Voortgangsrapportage van de Contourennota van het Milieu- en Natuurbeleid van de Nederlandse Antillen 1996 – 2000

Willemstad, april 1999


0. Samenvatting.
1. Inleiding.
2. Doel van de voortgangsrapportage.
3. De uitgangspunten.
4. Afval en afvalwater.
5. Olie en het milieu.
6. Toerisme, Milieu en Natuur
7. Het beheer van de natuur
8. Vergroting van het draagvlak
9. Wetgeving, Normstelling en Inspectie
10. Samenwerking
11. Financiering van het milieu en natuurbeleid
12. Beleidsontwikkeling
13. Conclusies
14. Aanbevelingen.

Bijlage 1. Overzicht van de activiteiten
Bijlage 2. Het KNAP-fonds.
Bijlage 3. Het MINA-fonds.


  1. Samenvatting.
  2. In 1996 is door de Raad van Ministers van de Nederlandse Antillen de nota "Contouren van het Milieu- en Natuurbeleid, 1996 - 2000" vastgesteld. Doel van de Contourennota is om een ieder alvast op de hoogte te brengen van de algemene opvattingen en de globaal gewenste richting van het milieu- en natuurbeleid voor voornoemde periode. In onderhavige nota wordt de voortgang van het beleid gerapporteerd.

    In de Contourennota is de duurzame ontwikkeling van de Nederlandse Antillen, uitgaande van de realiteit van kleine eilandstaten (SIDS) als uitgangspunt vastgelegd. De ervaring leert dat de praktische uitvoering van deze gedachte immer zo moeilijk blijkt te zijn. Duurzame ontwikkeling wordt nog veel te vaak als milieu-thema gezien, terwijl het een integraal onderdeel van alle beleidsvelden dient te zijn. De komende periode zal worden gewerkt aan de integratie van deze benadering.

    In hoofdlijnen kan – behoudens het thema olie en in het kielzog de normstelling en inspectie – geconstateerd worden dat er voortgang is geboekt.

    De contouren van het afvalbeleid zijn nader uitgewerkt in het "Raamwerk van het afvalbeleid" en stapsgewijs wordt aan de invulling van de doelstellingen gewerkt. Het voorzien in een basisniveau - het op orde hebben van de inzameling en het storten – heeft de prioriteit gekregen. Op Sint Eustatius moeten urgent financiële inspanningen worden gepleegd om dit doel te halen. De afvalsamenwerking tussen de eilanden verloopt voor wat betreft de niet kapitaalintensieve activiteiten naar volle tevredenheid. De beperkte beschikbaarheid van financiële middelen vertraagt de voortgang van het afvalbeleid.

    Evenzo zijn de contouren van de verduurzaming van het toerisme nader vorm gegeven: "De Nota Duurzaam Toerisme". Bonaire heeft destijds bewust gekozen voor duurzaam toerisme, terwijl Saba en Sint Eustatius goed op weg zijn. Op Curaçao zijn de afgelopen periode diverse initiatieven van de grond gekomen. De komende periode zal extra aandacht aan de ontwikkelingen op Sint Maarten worden gewijd, terwijl de ontwikkelingen op de andere eilanden nauwlettend zullen worden gevolgd en gestimuleerd.

    Betreffende het thema natuur: De Landsverordening Grondslagen Natuurbeheer en -bescherming is in werking getreden. Hiermee is tegelijkertijd de nationale wetgeving van een aantal verdragen - CITES, Biodiversiteit, Ramsar, Bonn en het SPAW-protocol – op orde gebracht. De verplichtingen volgend uit deze raamwet worden nu stapsgewijs ingevuld. De eilanden dienen nu eilandelijke natuurwetgeving en beleidsplannen vast te stellen. Een model eilandelijke verordening natuur is opgesteld en aangeboden aan de eilandbesturen. Bijna alle eilanden hebben een eilandelijk natuuraktieplan in concept gereed. Het landelijke natuurbeleidsplan zal bestaan uit een nadere invulling van de contouren en de eilandelijke beleidsplannen. De eerste twee nationale parken zijn een feit, "The Quill" te Sint Eusatius en Saba Marine Park. Bonaire Marine Park volgt spoedig. De financiering van de activiteiten van de natuurbeheerorganisaties blijft een zorgpunt.

    De verbreding van het draagvlak is niet als apart thema benaderd, maar als geïntegreerd deel van de andere thema’s. Op korte termijn is geen integrale opname van milieu en natuuronderwijs in leerplannen te verwachten. In deze sector zijn grootschalige langdurige vernieuwingen in uitvoering of gepland. Deze ontwikkelingen zullen nauwlettend worden gevolgd en de aansluiting zal worden gemaakt. Vooral de milieu- en natuurgroeperingen zijn actief op het terrein van voorlichting en educatie. Deze activiteiten kunnen binnen de beperkte mogelijkheden op steun blijven rekenen. De media moet actiever worden ingezet.

    Op wetgevingsgebied is de in werking treding van de Landsverordening Grondslagen Natuurbeheer en -bescherming de belangrijkste mijlpaal. Modellen van eilandelijke verordeningen voor afvalstoffen en voor natuur zijn aan de eilandbesturen aangeboden. De werkzaamheden ten behoeve van de Landsverordening Grondslagen Milieubeheer hebben vertraging opgelopen. Met vereende inzet zal hieraan gewerkt worden. Het vaststellen van normen en het opzetten van een milieu-inspectie is in de discussie rond het thema olie meegesleurd. De komende periode zal in nauw overleg - vooral met de eilandgebieden - vorm worden gegeven aan de invulling van deze wettelijke taak.

    De samenwerking verloopt naar tevredenheid. Op de gebieden wetgeving en onderzoek moet de samenwerking worden geïntensiveerd.

    Door de penibele financiële situatie van de centrale overheid en de eilandelijke overheden is er maar weinig ruimte voor de uitvoering van het beleid. Toch is er een groei in de milieubestedingen waar te nemen, maar deze bestedingen zijn niet voldoende om in de werkelijke behoefte te kunnen voorzien. Het KNAP- en het MINA-fonds hebben volledig aan de verwachtingen voldaan. Ondanks de financiële realiteit waarmee zowel overheden als niet-overheden geconfronteerd worden, is met de inspanning van velen de afgelopen tijd nuttig niet-kapitaalintensief werk verricht. De externe financiële steun is onmisbaar gebleken en de verwachting is dat de komende periode externe hulp nodig blijft.

    1. Inleiding.

    In september 1996 is de nota "Contouren van het Milieu- en Natuurbeleid Nederlandse Antillen, 1996 – 2000" door de Raad van Ministers goedgekeurd.

    Voornaamste doel van de Contourennota is, om ten behoeve van een constructieve dialoog, alle partijen alvast op de hoogte te brengen van de algemene opvattingen en de globaal gewenste richting van het milieu- en natuurbeleid voor de periode 1996 – 2000. Op basis van de nog aan te nemen Landsverordening Grondslagen Milieubeheer en de reeds in werking getreden Landsverordening Grondslagen Natuurbeheer en -bescherming heeft de centrale overheid de wettelijke plicht om voor genoemde aandachtsgebieden beleid op te stellen.

    Het uitgangspunt van het milieu- en natuurbeleid is de duurzame ontwikkeling van de Nederlandse Antillen, gezien binnen de kaders van de SIDS problematiek. Onder duurzame ontwikkeling wordt verstaan het voorzien in de behoeften van de huidige generatie zonder daarmee voor toekomstige generaties de mogelijkheid in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Small Island Developing States worden door specifieke geografische, sociale en economische kenmerken belemmerd in hun streven duurzame ontwikkeling consequent als beleidslijn door te voeren. Er zijn vijf prioriteiten aangemerkt: afval en afvalwater, olie en het milieu, toerisme in relatie tot milieu en natuur, natuurbeheer en vergroting van het draagvlak voor milieu en natuur. De wettelijke regelingen, normen en de inspectie, alsmede samenwerking en financiering van het milieubeleid worden in de nota toegelicht.

    2. Doel van de voortgangsrapportage.

    Twee en een half jaar nadat de Contourennota door de Regering van de Nederlandse Antillen is goedgekeurd, is het moment aangebroken om stil te staan bij hetgeen in de afgelopen periode op het terrein van milieu en natuur is bereikt, of juist niet bereikt is. Het is daarbij van belang na te gaan welke hindernissen overwonnen moeten worden met als doel de zorg voor het milieu en de natuur van de Nederlandse Antillen te verbeteren.

    Doel van de voortgangsrapportage is om alle partijen, maar in het bijzonder de Regering van de Nederlandse Antillen, de Staten van de Nederlandse Antillen, de eilandgebieden, de financiers van de uitvoering van het werkprogramma van de Contourennota en de organisaties waarmee wordt samengewerkt op de hoogte te stellen van de vorderingen. Voor het opstellen van deze rapportage zijn de focal-points van de eilanden gevraagd een bijdrage te leveren, zodat een zo compleet mogelijk beeld van activiteiten die door het land en de eilanden zijn ondernomen kan worden geschetst.

    Voor deze rapportage wordt de indeling van de Contourennota gevolgd. Bij elk thema worden kort de in de Contourennota genoemde doelstellingen schuin gedrukt weergegeven. De voortgang bij de uitvoering van het beleid van de diverse thema’s en de vorderingen op de gebieden wetgeving, normstelling en inspectie, samenwerking en de financiering van het beleid passeren de revue. De voortgangsrapportage wordt afgesloten met conclusies en aanbevelingen.

    In bijlage 1 wordt per onderdeel van de Contourennota een schematisch overzicht gegeven van de ondernomen activiteiten, de status van deze activiteiten en aanbevelingen. In bijlage 2 en 3 is een overzicht opgenomen van de projecten die financiële steun uit het KNAP- respectievelijk het MINA-fonds hebben gekregen.
     

    3. De uitgangspunten.

    Uitgangspunt van het milieu- en natuurbeleid is een duurzame ontwikkeling van de eilanden van de Nederlandse Antillen, rekening houdend met de benadering die is ontwikkeld voor en door de zogenaamde Small Island Developing States (SIDS). SIDS worden door specifieke geografische, sociale en economische kenmerken belemmerd in hun streven duurzame ontwikkeling consequent als beleidslijn door te voeren.
     

    4. Afval en afvalwater.

    De hoofddoelstelling van het afvalbeleid is het verminderen van de totale hoeveelheid afval.

    Meer concreet zal het beleid gericht zijn op de volgende drie lijnen:

    1. het voorkomen van afval;
    2. het zoveel mogelijk hergebruiken van afvalstoffen, waarbij produkthergebruik voorrang heeft op materiaalhergebruik;
    3. het treffen van voorzieningen voor de milieuhygiënisch verantwoorde eindverwerking van afval.
    Om dat doel te bereiken zal eerst een samenhangend pakket van minimumvoorzieningen op afvalgebied aanwezig moeten zijn.
In samenwerking met de afvalbeleidsdiensten van de eilandgebieden zijn de contouren van het afvalbeleid nader uitgewerkt in "Het Raamwerk van het Afvalbeleid voor de Nederlandse Antillen". Binnen het raamwerk van het nationale afvalbeleid, zullen alle eilanden – voor zover nog niet gebeurd – afvalactieplannen opstellen die ingaan op de specifieke lokale afvalproblematiek. Op Curaçao is het Eerste Afvalstoffenplan in 1996 in werking getreden. Op Bonaire is het afvalbeleid als onderdeel van het concept milieubeleidsplan opgenomen. Op Sint Maarten is een beleidsnotitie afval verschenen. Op Saba en Sint Eustatius wordt met assistentie van Selikor N.V. aan het opstellen van zo een plan gewerkt.

