwerking met andere instanties, zoals het Departement voor Economische Zaken en het Centraal Bureau voor Statistiek, en het bedrijfsleven wordt een registratie systeem opgezet voor grondstoffen of produkten, die uiteindelijk vallen in de afvalcategorie milieugevaarlijke afvalstoffen. Hetzelfde zal worden gedaan voor de categorie probleemstoffen, waartoe bijvoorbeeld autobanden behoren. • 4.25 opzetten registratie systeem milieugevaarlijke stoffen   • 4.26 opzetten registratie systeem probleemstoffen In het kader van preventie dient eerst te worden nagegaan of alternatieve, milieuvriendelijkere stoffen gebruikt kunnen worden. Als er toch milieugevaarlijke afvalstoffen vrij komen, dan moet getracht worden de stof apart van andere afvalstromen in te zamelen en zo mogelijk te verwerken. Op de Nederlandse Antillen zijn geen hoogwaardige definitieve eindverwerkingsmethoden - bijvoorbeeld verbranden - voor handen.

    In lijn met het Verdrag van Basel betreffende het grensoverschrijdend transport van milieugevaarlijke afvalstoffen, is tussen de Nederlandse Antillen en Nederland een ministeriële overeenkomst afgesloten, die de mogelijkheid biedt om onder voorwaarden milieugevaarlijke afvalstoffen naar Nederland te transporteren voor verantwoorde verwerking aldaar. Het milieuhygiënisch verantwoord storten is de laatste optie voor deze afvalstroom.

    • 4.27 gebruik vervangende stoffen stimuleren

    • 4.28 apart aanbieden milieugevaarlijke afvalstoffen

    • 4.29 stimuleren hoogwaardige definitieve eindverwerking

    • 4.30 milieuhygiënisch verantwoord storten van milieugevaarlijke afvalstoffen

    Op basis van verantwoorde verwerking van geselecteerde afvalstromen elders zal in samenwerking met het Departement voor Economische Zaken gewerkt worden aan de vergunningstechnische aspecten van internationaal transport van afval. • 4.31 uitwerken van de vergunningstechnische aspecten van internationaal transport van afval 5. Instrumenten

    In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op het instrumentarium dat zal worden ingezet om het afvalbeleid en de uitvoering daarvan te realiseren.
     
     

    5.1 het afvalbeleidskader

    Nog niet alle eilanden van de Nederlandse Antillen hebben een vastgesteld afvalbeleidsplan. Er moet gestreefd worden om, binnen het raamwerk van het nationale afvalbeleid, te komen tot afvalaktieplannen voor elk eiland afzonderlijk. Deze plannen dienen afgestemd te zijn op de specifieke lokale afvalproblematiek.

    • 5.1 opstellen eilandelijke afvalaktieplannen 5.2 juridische instrumenten

    Voor de realisatie van het beleid zullen juridische instrumenten sturing geven. Deze instrumenten hebben tot doel de verschillende stappen in de afvalketen, preventie, inzameling, transport, verwerking en definitieve verwijdering te regelen. In voorgaande paragrafen zijn reeds een aantal opgesomd.

    In lijn met internationale verplichtingen, het nationale beleidskader, en de eilandelijke beleidsvisie zal in nauwe samenwerking tussen centrale overheid en eilandelijke overheden een model afvalstoffenverordening worden opgesteld. Een model afvalstoffenverordening biedt een juridisch kader voor het realiseren van een afvalstoffenbeleid per eiland. Ieder eiland kan die elementen uit de modelverordening overnemen die noodzakelijk zijn om dit beleid te realiseren. Hierbij moet aandacht besteed worden aan de noodzakelijke samenhang tussen de diverse bepalingen en de duidelijkheid naar de diverse doelgroepen en de burgers.

    • 5.2 opstellen van model afvalstoffenverordening 5.3 financiële instrumenten

    Om de doelstellingen van het beleid te kunnen realiseren, zullen onder andere financiële instrumenten worden toegepast. Deze instrumenten hebben een tweeledig doel, enerzijds als bestemmingsinstrument - het vergaren van middelen om kostendekkend te kunnen werken -, anderzijds als reguleringsinstrument - ten behoeve van de benodigde gedragsverandering, bijvoorbeeld het scheiden van afval. Het succes van de toepassing van deze instrumenten is mede afhankelijk van de bepaling van het juiste aangrijpingspunt.