Basisniveau.

Alvorens de doelstelling verantwoorde verwerking van het afval te kunnen verwezenlijken, moet allereerst een samenhangend pakket van minimumvoorzieningen aanwezig zijn. Dit voorzieningenniveau wordt aangeduid als het basisniveau. Het basisniveau omvat de goed georganiseerde inzameling – gesloten inzamelcontainers, frequente inzameling, geschikt inzamelmaterieel - en het stortbeheer – voldoende stortcapaciteit, een stortplan, geschikt materieel ten behoeve van het stortbeheer -. Het basisniveau had eind 1998 op alle eilanden bereikt moeten zijn. Voor wat betreft Bonaire en Curaçao is de inzameling op orde en heeft men het storten onder controle. Curaçao is voornemens om een nieuw stortmanagementplan met daaraan gekoppeld een investeringsplan voor het gehele bedrijf op te stellen, maar de benodigde financiering ontbreekt ten enenmale. Bonaire heeft deze fase achter de rug, maar door gebrek aan financiële middelen kan de implementatie niet met voortvarendheid plaats vinden. Wel is gestart met de acties die weinig investeringen vragen. Op Sint Maarten is de afgelopen tijd met vergrote inzet gewerkt aan het op orde maken van de stortplaats. Zo is een damwand rond de stort aangelegd, wordt er nu in vakken gestort en is het beheer van de stort in ruime mate verbeterd. Door het plaatsen van containers is een start gemaakt met de verbetering van de inzamelstruktuur. De inzameling vergt nog wel wat inspanningen. Op Saba wordt gewerkt aan het op peil brengen van de inzamel capaciteit. Het storten levert op dit moment nog geen urgente problemen op. In de nabije toekomst moet wel actie worden ondernomen, omdat de huidige verwerkingsmethode de levensduur van de stortplaats sterk verkort en de ruimte voor verwerking van afval maar zeer beperkt is. De situatie op Sint Eustatius is zorgelijk. Ten aanzien van de inzamelcapaciteit is enige - maar nog lang niet voldoende – vooruitgang geboekt, maar ten aanzien van het stortbeheer is helemaal geen vooruitgang geboekt, terwijl juist dit eiland met betrekking tot het storten de grootste inspanning vereist. Er is geen materieel om de stortplaats te onderhouden, het afval wordt niet regelmatig afgedekt en wordt helemaal niet gecompacteerd. Hierdoor is de overlast voor de omgeving en de druk op de ruimte onhoudbaar geworden. Volgens de eilandelijke autoriteiten is de huidige stortruimte volledig gebruikt en moet naar een andere locatie worden omgezien. De studie naar een nieuwe stortlocatie en het materieel dat voor het onderhoud van een stortplaats nodig is, is door het gebrek aan financiële middelen niet uitgevoerd.

De afvalvereniging AMUST – een samenwerkingsverband tussen de diensten en overheidsgedomineerde bedrijven belast met de afvalinzameling - heeft het initiatief opgepakt om voor de leden, die nog niet beschikken over stort- en bijbehorende investeringsplannen, deze plannen te doen opstellen. Sint Eustatius zou vanwege de urgentie, als eerste aan bod komen. De terms of reference zijn reeds voorbereid. Deze activiteit stagneert omdat de toegezegde financiering (nog) niet ter beschikking is gesteld.

Streefniveau.

In het kader van de preventie is in 1997 op Bonaire een project uitgevoerd "de plastic zakken van Bonaire". Doel van het project was om het gebruik van de plastic tassen te verminderen. Middels een convenant hebben de supermarkten zich verplicht geen plastic tassen meer te verstrekken en slechts tegen directe betaling papieren zakken uit te reiken aan klanten. Bij de start van dit initiatief zijn aan de consumenten op Bonaire duurzame boodschappentassen uitgereikt. Deze actie is inmiddels geëvalueerd. De supermarkten houden zich goed aan de afspraken, de consumenten nemen nu zelf een boodschappentas of –krat mee. Bijkomend voordeel is de aanzienlijke daling van de kosten aan verpakkingsmateriaal.

Er zijn inventarisatie onderzoeken uitgevoerd naar alle bestaande lokale recycling initiatieven, het RIB- (Recycling Initiatieven Benedenwinden) en het RIBO-onderzoek (Recycling Initiatieven BOvenwinden). Op de Bovenwinden is tevens aandacht besteed aan de hoeveelheid en de samenstelling van het afval. Deze onderzoeken hebben enerzijds tot doel gehad om een beter beeld te krijgen van de bestaande lokale initiatieven en de knelpunten die in de bedrijfsvoering van de activiteiten worden ervaren, en anderzijds om de consument te informeren over deze initiatieven. Bonaire heeft de mogelijkheden van hergebruik in de lokale situatie onderzocht. Op de derde afvalconferentie, oktober 1998, is het hergebruik van autowrakken aan de orde geweest. De keuze om autowrakken als eerste hergebruik afvalstroom te identificeren komt door het volume, de afzetmogelijkheden en de milieubelasting van deze afvalstroom. Naar aanleiding van de opgestelde terms of reference voor een implementatieplan zijn offertes aangeboden, die momenteel bestudeerd worden. Door de schaal van de operatie, door de invloeden van de wereldmarkt op de afzet, en door het ontbreken van lokale concurrentie op dit terrein, dienen waarborgen voor de continuïteit van de verwerking te worden gecreëerd. De participatie van de overheid in dit traject zal daarom worden onderzocht.

Verantwoorde eindverwerking.

Voor alle eilanden geldt, dat op termijn naar een betere wijze van eindverwerking van het afval moet worden gezocht. Op Sint Maarten is een studie uitgevoerd naar een aantal hoogwaardige eindverwerkingsalternatieven. Het beslismoment op welke wijze het afval in de toekomst verwerkt zal worden is voor dit eiland nader.

Milieugevaarlijke afvalstoffen.

Vanaf 1997 is de mogelijkheid gecreëerd om gevaarlijk afval dat op de Nederlandse Antillen is ontstaan voor verwerking in Nederland aan te bieden. Overeenkomstig het gestelde in het Verdrag van Basel, dat het internationaal transport van gevaarlijk afval reguleert, is een bilaterale overeenkomst tussen de Nederlandse en Antilliaanse Milieuminister afgesloten, januari 1997. Deze overeenkomst is in januari 1999 verlengd. Van deze mogelijkheid is enkele malen gebruik gemaakt. Selikor N.V. voert een inventarisatie uit naar het gevaarlijk afval op Curaçao. De haalbaarheid van een verantwoorde verwijderingstructuur, welke een integrale oplossing biedt voor alle op het eiland vrijkomende gevaarlijke afvalstromen, zal worden onderzocht en een plan van aanpak voor de realisatie zal worden geformuleerd. De projectstructuur is zodanig dat onder begeleiding van deskundigen op verschillende niveaus lokaal kennis wordt opgebouwd. De opgedane kennis en ervaring die tijdens deze studie worden opgedaan zullen aan de andere eilanden ter beschikking worden gesteld. Op Sint Maarten zijn de voorbereidingen gestart voor het oprichten van een gevaarlijk afval depot.

Instrumenten.

Op de tweede afvalconferentie is het wetgevend instrumentarium aan de orde geweest. Op deze conferentie, oktober 1997, zijn de bouwstenen voor een model eilandverordening afvalstoffen, geformuleerd. In april 1998 is de modelverordening aan de eilanden aangeboden, en verschillende eilanden zijn nu doende om delen uit het model in de huidige verordeningen op te nemen of om het model al dan niet op specifieke punten aangepast voor te bereiden voor behandeling in de resp. eilandraden.

In het kader van het beleidsoverleg.

Op de eerste afvalconferentie, oktober 1996, is afgesproken om minstens een maal per jaar bijeen te komen, zowel beleidsdiensten als uitvoerende diensten, om de voortgang van het afvalbeleid te bespreken. Het jaarlijkse afvaloverleg is nu drie keer op een rij georganiseerd, te weten op Aruba, Sint Maarten en Curaçao. Jaarlijks ten tijde van de afvalconferentie, waaraan participeren de afvalbeleidsdiensten, de verantwoordelijke uitvoerende afvaldiensten of overheidsgedomineerde N.V.’s van de Nederlandse Antillen en Aruba, wordt de voortgang van het afvalbeleid tegen het licht gehouden. Het Nederlandse Ministerie VROM stelt tijdens deze bijeenkomsten expertise ter beschikking.

Samenwerking tussen de eilanden van de Nederlandse Antillen en samenwerking met Aruba vergroot de mogelijkheden om het afvalprobleem aan te pakken. Het initiatief voor samenwerking is op de eerste afvalconferentie, oktober 1996, genomen. Op Wereldmilieudag 1997 is de afvalvereniging A MUST, Asosashon pa Maneho Uní di Shushi i Tèknologia, opgericht met als doel het in samenwerking tussen de leden bevorderen van afvalverwijdering en reinigingstaken op een doelmatige wijze. De leden van deze vereniging zijn de verantwoordelijke uitvoerende diensten of overheidsgedomineerde N.V.’s van de Nederlandse Antillen en Aruba. Speerpunt van de vereniging is om op alle eilanden zo snel mogelijk het basisniveau van afvalinzameling en –verwerking te realiseren. Wanneer dit is bereikt, kunnen de eilanden samen werken aan nieuwe ontwikkelingen. Twee Terms Of Reference zijn voorbereid: één voor het opstellen van een stortmanagement plan en één voor een investeringsprogramma voor de gehele dienst of bedrijf. A MUST heeft in 1998 een stage georganiseerd in Nederland met als doel de leden in de gelegenheid te stellen kennis te nemen van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van inzameling en verwerking van afval. Tijdens deze stage maakten de leden kennis met alle aspecten van de bedrijfsvoering van Nederlandse inzamel en –verwerkingsdiensten. De laatste week van de stage was er een minisymposium bij het ministerie van VROM.

Afvalwater

Het project afvalwatersanering Kralendijk e.o., Bonaire, is weer op de rails. Een feasibility studie is in opdracht van DEPOS in 1998 afgerond, en het projectdossier is onder meer aan de Europese Unie aangeboden. Dit project zal voor co-financiering worden voorgedragen. Een deel van de project begroting is reeds door de Europese Unie toegezegd. Het voorstel omvat de aanleg van riolering en twee zuiveringsinrichtingen ten behoeve van de gebieden van Kralendijk e.o.

Het afvalwater saneringsproject Kuststrook Marie Pompoen, Curaçao, is inmiddels bijna afgerond. Met dit project is bereikt dat het afvalwater in dit gebied naar een zuiveringsinrichting wordt getransporteerd.

Ook op Sint Maarten is in het kader van de wederopbouw na orkaan Luis (1995) gestart met afvalwater saneringen, waaronder de aanleg van riolering en het vergroten van de zuiveringscapaciteit.

Op regionaal niveau wordt nog steeds gewerkt aan het formuleren van het Protocol Land-Based Sources of Marine Pollution, als onderdeel van de Cartagena Conventie inzake de bescherming en ontwikkeling van het mariene milieu in het Caraibische gebied. Op een regionale workshop is een presentatie gehouden van de afvalwaterbehandeling en het -beheer op de Nederlandse Antillen, in het bijzonder die op Curaçao. Deze workshop heeft tot doel gehad regionaal elkaar te informeren over de eigen afvalwatersituatie en kennis en ervaring over de inzamel en zuiveringssystemen uit te wisselen.


5. Olie en het milieu.

Ten aanzien van de luchtverontreiniging van de raffinaderij te Curaçao geldt als belangrijkste uitgangspunt het beëindigen van emissies, die leiden tot onaanvaardbare immissie concentraties van luchtverontreinigende stoffen op mens en milieu.

Voor de produktie van olieprodukten, de op- en overslag en het transport over land geldt als belangrijkste doelstelling dat de olie-industrie geen nieuwe bodemverontreiniging mag veroorzaken.

Wanneer het streven is om verspreiding van de bestaande bodemverontreiniging tegen te gaan en verontreinigde gebieden een andere bestemming te geven zal "oude" bodemverontreiniging door olie en gerelateerde afvalstoffen systematisch moeten worden opgeruimd.

Verontreiniging van het water door op- of overslag of tijdens transport dient ten alle tijden te worden voorkomen.

De initiatieven die zijn ondernomen inzake de concrete opruiming van de erfenissen van de olie-industrie op Curaçao zijn niet gelukt. Met betrekking tot het asfaltmeer zijn door het eilandgebied diverse saneringsopties overwogen, maar de resultaten hiervan zijn nog niet geconcretiseerd. De raffinaderij op Curaçao is in juli 1997 een hindervergunning verleend. De centrale overheid heeft een bezwaarschrift ingediend, waarin is aangegeven dat de opgenomen voorwaarden in de vervolgfase moeten worden aangescherpt en dat de voorgestelde looptijd van de vergunning te lang was. De looptijd van de vergunning is aangepast. De participatie van de centrale overheid in de verlening van de vergunning is niet succesvol verlopen. De rol en de bevoegdheden van de centrale overheid in het inspectietraject zijn niet vastgelegd. Op procedurele gronden is het werkverband met de inspecteur beëindigd. Inmiddels wordt gecontroleerd op de naleving van de vergunning. De raffinaderij heeft in het kader van het IRUP-programma (ISLA Refinery Upgrading Programme) milieu verbeteringsprojecten uitgevoerd. Anderzijds wordt door een toegenomen produktie de verwachte vermindering van verontreinigende stoffen niet gehaald. De raffinaderij rapporteert op regelmatige basis over de emissies naar lucht en water. Over noodzakelijke uitbreiding en aanscherping van normen wordt momenteel overleg gevoerd. Het eilandgebied streeft er naar de communicatie over de raffinaderij met name aan degenen die het meest getroffen worden door de overlast, zoals scholen in de omgeving, te verbeteren.

Om de discussie over het economisch belang van de raffinaderij richting te geven, is er het voornemen om een kosten – baten analyse op te stellen van de huidige operatie, alsmede de kosten en baten bij terugdringing van vervuiling. Het is van belang om voor het uitvoeren van deze analyse voldoende bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak te hebben.

De regelmatige, goed gecoördineerde inspecties van Statia Oil Terminal, die door het eilandgebied Sint Eustatius worden georganiseerd werpen hun vruchten af. Aan deze inspecties nemen de Arbeid- en Veiligheidsinspectie, de Scheepvaartinspectie en de milieu-inspectie deel. De voorgenomen raffinage activiteiten op Sint Eustatius zijn van de baan. Zowel van Sint Eustatius als van Curaçao hebben degenen die belast zijn met de controle op de naleving van de hindervergunning stage gelopen bij een Nederlandse raffinaderij. De olieterminal te Caracasbaai, Curaçao, is ontmanteld, terwijl de olieterminal op Bonaire nog geen hindervergunning heeft.

De Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba controleert op verzoek van de Regering van de Nederlandse Antillen onder meer op overtredingen van milieu- en natuurverordeningen. Regelmatig worden processen-verbaal opgemaakt over illegale olielozingen. Tot op heden is geen vervolging gepleegd van de overtreders.


6. Toerisme, Milieu en Natuur

De doelstelling is het toerisme in ecologische zin duurzaam te maken. Het streven is dat toerisme zoveel mogelijk in evenwicht is met zijn omgeving. Want alleen dan, in een schone natuurrijke omgeving, kan toerisme ook economisch duurzaam zijn.

In 1997 is in goed overleg met de doelgroep (hotelorganisaties, restaurants, vliegmaatschappijen, toeristische organisaties, milieu- en natuurorganisaties etc.) en de overheden tijdens een werkconferentie op Saba en Sint Maarten de Nota Duurzaam Toerisme opgesteld. In deze nota wordt de richting van het beleid verder uitgewerkt.

Een aantal concrete voorbeeldprojecten zijn de afgelopen periode uitgevoerd. Op de horecabeurs op Curaçao is de hotelkamer van de toekomst getoond. Na dit geslaagde optreden is besloten om de voorbeeldkamer in de praktijk uit te voeren. In samenwerking met de Curaçaose toeristische organisatie is de ecokamer in een lokaal hotel in gebruik genomen. In deze kamer zijn een aantal milieuvoorzieningen aangebracht, zoals energie- en waterbesparende elementen, zonne-energie, CFK-vrije koeling. Deze kamer wordt normaal ingezet door het hotelmanagement, en het water en energieverbruik wordt gedurende een jaar apart gemonitored. Na dit jaar zullen de energie en waterverbruiksresultaten worden vergeleken met een niet-ecokamer. Een promotiefilm over milieuzorg in de sector moet zowel hotelmanagement als -personeel over de waarde van milieubewust management informeren.

In samenwerking met de ANWB wordt een inventarisatie gemaakt van bestaand toeristisch informatiemateriaal op milieu- en natuurgebied. Het is nu zaak om de doelgroep, de toerist die de Nederlandse Antillen gaat bezoeken, te bereiken en die te voorzien van bestaand of nieuw voorlichtingsmateriaal, waardoor zij vanaf het moment van de reservering van de vakantie reeds kennis kunnen nemen van de milieu- en natuurwaarden van hun vakantiebestemming en van de bijdrage die zij daaraan kunnen leveren.

De introductie van milieuzorgprogramma’s in de hotels op Curaçao is van start gegaan. Op Sint Maarten zijn de voorbereidingen aangevangen voor een duurzame hotelbranche.


7. Het beheer van de natuur

Hoofddoelstelling van het gebiedsgerichte beleid zal zijn te komen tot een netwerk van beschermde natuurgebieden dat representatief is voor de aanwezige ecosystemen in de Nederlandse Antillen.

De hoofddoelstelling van de soortenbescherming is er zorg voor te dragen dat die dieren en planten die van oorsprong op de Nederlandse Antillen voorkomen niet in hun voortbestaan worden bedreigd. Migrerende soorten die zich tijdelijk op ons territoir bevinden, zullen eveneens actief worden beschermd.

De Landsverordening Grondslagen Natuurbeheer en –bescherming is op 9 januari 1998 (PB 1998, 49) door de Staten aangenomen. De verordening is op 1 februari 1999 in werking getreden (PB 1999, 24).

Het verzoek tot ratificatie van het CITES-verdrag (Convention on International Trade of Endangered Species of Wild Fauna and Flora) en het Biodiversiteitsverdrag kon hiermee worden gedaan.

Volgend uit de Landsverordening moeten op alle eilandgebieden twee jaar na de inwerking treding een eilandverordening natuur van kracht zijn en een eilandelijk natuurbeleidsplan zijn vastgesteld. Daartoe is aan de eilanden aangeboden een model eilandverordening grondslagen natuurbeheer en -bescherming. Tevens zijn de eilanden geassisteerd bij het opstellen van een natuurbeleidsplan. Op Curaçao na is op alle eilanden het concept van een eilandelijk natuurbeleidsplan gereed. Curaçao is voornemens om medio dit jaar het concept van een natuurbeleidsplan gereed te hebben. Als startpunt voor de gebiedsbescherming zal het Eilandelijk Ontwikkelingsplan (EOP) dienen. De eilandelijke natuurbeleidsplannen zijn opgesteld in overeenstemming met het geschetste kader in de Contourennota, aangevuld met de eiland specifieke zaken. Het landelijk natuurbeleidsplan zal vervolgens worden opgesteld en zal bestaan uit een op landsniveau nadere invulling van de contouren en de eilandelijke beleidsplannen.

Gebiedsbescherming.

In het kader van de doelstelling om natuurgebieden te beschermen, is op Sint Eustatius het eerste nationale park een feit geworden. The Quill voldeed als eerste aan de gestelde criteria, namelijk een representatief voldoende groot voorbeeld van een ecosysteem met een unieke biodiversiteit, een wettelijke grondslag voor het te beschermen gebied en een solide beheersregime. Het Saba Marine Park is onlangs toestemming verleend om het predikaat van nationaal park te voeren. Hiermee is Saba Marine Park het tweede nationale park van de Nederlandse Antillen. Voor het Bonaire Marine Park en het Muriel Thissell Park op Saba zijn de gestelde criteria bijna volledig ingevuld. Sint Maarten is hard op weg om de basis te leggen voor een nationaal park. Zo zijn de gewenste te beschermen terrestrische natuurgebieden en de grenzen van het marine park reeds aangegeven, is er beleid geformuleerd ter bescherming van de Hill Sides en is de implementatie reeds opgestart, is een natuurbeheerorganisatie, The Sint Maarten Nature Foundation, opgericht, en is vooruitlopend op de aan te nemen mariene milieuverordening reeds een zoneringsplan voor het mariene park opgesteld. Ook Curaçao heeft inspanningen verricht, namelijk een concept eilandsverordening Marien Natuurbeheer en –bescherming, die in lijn is met de Landsverordening Grondslagen Natuurbeheer en -bescherming en als opvolger van de Rifbeheerverordening wordt aangemerkt. Deze nieuwe verordening zal de mogelijkheid bieden om mariene parken in te stellen en het beheer op een adequate wijze te regelen.

Op verschillende eilanden tekent zich een beeld af dat grote particuliere gebieden in ruimtelijke plannen van de overheid een conserveringsbestemming krijgen. De eilandelijke overheid dient nu aan te geven, welk gebruik in dit gebied nog wel getolereerd kan worden en op welke voorwaarden. Om enigszins bij te kunnen dragen aan het overleg tussen eigenaar en overheid, is een case studie voor het landgoed Oostpunt (Curaçao), een particulier gebied met een conserveringsbestemming, uitgevoerd. Een aantal scenario’s voor haalbare duurzame economische ontwikkeling van dit gebied zijn doorgerekend.