    In voorgaande paragrafen is reeds aangegeven welke financiële instrumenten overwogen worden.
     
     

    5.4 sociale instrumenten

    De sociale instrumenten trachten een wisselwerking op te roepen tussen overheid en burgers, met als doel de eigen verantwoordelijkheid en milieubewust handelen te bevorderen. Het sleutelwoord hierbij is intensieve voorlichting en educatie.

    • 5.3 geven van afvalvoorlichting en -educatie 6. De spelers

    6.1 de overheid

    De overheid is, om redenen van volksgezondheid, welzijn en milieu verantwoordelijk voor de afvalverwijdering. In dit kader is het de taak van de overheid de beleidskaders aan te geven, alsmede er voor zorg te dragen dat de regelgeving en de financiën om de gestelde beleidsdoelen te kunnen bereiken op orde zijn.

    Het is niet vanzelfsprekend dat de overheid de uitvoerende taak - inzameling, verwerking, definitieve verwerking - zelf (volledig) uitvoert. Diezelfde overheid kan deze taak, weliswaar namens hen, laten uitvoeren. In dit geval is het dan wel de taak van de overheid om er op toe te zien, dat de verwijdering op een doelmatige en milieuverantwoorde wijze geschiedt, en dat de gestelde milieuregels worden nageleefd.

    • 6.1 toezicht op de afvalverwijdering

    • 6.2 toezicht op de naleving van milieuregels


    6.2 het bedrijfsleven

    Het bedrijfsleven moet worden aangespoord om mee te werken aan het oplossen van de afvalproblematiek. Als aangrijpingspunt kan dienen de diverse sectoren van het bedrijfsleven of de specifieke afvalstromen die ontstaan. Als basisprincipe geldt daarbij: een ieder wordt geacht zijn verantwoordelijkheid ten opzichte van het milieu te kennen en zijn handelen daarna te richten.

    Door middel van concrete projecten zal het bedrijfsleven worden betrokken. Voorbeelden daarvan zijn medewerking bij de introductie van bijvoorbeeld een verwijderingsbijdrage bij de aanschaf van een nieuwe auto, samenwerking met managers van supermarkten ter invoering van de eigen boodschappentas, het ontwikkelen van actieplannen met betrekking tot specifieke afvalstromen zoals bijvoorbeeld het vrijkomen van CFK's.

    • 6.3 samenwerking met het bedrijfsleven 6.3 de burgers

    Het milieubewustzijn van de bevolking van de Nederlandse Antillen is in het stadium van bewustwording. Deze bewustwording moet nu worden omgezet in een milieubewuste denkwijze, en een hieruit voortvloeiende handelwijze.

    Het succes van het afvalbeleid is afhankelijk van de betrokkenheid en de medewerking van de burgers. Burgers moeten geïnformeerd zijn over de gevolgen van hun keuze bij de aanschaf of de aanwending van goederen, die uiteindelijk alle in de afvalfase terecht komen. Tevens moeten burgers op de hoogte zijn en bereid zijn hun medewerking te verlenen bij de uitvoering van het afvalbeleid, bijvoorbeeld het gescheiden aanleveren van afval.

    Het beleid terzake zal zich richten op het versterken van de bereidheid tot milieubewust gedrag, waarbij de eigen verantwoordelijkheid zal worden benadrukt.
     
     

    6.4 samenwerking

    De overheidsdiensten en overheidsgedomineerde bedrijven, die actief zijn op het gebied van de afvalverwijdering, hebben besloten om zich te organiseren. Dit besluit heeft zijn uitwerking gekregen via de oprichting van een vereniging, die als doel heeft gesteld, het in samenwerking tussen de leden bevorderen van afvalverwijdering en reinigingstaken op een doelmatige wijze.