In het kader van de wens om te voorkomen dat Klein Bonaire niet aan project ontwikkelingen ten prooi valt - Klein Bonaire is van enorme waarde voor het mariene milieu -, is een onderzoek uitgevoerd naar de juridische mogelijkheden om ongewenste ontwikkelingen te voorkomen. Klein Bonaire is in particulier bezit en het eilandgebied Bonaire is niet in de vermogenspositie om dit eiland in bezit te krijgen. Bonaire beschikt nog niet over een ruimtelijk plan. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat Bonaire de smalle kuststrook tot vijftig meter, die eigendom is van het eilandgebied, op basis van de natuurbeschermings- en monumentenverordening 1967 (AB 1976, 7) kan bestemmen als beschermd gebied. De invulling van de Eilandsverordening Ruimtelijke Ontwikkeling Bonaire en de nog aan te nemen eilandsverordening grondslagen natuurbeheer en –bescherming bieden mogelijkheden om Klein Bonaire als geheel te bestemmen als conserveringsgebied.

Een van de opties in gevallen dat (potentiële) conserveringsgebieden in particulier bezit zijn, zou de aankoop door de overheid kunnen zijn. In dit kader is in een commissie, waaraan participeerden de departementen voor Ontwikkelingssamenwerking, Financiën en Milieu en de Centrale Bank, de mogelijkheid van een Debt for Nature Swap bekeken. Specifiek is nagegaan of de aflossingen van de schuld aan Nederland door Nederland kunnen worden kwijt gescholden in ruil voor de aankoop van conserveringsgebieden, waarbij de Antilliaanse overheid garandeert deze gebieden duurzaam te beheren. Deze constructie is in de Nederlandse Ontwikkelingssamenwerking reeds eerder toegepast. Voordeel van deze formule is dat lokale valuta in een duurzaam goed, namelijk natuur wordt geïnvesteerd. Dit initiatief is ondermeer stuk gelopen op het feit dat de aflossingen van de schulden door de Nederlandse Antillen aan Nederland tijdig geschieden, waardoor de waarde van de schuld niet minder werd, maar ook omdat de Nederlandse Antillen deze schuldenruil bij voorkeur voor de sociaal economische ontwikkeling wilde bestemmen.

Om de eenmaal ingestelde natuurgebieden te kunnen beheren, zijn goed draaiende professionele beheersorganisaties nodig. Inmiddels zijn er op elk eiland beheersorganisaties aanwezig, die regelmatig met elkaar overleggen. In sommige gevallen zijn voor het beheer van natuurgebieden contracten afgesloten tussen overheid en beheersorganisatie. Zoals bij zo vele natuurbeheersorganisaties zijn de financiële middelen zeer beperkt. Op het natuurplatform van 1998 hebben de natuurorganisaties besloten om een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren naar de instelling van een Trustfund, waarbij de jaarlijkse opbrengsten van dit fonds ten behoeve van het beheer van natuurgebieden gebruikt zal worden. Een ander initiatief is een onderzoek naar de verschillende lokale, Nederlandse, Europese en internationale natuurfondsen, die mogelijk middelen ten behoeve van de natuur ter beschikking hebben. Dit onderzoek is ook uitgevoerd voor milieufondsen. Van beide onderzoeken is een boekje verschenen.

De natuurbeheersorganisaties hebben de afgelopen jaren op steun uit verschillende hoeken kunnen rekenen: in sommige gevallen subsidies van de overheid, particuliere giften, maar ook middelen uit fondsen zoals het KNAP-fonds, het Wereld Natuur Fonds, Stichting DOEN en het Prins Bernhard Natuur Fonds. In algemene bewoordingen is steun verleend ten behoeve van de versterking van deze organisaties, onderzoeken, draagvlakverbreding- en voorlichtingsactiviteiten.

Voor ieder beschermd gebied zullen de betreffende beheersinstanties een beheersplan moeten opstellen, waarin het beheer op lange termijn wordt geregeld. Voor de gebieden Lac (Bonaire), Muriel Thyssel (Saba), The Quill (Sint Eustatius) en Hermanus (Curaçao) zijn nu beheersplannen in concept gereed of in voorbereiding.

De Saba Bank, onder de jurisdictie van de Sabaanse overheid en de landsoverheid, is een gebied rijk aan biodiversiteit waaronder vis. Voor een duurzaam beheer van dit gebied is een aanvang gemaakt met de inventarisatie van het gebied om te komen tot een beheersplan. In 1996 werd een eerste algemene inventarisatie van het gebied uitgevoerd en een samenvatting gemaakt van de beschikbare gegevens over de Bank. Alle aspecten van het gebruik van de Bank werden bekeken, en een ruwe indruk werd verkregen over de locatie en samenstelling van het koraalrif van de Bank. De resultaten van deze inventarisatie zijn in twee rapporten gepubliceerd: "Towards Sustainable Management of the Saba Bank" en "Seabirds, Marine Mammals and Human Activities on the Saba Bank" Uit deze voor-inventarisatie kwam de daadwerkelijke noodzaak voor duurzaam beheer naar voren. Ook kwam naar voren waar ontbrekende gegevens en kennis aangevuld moeten worden voordat een verantwoord beheersplan geconcipieerd kan worden. Naar aanleiding van deze studie zal een nadere inventarisatie van het gebied, in eerste instantie van de visserij worden uitgevoerd. Gekozen is om de benodigde kennis van moderne inventarisatiemethoden middels een op de Nederlandse Antillen te geven opleiding in huis te halen. Ten behoeve van de Saba Bank voert een coördinator, in samenwerking met op de Bovenwindse eilanden werkzame personen, dit visstandonderzoek uit. Doel van het onderzoek is om voldoende gegevens over de visstand te verzamelen, minimaal gedurende een jaar, om zo te komen tot een duurzaam beheer van de Saba Bank.

Met betrekking tot de soortenbescherming.

Op Curaçao is de Rifbeheerverordening in 1996 gewijzigd en een eilandsbesluit aangenomen om alle zeeschildpadden die in de wateren van Curaçao voorkomen en die hun eieren op de stranden van Curaçao leggen, te beschermen. Hiermee volgt het grootste eiland van de Nederlandse Antillen de eilandgebieden Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Alleen te Sint Maarten ontbreekt nu nog adequate regelgeving om de zeeschildpadden via eilandelijke regelingen te beschermen. Losstaand van de lokale wens om schildpadden te beschermen, heeft eind 1998 het Koninkrijk der Nederlanden voor de Nederlandse Antillen de Inter American Sea Turtle Convention, verdrag inzake de bescherming en het beheer van de zeeschildpadden van de Amerikaanse continenten, getekend.

Ten behoeve van de kennis van op de Nederlandse Antillen voorkomende soorten en de stand daarvan voert Carmabi onderzoeken uit. Zo is een biologische inventarisatie van de Bovenwinden uitgevoerd, is een studie gedaan naar de Iguana delicatissima, vlinders en vleermuizen. Ook is een fenologie studie – dat is een beschrijving gedurende de seizoenen van planten – uitgevoerd, om zo inzicht te krijgen in de voedselvoorraad voor dieren. Een boekje getiteld "Inheemse bomen van de Benedenwindse eilanden" is verschenen.

Ofschoon formeel door de Nederlandse Antillen nog geen ratificatie van het CITES-verdrag heeft plaats gevonden, zijn er wel reeds op basis van de Landsverordening Grondslagen Natuurbeheer en –bescherming, die de nationale uitvoeringswetgeving van dit verdrag is, een aantal activiteiten ontplooid. De beheersinstantie is aangewezen, namelijk de sectie milieu en natuur van het Departement Volksgezondheid en Milieuhygiëne. Het polsen van - op elk eiland minstens een – personen voor de oprichting van de wetenschappelijke autoriteit is in volle gang. De douane en de eilandelijke autoriteiten hebben een CITES-training gevolgd. Nu moet een publieke bewustmakingscampagne worden opgestart, waardoor de burger op de hoogte wordt gebracht wat wel en wat niet meer kan onder de nieuwe Landsverordening. Onder meer moet gedurende de zes maanden overgangsperiode de registratie van dieren die nu een beschermde status hebben gekregen plaats vinden. Momenteel worden CITES-voorlichtingsfolders ontwikkeld.

Op Sint Eustatius bezorgt het loslopend vee diverse problemen, onder meer op het gebied van hygiëne, veiligheid, aantasting van de natuur en de landbouw. Sinds de Registratieverordening in werking is getreden, is het onder meer niet meer toegestaan om vee op publieke terreinen te houden. Het publiek is als onderdeel van deze campagne regelmatig geïnformeerd. Statia Farmers Cooperation heeft ten behoeve van de afscherming van het vee terrein scheidingsmateriaal ontvangen. Volgende op deze verordening is een actieplan opgesteld, "Report on Agriculture and Livestock in Statia". Er zijn in goed overleg met de doelgroep aanbevelingen geformuleerd. In hoofdlijnen komen deze aanbevelingen neer op het duurzaam ontwikkelen van de landbouw en veeteelt sector op Sint Eustatius met als doel de export te bevorderen en het invullen van de behoefte om in deze ontwikkelingen te kunnen voorzien. Het Bestuurscollege toetst momenteel de aanbevelingen. In het Christoffelpark op Curaçao is het geitenprobleem grotendeels bedwongen.

Carmabi heeft de vegetatiekartering van de Nederlandse Antillen ter hand genomen. De vegetatiekaart van Curaçao is gereed en aan de productie van de kaarten van de Bovenwinden en Bonaire wordt gewerkt.


8. Vergroting van het draagvlak

Het is van zeer groot belang dat een ieder zich meer verantwoordelijk gaat voelen voor zijn leefomgeving. De overheid kan deze zorg onmogelijk alleen dragen. Daarom zal worden gewerkt aan de verbreding van het draagvlak voor milieu- en natuurbeheer - waarbij wordt voortgebouwd op de waardevolle lopende activiteiten – door het aanhalen van de banden met het onderwijs, het bedrijfsleven, particuliere milieu- en natuurorganisaties en de media.

Op het terrein van vergroting van het draagvlak zijn diverse initiatieven ondernomen of ondersteund. Vooral initiatieven van milieu- en natuurorganisaties en initiatieven in het onderwijs zijn aan de orde geweest.

In 1998 is op Bonaire een workshop Natuur- en Milieu-educatie georganiseerd. Doel van deze workshop was het bijeenbrengen van de makers van NME-materiaal en het elkaar informeren over het bestaande materiaal. Er is een informatie markt georganiseerd waarbij al het educatie materiaal is tentoongesteld. Tevens is de behoefte van aanvullend materiaal vastgesteld. Deze workshop is als zeer nuttig ervaren door degenen die zich met ontwikkeling van educatie materiaal bezig houden en het voornemen is vergelijkbare bijeenkomsten met gepaste frequentie te organiseren.

De natuurbeheerorganisaties zijn alle actief om de schooljeugd voor te lichten over de waarde van de natuur. Op Bonaire is voor een periode van drie jaar een natuur- en milieu educatie medewerker aangetrokken door Stinapa Bonaire, terwijl op Curaçao de eilandsdienst Onderwijs het NME-programma van Carmabi financieel voor zijn rekening heeft genomen..

Het door de Leerstoel voor Milieu en Ontwikkeling van de Universiteit van de Nederlandse Antillen ontwikkelde afval educatie programma voor het basisonderwijs "Rommelton" is geëvalueerd, aangepast en vertaald. De Rommelton wijdt leerlingen in in het ontstaan van afval en de mogelijkheden om daarmee alsnog iets nuttigs te doen. Bonaire en de Bovenwinden zullen nog dit jaar getraind worden in het gebruik van dit educatie programma.

Het door de Fundashon Material pa Skol ontwikkelde lesmateriaal ten behoeve van het vak aardrijkskunde van de basisvorming "Wij verzuipen in ons afval" is vertaald, bijgesteld en gedrukt ten behoeve van scholen op de Bovenwinden. De leerlingen krijgen via het materiaal inzicht in het ontstaan van afval, de gevolgen van afval voor het milieu en de wijze waarop de mens het ontstaan van afval kan beïnvloeden.

Het GLOBE-programma is op zes middelbare scholen op de Nederlandse Antillen geïntroduceerd. Het programma "Global Learning and Observation to Benefit the Environment" is een internationaal milieuwetenschappelijk en onderwijs programma dat scholieren, leraren en wetenschappers samenbrengt voor het bestuderen van het wereldmilieu. Scholieren leren volgens vastgestelde protocollen informatie over milieu- en natuuronderwerpen verzamelen en versturen deze gegevens via moderne communicatiemiddelen, internet, naar een centrale databank die de gegevens verwerkt en onder andere vergelijkt met gegevens die door de NASA zijn verzameld. De scholieren kunnen hun gegevens vervolgens weer opzoeken, maar kunnen ook de gegevens van andere deelnemende scholen opsporen.

De voortgang van de uitvoering van het GLOBE-project stagneerde. Er is inmiddels een evaluatie uitgevoerd. Uit de evaluatie is ondermeer naar voren gekomen dat de scholieren een hoge mate van interesse vertonen voor dit project. Hun interesse is voornamelijk gericht op het verzamelen en verwerken van gegevens - dat het milieu- en natuurgegevens zijn is een leuke bijkomstigheid -. Het draagvlak bij de docenten en soms ook wel de schoolleiding is minder, onder meer door een discussie over de toekenning van taakuren. Sommige GLOBE-scholen hebben aangegeven een doorstart te willen maken en krijgen daarvoor een tegemoetkoming. Aan de andere kant staat daar tegenover een inspanningsverplichting. Afhankelijk van de resultaten van de doorstart zal een beslissing worden genomen over de voortgang van dit initiatief.

In het kader van de bewustwording wordt in samenwerking met de Dierenbeschermingeen campagne gevoerd tegen het in gevangenschap houden van inheemse, in het wild levende dieren onder het motto "Een huisdier haal je niet uit de vrije natuur" en een actie tegen het invoeren en in gevangenschap houden van exotische dieren "Een exotisch dier, hoort niet hier". Leerlingen van scholen, douane, bezoekers van dierenklinieken, bezoekers en eigenaren van dierenwinkels en de gemeenschap zijn de doelgroepen van deze actie.


9. Wetgeving, Normstelling en Inspectie

Het opstellen en vaststellen van de raamwetten, de Landsverordening Grondslagen Natuurbeheer en -bescherming en de Landsverordening Grondslagen Milieubeheer, de juridische grondslag op basis waarvan de centrale overheid de milieu- en natuurtaak uitvoert, alsmede de eilandverordeningen die in relatie staan tot deze raamwetten. Die basis moet in de komende jaren via normstelling en de Milieu-inspectie verder worden versterkt en ingevuld.

Op 9 januari 1998 is de Eilandenregeling Nederlandse Antillen (ERNA) die de bevoegdheden van de eilandgebieden en het land dwingend regelt, veranderd zodat duidelijkheid gecreëerd is voor wat betreft milieu en natuur. Waren voorheen slechts de eilandgebieden verantwoordelijk voor deze twee zorggebieden, terwijl daarentegen het land wel de verantwoordelijkheid droeg voor verdragsverplichtingen, ook op het gebied van milieu en natuur, door de wijziging is nu duidelijk dat het land verantwoordelijk en bevoegd is voor het uitvoeren van verdragsverplichtingen, maar deze verplichting wel dwingend kan delegeren naar de eilandgebieden. Op het gebied van toezicht op de uitvoering van de verdragsverplichtingen heeft het land zelfs extra bevoegdheden gekregen om, als de eilanden hun verplichtingen voortvloeiende uit natuur en milieuwetgeving niet uitvoeren, deze dan bij landsbesluit te regelen.

In samenwerking met de wetgevingscapaciteit van het Nederlandse Ministerie Landbouw, Natuur en Visserij, de eilandgebieden, het Centraal Bureau voor Juridische en Algemene Zaken en VOMIL is de Landsverordening Grondslagen Natuurbeheer en -bescherming afgerond. De Staten van de Nederlandse Antillen hebben deze verordening op 9 januari 1998 goedgekeurd, terwijl deze Landsverordening op 1 februari 1999 in werking is getreden. Met de inwerkingtreding van deze verordening is het juridische kader voor natuurbeleid op de Nederlandse Antillen gelegd. De Landsverordening verdeelt taken tussen het land en de eilandgebieden. De taken zijn toegespitst op de uitvoering van vijf natuurverdragen waar het Koninkrijk voor de Nederlandse Antillen partij bij zijn of binnenkort partij worden. Deze verdragen zijn het CITES verdrag dat de handel in bedreigde wilde dieren en planten reguleert, het RAMSAR verdrag ter bescherming en beheer van waterrijke gebieden en in het bijzonder als broedplaats voor vogels, de Bonn Conventie dat de bescherming en het beheer van migrerende diersoorten regelt, het SPAW protocol als onderdeel van de Cartagena Conventie, die handelt over bijzondere natuurgebieden en wilde flora en fauna van het mariene milieu van de Wider Caribbean Region en tenslotte het Biodiversiteitsverdrag dat de bescherming, het beheer en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit regelt. Voornaamste strekking van de Landsverordening is dat het land opgedragen wordt de handel in bedreigde planten en dieren te reguleren door middel van een vergunningsstelsel, terwijl de eilandgebieden opgedragen worden om voor hun eigen territoir zorg te dragen dat bijzondere natuurgebieden en bedreigde inheemse soorten wettelijk beschermd worden en actief worden beheerd om een duurzaam gebruik en een langdurig voortbestaan te garanderen.

Om de eilandgebieden bij te staan bij de totstandbrenging van de verplichte natuurregelgeving op eilandsniveau is in samenwerking met LNV een model natuurverordening (eilandsverordening grondslagen natuurbeheer en bescherming) opgesteld, dat vervolgens samen met de Landsverordening aan de eilandgebieden is aangeboden.

Ten behoeve van de Landsverordening Grondslagen Milieubeheer, die de grondslag vormt voor eilandelijke milieuregelgeving, zoals de hinder-, afval- en lozingsverordeningen, is in 1997 een werkconferentie georganiseerd, waaraan hebben geparticipeerd de juridische- en milieuafdelingen van de eilandgebieden, CBJAZ, het Nederlandse Ministerie Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en VOMIL. Tijdens deze werkconferentie hebben de eilandgebieden en het land op basis van een eerste ontwerp-verordening de gewenste inhoud van een definitieve verordening die het milieubeheer regelt vastgesteld. De Landsverordening Grondslagen Milieubeheer had nu in concept gereed moeten zijn. De wetgevingscapaciteit van het Nederlandse Ministerie VROM heeft door omstandigheden niet voortvarend aan de tekst kunnen werken. Door de beperkte wetgevingscapaciteit aan Antilliaanse zijde laten specifieke kwesties die dezerzijds moeten worden ingevuld langer dan wenselijk is op zich wachten.

Met betrekking tot internationale milieuregelgeving. Op regionaal niveau zijn de landen van de Wider Caribbean Region actief om het derde protocol van de Cartagena Conventie, Protocol on Land-Based Sources of Marine Pollution, te ontwikkelen. Dit protocol streeft na de Caribische Zee te beschermen tegen verontreiniging door op het land gelegen bronnen. Omdat het onderwerp van dit protocol ernstige – vooral financiële – gevolgen zal hebben voor de partijen, zijn de onderhandelingen zeer moeizaam en zijn de verwachtingen voor spoedige ratificatie van het protocol niet erg hoog gespannen. De bedoeling is dat in 1999 de definitieve wettekst plus bijlagen gereed zijn voor ondertekening door partijen.

De Antilliaanse regering heeft aangegeven het Verdrag van Basel, verdrag inzake het internationale transport van milieugevaarlijke afvalstoffen, te willen ratificeren. Daartoe zal de nationale wetgeving op orde moeten worden gebracht. Om nu al gevaarlijk afval voor adequate eindverwerking aan te kunnen bieden, hebben de Nederlandse Antillen en Nederland, dat wel partij is, conform het gestelde in het verdrag een bilaterale overeenkomst afgesloten die in deze mogelijkheid voorziet. De overeenkomst is afgesloten op 3 januari 1997 voor de duur van twee jaar. In 1999 is deze overeenkomst verlengd met twee jaar. Ook op regionaal niveau wordt de belangrijkheid van dit verdrag onderkend. In dit kader worden regionaal activiteiten ondernomen. Onlangs is Venezuela toegetreden tot het Basel Verdrag, hetgeen tot gevolg heeft dat ook met dit land een bilaterale overeenkomst zal moeten worden afgesloten.

In het kader van de samenwerking met VROM op het gebied van wetgevingscapaciteit is een model eilandverordening afvalstoffen opgesteld, die gedeeltelijk uitvoer geeft aan de nog vast te stellen Landsverordening Grondslagen Milieubeheer. De model eilandverordening afvalstoffen is inmiddels aan alle eilandgebieden aangeboden voor eigen gebruik.

Op basis van verdragsverplichtingen (de Nederlandse Antillen zijn partij bij het Ozon verdrag en het Montreal Protocol) moet het gebruik van harde CFK’s (chloor-fluor-koolstofverbindingen), een ozonlaag aantastend gas dat o.a. als koelvloeistof wordt toegepast, verboden worden en het gebruik van andere CFK’s uitgefaseerd worden. Omdat de verbodsperiode internationaal al is ingetreden, is prioriteit gegeven aan de aanpak van dit probleem. In mei 1997 is een workshop gehouden, waarbij in overleg met de eilandgebieden en de doelgroep de richting van het beleid is vastgesteld. In samenwerking met CBJAZ is een CFK-Landsbesluit opgesteld plus een Ministeriële beschikking met algemene werking om spoedig over te kunnen gaan tot een import en export verbod van harde CFK’s. Het ontwerp is inmiddels in de Sociaal Economische Raad behandeld en kan spoedig in werking treden. Het is wel zaak, zeker nu de Nederlandse Antillen hebben aangegeven partij te willen worden bij het Klimaatverdrag, dat de tijdelijke regeling van het CFK-besluit wordt opgenomen in een specifieke regeling.