    Samenwerking tussen de eilanden van de Nederlandse Antillen, samenwerking met Aruba en regionale initiatieven op het gebied van afval, zal door de centrale overheid worden bevorderd. Speciale aandacht gaat naar samenwerking op het gebied van recyclebare afvalstromen, probleemstoffen en samenwerking op het gebied van organisatie, kennis en materieel.

    • 6.4 bevorderen samenwerking Om de voortgang van de uitvoering van het beleid te monitoren, zullen jaarlijks bijeenkomsten gehouden worden, waaraan in elk geval de centrale overheid en de eilandelijke overheden participeren.
    • 6.5 jaarlijks afvaloverleg
    Bijlage: Overzicht van acties

    Initiatiefnemer:

    c = centrale overheid
    e = eilandelijke overheden
    4. De aanpak van het afvalprobleem

    hoeveelheden en samenstelling

    c,e 4.1 monitoren hoeveelheden en samenstelling afval
         
    het basisniveau    
    e
    e
    e
    e
    e
    e
    e
    4.2
    4.3
    4.4
    4.5
    4.6
    4.7
    4.8
    aanbieding van het afval in gesloten containers
    inzameling met een voldoende frequentie
    beschikbaar en geschikt materiëel voor de inzameling
    voldoende stortcapaciteit
    een stortplan
    beschikbaar en geschikt materiëel ten behoeve van het beheer van de stort
    introductie afvalheffing
       
    het streefniveau  
    c
    c,e

    c,e

    c,e

    c,e

    c,e
    e
    e
    c,e
    c,e
    c,e

    4.9
    4.10

    4.11

    4.12

    4.13
    4.14
    4.15
    4.16
    4.17
    4.18
    4.19
    4.20

    ontwikkelen van regulerende instrumenten ten behoeve van de preventie
    doen opnemen van het afvalaspect in de grondslag van heffing van goederen
    doen opnemen van het afvalaspect in de berekening van de leges van hindervergunningen
    nagaan van de mogelijkheden voor preventie van het gebruik van CFK's, asbest, verpakkingsmaterialen
    formuleren en uitvoeren proefprojecten preventie
    inrichten op hergebruik van de inzamel-infrastructuur
    faciliteren van de opzet van centrale verwerkingslocaties
    opstellen prioriteiten hergebruik-afvalstromen 
    implementatieplan autowrakken en autobanden 
    ontwikkelen van regulerende instrumenten ten behoeve van het hergebruik
    onderzoek naar gedifferentieerd tarievenstelsel 
    voorlichting en educatie gericht op hergebruik
     
    verantwoorde eindverwerking
    c
    c,e
    4.21
    4.22
    opstellen van normen voor de eindverwerking
    bestuderen eindverwerkings-alternatieven

     
     
    milieugevaarlijke afvalstoffen
    c,e
    c
    c,e
    c,e
    c,e
    e
    c,e
    e
    c
    4.23
    4.24
    4.25
    4.26
    4.27
    4.28
    4.29
    4.30
    4.31
    inventarisatie milieugevaarlijke stoffen
    opstellen landsbesluit milieugevaarlijke stoffen
    opzetten registratie systeem milieugevaarlijke stoffen
    opzetten registratie systeem probleemstoffen
    gebruik vervangende stoffen stimuleren
    apart aanbieden milieugevaarlijke afvalstoffen
    stimuleren hoogwaardige definitieve eindverwerking
    milieuhygiënisch verantwoord storten van milieugevaarlijke afvalstoffen
    uitwerken van de vergunningstechnische aspecten van internationaal transport van afval
         
    5. Instrumenten
    e
    c,e
    c,e
    5.1
    5.2
    5.3
    opstellen eilandelijke afvalaktieplannen
    opstellen van model afvalstoffenverordening
    geven van afvalvoorlichting en -educatie
         
    6. De spelers
    c,e
    c,e
    c,e
    c,e
    c
    6.1
    6.2
    6.3
    6.4
    6.5
    toezicht op de afvalverwijdering
    toezicht op de naleving van milieuregels
    samenwerking met het bedrijfsleven
    bevorderen samenwerking
    jaarlijks afvaloverleg