Voor wat betreft de maritieme verdragen waaraan een grote milieucomponent verbonden is, is geadviseerd op het gebied van wenselijkheid van nieuwe verdragen of verdragswijzigingen en de nationale uitvoeringswetgeving. Genoemd kunnen worden de Landsverordening maritieme aansprakelijkheid die uitvoering geeft aan het CLC/Fund verdrag plus protocollen, de ontwerp-Landsverordening maritiem beheer die uitvoering geeft aan o.a. het OPRC verdrag en de London Convention 1972. Met het Departement voor Scheepvaart en Maritieme Zaken (voorheen Scheepvaart Inspectie Nederlandse Antillen) is afgesproken dat het primaat voor dit soort verdragen primair bij hun is gelegen.

In de procedure om te komen tot een hindervergunning voor de raffinaderij op Curaçao is het ontbreken van nationale, of zelfs eilandelijke milieunormen een ernstige hindernis gebleken. In nog andere gevallen, de stofoverlast veroorzaakt door één en hetzelfde bedrijf op Sint Maarten en Saba, hebben in het eerste geval de omwonenden gerechtelijke stappen ondernomen. De aanwezigheid en de verwerking van asbesthoudend materiaal is recentelijk ook aan de orde geweest.

Het opzetten van een milieu-inspectie, een milieu-inspectie met een juridische grondslag die op basis van milieunormen de taakstelling uitvoert, blijkt moeilijk van de grond te krijgen. Deels wordt de noodzaak van zo een inspectie ingezien - voor de stofoverlast problematiek wordt de centrale overheid onmiddellijk ingeschakeld en de participatie bij de gecoördineerde inspecties van Statia Oil Terminal hebben hun nut bewezen -, deels levert dat conflictsituaties op. De betrokkenheid van de centrale overheid bij de verlening van de hindervergunning aan de raffinaderij te Curaçao heeft zijn sporen nagelaten. De centrale overheid is niet betrokken geweest bij de verlening van een hindervergunning voor een nieuw te bouwen energiecentrale te Curaçao. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de bevolking steeds vaker protesteert tegen overlast of milieu-bedreigende activiteiten.

Handhaving van wettelijk geregelde normen is ook voor milieu en natuur noodzakelijk. De Kustwacht van de Nederlandse Antillen en Aruba verricht nuttig werk op het terrein van handhaving van naleving van enkele milieu- en natuurregelingen. Vooral op het gebied van de rapportage van olieverontreinigingen door schepen en het overtreden van de Visserijverordening – met name op de Saba Bank – werkt dit zeer effectief. De opvolging van de processen verbaal bij het constateren van olieverontreiniging verloopt zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk minder.


10. Samenwerking

De samenwerking met landsdepartementen en –diensten, de eilanden, de samenwerking op het gebied van onderzoek, met milieu- en natuurorganisaties, binnen het Koninkrijk, met de Nederlandse Ministeries VROM, LNV en Verkeer en Waterstaat zal worden geïntensiveerd.

Samenwerking met landsdepartementen en –diensten loopt naar tevredenheid. Met sommige departementen is de samenwerking intensief, met andere minder. Dit hangt samen met de prioriteiten die de betrokken departementen hebben, versus de krappe bezetting en de beperkte financiële ruimte. De Antilliaanse regering heeft besloten dat de taakverantwoordelijkheid voor visserij bij het Departement Economische Zaken ligt. Met dit departement en met de Visserijcommissie is afgesproken dat voor zover dit de Saba Bank betreft – e.e.a. in het kader van duurzaam beheer van dit gebied -, VOMIL de coördinerende rol vervult.

Op frequente basis, voornamelijk rond afgesproken thema’s, zijn platform bijeenkomsten georganiseerd met de eilandgebieden. De thema’s afval, duurzaam toerisme, natuur, natuur- en milieueducatie en wetgeving zijn aan de orde geweest. Het voornemen om ten tijde van het opstellen van de begrotingen gezamenlijk de activiteiten voor het volgende jaar te plannen is niet gelukt.

Op de eerste afvalconferentie, oktober 1996, is door de eilandgebieden en Aruba besloten om onderling samen te werken. Op 5 juni 1997 is de afvalvereniging AMUST, Asosashon de Maneho Uni pa Sushi I Tecnologia opgericht. De afvalvereniging komt regelmatig bijeen, onderling worden adviezen uitgebracht en informatie uitgewisseld. Ondanks gebrek aan (eigen) geld is A MUST uitgegroeid tot een centraal aanspreekpunt voor iedereen betrokken bij de inzameling en verwerking van afval op de Nederlandse Antillen en Aruba, een belangrijke ontwikkeling met het oog op de toekomst. De toegezegde financiering van het secretariaat en de activiteiten van de vereniging is op de helling gekomen, hetgeen een zware wissel trekt op de met moeite tot stand gebrachte samenwerking.

Een netwerk van internet aansluitingen bij de diverse milieu- en natuur focal points op de eilanden is ingesteld. De website van de sectie milieu en natuur, http://mina.vomil.an, waarin informatie is opgenomen over het beleid, de thema’s, informatie over milieu- en natuuraangelegenheden en de activiteiten van land en eilanden is in 1998 geactiveerd. De website wordt momenteel bijgesteld, met als doel deze toegankelijker te maken en van meer informatie te voorzien. Wetgeving en de nieuwsbrief zijn de meest bezochte informatieblokken. Een MINA-nieuwsbrief verschijnt minstens tien maal per jaar en wordt ook op de website geplaatst.

De samenwerking op het gebied van milieu-onderzoek is niet opgestart. De samenwerking op het gebied van natuuronderzoek met CARMABI komt langzaam van de grond. Sinds kort vindt met regelmaat overleg plaats. CARMABI participeert actief aan de natuurbijeenkomsten van de centrale overheid, maakt gebruik van financiële middelen uit de KNAP- en MINA-fondsen en sinds kort - als resultaat van het overleg – worden op verzoek adviezen aan VOMIL uitgebracht. Het natuuronderzoeksinstituut CARMABI wordt door de centrale overheid en door het eilandgebied Curaçao gesubsidieerd. De centrale overheid heeft het voornemen om de aansturing van CARMABI te regelen in de vorm van een zorgcontract. Tussen het eilandgebied Curaçao en Carmabi zal binnenkort een zorgcontract worden afgesloten.

Door de grootschalige veranderingen in het onderwijs, en alle aspecten die daarbij komen kijken, is de structurele integratie van milieu in het onderwijs nog niet geëffectueerd. Bij de basisvorming is inmiddels in het leerplan Mens en Natuur het domein Milieubewustzijn opgenomen. Momenteel wordt materiaal ontwikkeld voor de Antilliaanse scholen voor het voortgezet onderwijs dat aansluit bij de belevingswereld van de leerlingen en hun nader kennis laat maken met de eigen omgeving. Het primaire doel is hun milieubewustzijn te vergroten en meer belangstelling te creëren voor de eigen natuur en de milieuproblemen op de eilanden. Dit domein bestaat uit vier subdomeinen, te weten water, leefomgeving, ecosystemen en natuurparken. Thema’s die onder meer aan de orde komen zijn: afval, energie, natuur, broeikaseffect, de ozonlaag en zure regen.

Anderzijds is bij het funderend onderwijs ("basisscholen") en voor de bovenbouw (na de basisvorming) nog weinig concreet vastgelegd. De toekomstige ontwikkelingen zijn door de Raad van Ministers goedgekeurd, maar de specifieke leerdoelen zijn nog niet vastgesteld. Het ziet er wel naar uit dat het onderwerp milieu in de leerplannen zal worden opgenomen.

Fundashon Material Pa Skol, een stichting voor ontwikkeling van lesmateriaal ten behoeve van Bonaire en Curaçao, is een goed draaiende instelling die nuttig werk verricht. De ontwikkeling van materiaal voor milieuonderwijs wordt gestimuleerd en zo nodig wordt bijgedragen aan de produktie, bijstelling of vertaling ten behoeve van de andere eilanden. Nadeel is de facultatieve toepassing van dit materiaal op scholen.

Omdat de wetgevingscapaciteit bij de overheden gering is, is voor dit aspect een samenwerkingsrelatie met de Juridische Faculteit van de Universiteit van de Nederlandse Antillen aangegaan.

De samenwerking met milieu- en natuurorganisaties loopt in zijn algemeenheid naar tevredenheid. Geconstateerd wordt dat op sommige eilanden een enorme groei van deze organisaties plaats vindt. Dit zou kunnen betekenen dat milieu en natuur meer aan belangstelling winnen, maar zou ook kunnen betekenen dat er versplintering optreedt. De indruk is dat er geen afstemming van de activiteiten plaats vindt. Een daarbij komend nadeel is dat meerdere organisaties dezelfde hoeveelheid beschikbare middelen aanspreken. Op Bonaire is vorig jaar besloten een platform voor Bonairiaanse milieu- en natuurorganisaties op te richten. Dit platform verricht ten behoeve van de leden ondermeer activiteiten in de sfeer van coördinatie, overleg, afstemming, advisering en bovendien worden een aantal infrastructurele en logistieke zaken gezamenlijk aangeschaft en gebruikt.

In 1997 is de samenwerking op milieu- en natuurgebied tussen de Nederlandse Antillen en Aruba geformaliseerd. De formele invulling van de samenwerking heeft niet plaats gevonden. De informele samenwerking, Aruba wordt bij diverse door VOMIL georganiseerde activiteiten uitgenodigd om te participeren, vindt al veel langer plaats en zal ook worden voortgezet.

De samenwerkingsovereenkomst met het Nederlandse Ministerie VROM is in 1997 nader uitgewerkt. Er zijn thema’s van samenwerking vastgesteld: afval, draagvlak, wetgeving en inspectie. De samenwerking heeft als produkten opgeleverd: advisering inzake afvalonderwerpen, de bilaterale overeenkomst inzake het gevaarlijk afval, een model eilandverordening afvalstoffen, assistentie bij drie afvalconferenties, assistentie bij de activiteiten van de vereniging AMUST, introductie GLOBE, milieuwetgevingsconferentie, een aanzet voor de Landsverordening Grondslagen Milieubeheer, de Regeling Groen Beleggen, het MINA-fonds, trainingen en stages.

In het kader van de samenwerking is in 1997 de eerste Koninkrijksmilieutop gehouden, waarbij aanwezig de drie milieuministers van het Koninkrijk en de vijf milieugedeputeerden van de eilandgebieden. Deze top is als nuttig ervaren en het is de bedoeling om in de toekomst weer zo een bijeenkomst te organiseren.

De samenwerkingsovereenkomst met het Nederlandse Ministerie LNV, die op 12 januari 1994 voor het eerst gesloten werd, is op 4 juni 1997 voor een periode van vier jaar verlengd. De activiteiten waarop de samenwerking zich in de nieuwe periode zal richten zijn verdere ontwikkeling van natuurbeleid en –wetgeving op lands- en eilandsniveau, uitvoeringsmaatregelen gericht op bescherming en beheer van habitats en soorten, handhaving van de uitvoering van natuurbeleid en –wetgeving, met nadruk op het CITES verdrag in Koninkrijksverband, wisselwerking met andere beleidssectoren, werken aan ‘capacity building’ binnen en buiten de overheid, educatie en voorlichting, onderzoek en tenslotte financiering van het natuurbeheer. De samenwerking heeft als produkten opgeleverd: de Landsverordening Grondslagen Natuurbeheer en –bescherming, een model eilandelijke verordening natuur, eilandelijke natuurbeleidsplannen, beheersplannen voor natuurgebieden, het KNAP-fonds en een CITES-training.

Op regionaal niveau wordt geparticipeerd aan de milieu- en natuuractiviteiten in het kader van het Caribbean Environment Programme, onder secretariaat van UNEP, het regionale actie programma ter uitvoering van duurzame ontwikkeling in relatie tot ‘Small Island Developing States’ en het nog nieuwe initiatief van de Association of Caribbean States, die een subcommissie milieu heeft ingesteld.


11. Financiering van het milieu en natuurbeleid

Ter financiering van het beleid is een werkbudget 1996 – 2000 opgesteld. In dit werkbudget zijn activiteiten benoemd en zijn de daaraan verbonden financiering, de betrokken organisaties en een tijdspad vastgesteld. De financiering van het milieubeleid gaat de draagkracht van de Nederlandse Antillen te boven. Gegeven de relatieve nieuwheid van milieu en natuur als beleidsonderwerp op de Nederlandse Antillen (de Antilliaanse regering heeft in 1995 voor het eerst het onderdeel milieu op de begroting opgevoerd), is binnen de huidige bestemming te weinig geld voor milieu beschikbaar. Bovendien zal een inhaalslag nodig zijn.

De begroting van VOMIL leek zich in eerste instantie volgens de geplande ramingen te ontwikkelen. Door de financiële situatie van de Nederlandse Antillen is in 1997 een bezuinigingsronde van 35% doorgevoerd, en het Departement van Financiën kondigde begrotingskaders af, die geen rekening hielden met opgestelde en geaccordeerde beleidsnota’s of werkbudgetten. Deze trend heeft zich in de navolgende jaren voortgezet. Tevens zijn door de lange draagtijd van administratieve procedures de bestedingen in sommige jaren achterop geraakt, of worden bestedingen naar volgende jaren door geschoven.

Op 18 februari 1997 is de Contourennota door het Departement voor Ontwikkelingssamenwerking (DEPOS) aan de Vertegenwoordiging van Nederland te Willemstad aangeboden, met het verzoek programma financiering te overwegen en aan de Minister voor Nederlands Antilliaanse en Arubaanse Zaken ter financiering aan te bieden. Op 28 juli 1997 heeft het toenmalige KABNA onder voorwaarden ingestemd met de medefinanciering van de nota. Dit bericht heeft de sectie Milieu en Natuur in oktober 1997 bereikt.

In bijlage 1 is een overzicht van activiteiten weergegeven over de periode 1996 - 1998. Dit schema is niet uitputtend, maar geeft een beeld van projecten, die al dan niet in opdracht van of door de centrale overheid of de eilandbesturen op milieu en natuurgebied zijn uitgevoerd.

Voor wat betreft het KNAP-fonds (Kleine NAtuur Projecten Nederlandse Antillen).

In de drie jaar sinds de oprichting van het KNAP fonds in 1995, door gezamenlijke inbreng van VOMIL, KABNA, LNV en WNF, zijn er in totaal door het fonds 43 kleine natuurprojecten gesubsidieerd. De gesubsidieerde projecten kunnen in drie categorieën gegroepeerd worden, namelijk op het terrein van voorlichting en educatie, projecten betrekking hebbende op beheer van natuur en ondersteuning van infrastructuur en faciliteiten van (nieuwe) organisaties die zich met natuurbescherming bezig houden. Totaal werd ca. vijf ton toegezegd aan projecten. Concluderend kan gesteld worden dat het KNAP-fonds volledig aan de verwachtingen heeft voldaan. Helaas viel de bijdrage van het WNF met ingang van 1998 weg. Er kwamen ook geen nieuwe donateurs bij om het fonds te versterken, echter zowel het Nederlandse Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (voorheen KABNA), als LNV en VOMIL besloten opnieuw voor een periode van twee jaar, ingaande 1998, het fonds te doteren. In bijlage 2 wordt een overzicht gegeven van de projecten die van het KNAP-fonds gelden toegewezen hebben gekregen.

Voor wat betreft het MINA-fonds (MIlieufonds Nederlandse Antillen).

Dit fonds is in 1996 opgericht en wordt gevoed door VOMIL, KABNA en VROM. De Maduro en Curiel’s Bank heeft in 1996 een donatie gedaan. Globaal kunnen de projecten ingedeeld worden in drie categorieën: projecten ter vergroting van het draagvlak en milieubewustzijn in de maatschappij, demonstratieprojecten en aanpak van acute problemen. In totaal zijn 25 projecten goedgekeurd: veertien vielen onder de noemer draagvlakvergroting en vergroting milieubewustzijn, zes in de categorie demonstratieprojecten en vijf betroffen acties om direct milieuproblemen aan te pakken, veelal in samenhang met een bewustwordingsaspect. Concluderend kan gesteld worden dat er van het MINA fonds een zeer positieve werking uitgaat. De snelle beslissings- en toekenningsperiode stimuleert NGO’s - maar ook opleidings- en branche-organisaties - om met creatieve projecten te komen, die anders zeer waarschijnlijk niet van de grond gekomen zouden zijn. Hiermee beantwoordt het fonds geheel aan haar doelstelling, het stimuleren van kleine milieuprojecten op de Nederlandse Antillen. In bijlage 3 wordt een overzicht gegeven van de projecten die van het MINA-fonds gelden toegewezen hebben gekregen.

Ook het Wereldnatuurfonds, het Prins Bernard Fonds, het Prins Bernhard Natuurfonds, de Stichting Doen en Reda Social zijn actief geweest in het stimuleren van natuuractiviteiten. Deze activiteiten zijn gericht geweest op versterking van de natuurbeheerorganisaties en verbreding van het draagvlak. Maar ook de aankoop van een bijzonder natuurgebied, Jeremi te Curaçao (financiering Stichting DOEN en het eilandgebied Curaçao, beheer door Carmabi), is een wapenfeit geweest. De activiteiten van deze organisaties hebben een welkome bijdrage geleverd aan de ondersteuning van het natuurbeleid.

Om zowel overheden als branche organisaties, milieu en natuurorganisaties meer inzicht te geven in ter beschikking staande lokale, Nederlandse, Europese en internationale milieu en natuurfondsen, is een onderzoek uitgevoerd. Er zijn twee boekjes verschenen: een voor milieufondsen en een voor natuurfondsen.

Onder de natuurparagraaf is reeds aangegeven dat het voornemen bestaat een onderzoek uit te voeren naar het instellen van een Trustfund, waarvan de jaarlijkse opbrengsten van het fonds ter beschikking worden gesteld aan natuurbeheerorganisaties.

Sinds juni 1994 is in Nederland de Regeling Groen Beleggen van kracht. Met het oog op het bevorderen van beleggingen en investeringen die in het belang zijn van de bescherming van het milieu, waaronder natuur en bos, bewerkstelligt deze regeling voor particulieren dat voordelen uit vermogen dat wordt belegd via aangewezen instellingen, zogenaamde Groenfondsen, in projecten of categorieën van projecten die in het belang zijn van de bescherming van het milieu, waaronder natuur en bos ("groene projecten"), niet belast zijn met inkomstenbelasting.

In 1997 besloot Nederland, in overleg met de Nederlandse Antillen, om de mogelijkheid van Groen Beleggen ook open te stellen voor projecten op de Nederlandse Antillen en Aruba. In overleg met het Departement van Financiën en VOMIL is een Regeling Groen Beleggen Nederlandse Antillen opgesteld die in januari 1998 in werking is getreden. Hierdoor komen als ‘groen’ aangemerkte projecten op de Antillen ook in aanmerking voor goedkope financiering middels de Nederlandse groenfondsen, waardoor de kans op realisatie van milieuprojecten op de Nederlandse Antillen wordt vergroot. In de Regeling wordt bepaald welk type projecten in aanmerking komen voor de regeling. Bij de beoordeling of projecten binnen de Regeling vallen - de ‘groenverklaring’ – heeft VOMIL een adviserende rol en beoordeelt of een project binnen het milieu- en natuurbeleid van de Antilliaanse overheid past. De uiteindelijke groenverklaring berust bij VROM Nederland. In april 1998 is een seminar rond de Groenbeleggen Regeling voor de Nederlandse Antillen georganiseerd om aldus deze nieuwe regeling bekendheid te geven. In oktober 1998 is vervolgens nagegaan welke knelpunten bij de implementatie van de regeling naar voren zijn gekomen. In 1998 adviseerde VOMIL over één project op Curaçao waarvoor een groenverklaring was aangevraagd. In 1999 zijn reeds twee projecten ingediend.


12. Beleidsontwikkeling

Centrale overheid.

Zoals in diverse officiële standpunten van de Regering van de Nederlandse Antillen verwoord en herhaaldelijk bevestigd streven de Nederlandse Antillen naar duurzame ontwikkeling. De ervaring leert dat de praktische uitvoering van deze gedachte immer zo moeilijk blijkt te zijn. De kreet duurzaamheid is weliswaar gemeengoed geworden, maar het begrip als zodanig wordt nog te veel gezien als een onderwerp uit de milieuhoek, terwijl duurzaamheid een integraal onderdeel van de diverse beleidsvelden behoort te zijn. Beleidsterreinen zoals bijvoorbeeld energie, economische en industriële ontwikkeling en het toerisme, blijven in werkelijkheid achter. Met deze constatering is het voornemen opgevat om het proces van verduurzaming van de ontwikkeling op een breder draagvlak te stoelen, waardoor de kans op het ontwikkelen van een werkelijk samenhangende visie wordt vergroot. Momenteel wordt gewerkt aan het opstellen van een beleidsvisie t.a.v. de duurzame ontwikkeling van de Nederlandse Antillen en vervolgens het op basis van deze visie bij elkaar brengen van concrete ideeën, die bijdragen tot een samenhangend pakket van activiteiten om de beleidsvisie tot realiteit te maken.

De thema’s afval en duurzaam toerisme zijn reeds nader uitgewerkt in beleidsnota’s. Voor het thema natuurbeheer zal over niet al te lange tijd ook een beleidsnota verschijnen. Conform de Landsverordening Grondslagen Natuurbeheer en -bescherming moet twee jaar na de in werking treding het beleid zijn vastgesteld.

Destijds is besloten om - ondanks de belangrijkheid - energie niet als prioriteit op te nemen. Dit besluit is genomen indachtig de beperkte middelen en menskracht die de centrale overheid ter beschikking heeft. De ontwikkelingen van de afgelopen jaren doen bedenkingen opkomen. Enerzijds wordt op kleine schaal gewerkt aan duurzame energie vormen – voorbeelden zijn het windmolen project op Curaçao en het gebruik van zonne-energie in de landbouw op Bonaire – en worden onderzoeken gedaan naar de introductie van duurzame energie of naar mogelijkheden van energiebesparing – Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius -, anderzijds wordt besloten om een energiecentrale op te starten die volgens ouderwetse technologie met een kwalitatief mindere grondstof gaat functioneren.

Eilandelijke overheden.

Bonaire is gestart met het opstellen van een milieubeleidsplan. De looptijd van het milieubeleidsplan van Curaçao is verstreken. In het kader van de wijzigingen in de positie van de Curaçaosche milieudienst binnen de eilandelijke overheidsorganisatie is een uitvoeringsplan opgesteld. Op Sint Maarten is het beleid in diverse sectorale beleidsnotities reeds verwoord, en daarom is de keus gemaakt om met het oog op efficiëntie in plaats van een milieubeleidsplan een concreet milieu-uitvoeringsprogramma (looptijd 1999 – 2002) op te stellen, waarbij prioriteit gegeven wordt aan het uitvoeren van wettelijke taken, waar veel achterstand is ontstaan.


13. Conclusies

Vanwege de lange draagtijd van de nota, de wisselende personele bezetting en het immer durende tekort aan capabele krachten over de gehele linie heeft de uitvoering van het activiteitenschema vertraging opgelopen. De financiële situatie van de centrale overheid en de eilandelijke overheden en de daaruit volgende prioriteitstelling van aandachtsgebieden door de besturen hebben de voortgang parten gespeeld. Een niet onbelangrijk aspect is de staatkundige realiteit van de Nederlandse Antillen.

In hoofdlijnen kan – behoudens het thema olie en in het kielzog de normstelling en inspectie – geconstateerd worden dat er voortgang is geboekt bij de verschillende thema’s. Door interne en externe factoren zijn op details wijzigingen opgetreden, maar deze zijn niet van invloed geweest op het uitgestippelde beleid.

Het begrip duurzame ontwikkeling rekening houdende met de realiteit van SIDS komt onvoldoende tot zijn recht. Nog veel te vaak wordt – zeer zeker op cruciale momenten – de zorg voor het milieu tegenover ontwikkeling geplaatst, terwijl bij de duurzame ontwikkeling van een land milieu een integraal karakter heeft. Daarom is in 1998 een medewerker aangetrokken, die als hoofdtaak de integratie van duurzame ontwikkeling in de diverse beleidsvelden heeft meegekregen. Energie zal een van de speerpunten zijn.

Betreft het thema afval: Op Sint Eustatius na is er vooruitgang geboekt. De situatie op Sint Eustatius vereist op de eerste plaats een financiële inspanning voor de inzet van adequaat onderhoudsmaterieel, waardoor er mogelijkheden gecreëerd kunnen worden voor verbetering van het beheer. De samenwerking tussen de eilandgebieden, A MUST, verloopt naar tevredenheid, voor zover het niet kapitaalintensieve activiteiten betreft. Door het gebrek aan financiële middelen kunnen noodzakelijke kapitaalintensieve activiteiten niet worden ondernomen en de samenwerking wordt daarmede op de proef gesteld. Het uitblijven van een financiële injectie stagneert de voortgang bij het thema afval.

Betreft het thema duurzaam toerisme: Bonaire heeft destijds de bewuste keus gemaakt voor duurzaam toerisme. Saba en Sint Eustatius zijn goed op weg, terwijl op Curaçao verschillende initiatieven worden ontplooid om duurzamer te gaan opereren. De komende tijd zal de aandacht zich naar Sint Maarten verplaatsen. Het initiatief om activiteiten bij dit thema te ondernemen is in hoge mate bij de sector gelegen. De overheden stimuleren deze activiteiten en geven voorlichting over het belang van milieuzorg bij deze sector. De doelgroep, de toerist, wordt door middel van voorlichting gewezen op hun bijdrage in deze.

Betreft het thema natuurbeheer: De Landsverordening Grondslagen Natuurbeheer en -bescherming is in werking getreden. De verplichtingen volgend uit deze raamwet worden stapsgewijs ingevuld. De eilanden moeten eilandelijke natuurwetgeving en natuurbeleidsplannen vast stellen. Een model eilandelijke natuurverordening is aan de eilanden aangeboden. Sommige eilanden hebben al concept natuurbeleidsplannen gereed, andere hebben al wettelijk vastgestelde beschermde gebieden. De Nederlandse Antillen telt inmiddels twee nationale parken "The Quill" op Sint Eustatius en Saba Marine Park. Voor het Bonaire Marine Park en het Muriel Thissell Park op Saba zijn de gestelde criteria bijna volledig ingevuld. Op alle eilanden zijn er nu natuurbeheerorganisaties. De financiering van de activiteiten van deze organisaties, met name het beheer van de natuur, blijft een zorgpunt.

Betreft het thema draagvlak: dit thema is tot nu toe geïntegreerd bij de andere thema’s meegenomen. Initiatieven om milieu en natuur geïntegreerd in de leerplannen van de diverse scholen te doen opnemen biedt meer soelaas, dan het tot nu toe facultatieve karakter van milieu- en natuur onderwijs. Wel hebben de afzonderlijke initiatieven in het onderwijs en initiatieven door de NGO’s hun nut bewezen. Door de reeds moeizame veranderingen in het onderwijs en het lange traject dat deze onderwijs vernieuwingen beslaan, is het niet haalbaar om op korte termijn de structurele opname van milieu en natuur in de diverse leerplannen te bewerkstelligen. In zijn algemeenheid is er meer aandacht voor milieu en natuur aangelegenheden, de overheid bij de taakuitvoering, maar ook het bedrijfsleven houdt in de bedrijfsvoering steeds vaker rekening met het milieu. Steeds vaker wordt de gemeenschap geïnformeerd over milieu onderwerpen. Vooral de milieu- en natuurorganisaties zijn aktief op dit terrein. De media moeten actiever worden ingezet bij het verbreden van het draagvlak.

Betreft het thema olie: de voortgang bij deze beleidsprioriteit is gering. Positief is het goed gecoördineerde toezicht, de controle op de activiteiten van Statia Oil Terminal, en de naleving van de verplichtingen die volgen uit de vergunning. Het feit dat de raffinaderij te Curaçao een hindervergunning is verleend is een stap in de goede richting. De openheid over criteria, emissies en handhaving verdient de aandacht.

Op wetgevingsgebied is de Landsverordening Grondslagen Natuurbeheer en -bescherming in werking getreden, is een model eilandverordening natuur en een model eilandverordening afvalstoffen opgesteld. Het concept Landsverordening Grondslagen Milieubeheer heeft weinig voortgang geboekt.

Het vaststellen van normen en het opzetten van een milieu-inspectie is niet van de grond gekomen. In de discussie rond het thema olie is dit onderwerp meegesleurd.

De samenwerking verloopt grotendeels naar tevredenheid. Op de gebieden onderzoek en het wetgevingstraject, met name milieuwetgeving, moet de samenwerking worden geïntensiveerd.

Op het financiële front: de centrale overheid als ook de eilandelijke overheden verkeren in een moeilijke financiële positie. De geplande financiële inspanningen van de centrale overheid lijken niet te verwezenlijken. Toch is met de inspanning van velen, centrale overheid, eilandelijke overheden en NGO’s, nuttig niet-kapitaalintensief werk verricht. De ter beschikking gestelde samenwerkingsmiddelen in de vorm van programmafinanciering van het vastgestelde beleid, hebben in belangrijke mate bijgedragen aan de gerealiseerde voortgang. Het ingestelde coördinatie mechanisme – het BOM-team - en de werkwijze is een zeer werkbaar instrument gebleken. Ook het KNAP- en het MINA-fonds hebben hun waarde bewezen. Een minpunt is de onzekerheid over de continuering van de fondsen. Door de algehele financiële malaise van het Antilliaanse bedrijfsleven is het - op een enkele eenmalige bijdrage na - niet gelukt lokaal donateurs te werven. De bijdragen aan milieu- en natuuractiviteiten van het Wereldnatuur Fonds, Stichting DOEN, het Prins Bernard Fonds, het Prins Bernhard Natuurfonds en Reda Social zijn zeer gewaardeerd.

De bezetting van de sectie Milieu en Natuur is bij het verschijnen van deze nota in vergelijking met de start van de sectie op sterkte gebleven. Voor het normstellingstraject en de inspectie moeten hernieuwde inspanningen worden verricht. Op alle eilanden blijkt het moeilijk te zijn om geschikte kandidaten te vinden voor het invullen van vacatures. VOMIL heeft het initiatief genomen om JOnge ANtilianen (JOAN-ers), professionals, te interesseren in milieu en natuurwerk op de Nederlandse Antillen, door hen direct na de opleiding voor een beperkte duur, bv. twee jaar, op een of meerdere geselecteerde onderwerpen ervaring op te laten doen. Deze groep professionals komt lokaal door gebrek aan ervaring en door het terughoudende personeelsbeleid niet snel aan werk. De eerste JOAN-er zal als coördinator van het visstandonderzoek op de Sababank aktief zijn.


14. Aanbevelingen.

Het gaat de goede kant uit met het milieu en de natuur van de Nederlandse Antillen en er wordt gestaag gewerkt om de doelen te bereiken. De komende periode wordt op de ingeslagen weg verder gegaan. Op de volgende onderdelen zal meer nadruk worden gelegd.

De voortgang van het thema afval is in hoge mate afhankelijk van de beschikking van financiële middelen. Evenzo geldt dit voor het beheer van de natuur. Er zal naar oplossingen of alternatieven gezocht moeten worden voor de financiering van deze activiteiten. De introductie van milieuzorgprogramma’s in de toeristische sector op Sint Maarten krijgt de komende periode extra aandacht, terwijl de lopende initiatieven op de andere eilanden nauwlettend gevolgd en gestimuleerd zullen worden. Het thema olie komt maar moeilijk van de grond. Mogelijk kan bij voortzetting van een onafhankelijke studie naar de werkelijke kosten en baten van de huidige situatie, en de financiële consequenties bij gewijzigd beleid, de discussie gerichter worden gevoerd.

Verbreding van het draagvlak voor milieu en natuur is van evident belang. In zijn algemeenheid moet het belang van zorg voor het milieu en de natuur meer worden benadrukt. Het natuurlijke milieu van onze eilanden is immers een van de belangrijkste trekpleisters van het toerisme, hetgeen een belangrijke bron van inkomsten voor de Nederlandse Antillen is. De aansluiting bij de onderwijsvernieuwingen wordt in de gaten gehouden, maar - realistisch gezien – volgt de structurele opname in leerplannen het tempo van deze veranderingen. Vooralsnog zal de verbreding van het draagvlak via het onderwijs niet integraal doch weloverwogen worden voortgezet.

Op een breder vlak moet worden gewerkt aan de integratie van duurzame ontwikkeling in het dagelijkse handelen. Niet alleen het maatschappelijke belang van milieu en natuur moet worden benadrukt, het vereiste kader om dit belang te kunnen implementeren dient even goed te worden vastgesteld. Het concept van de Landsverordening Grondslagen Milieubeheer dient te worden afgerond, waarna vervolgens de vaststelling moet plaats hebben. Van de eilandverordeningen die aan deze raamwet zijn verbonden, heeft het formuleren van een lozingenverordening de grootste prioriteit gekregen. Vervolgens zal gewerkt moeten worden aan de normstelling. Een werkgroep onder voorzitterschap van VOMIL en waaraan alle eilanden participeren zal voortvarend aan deze taakstelling moeten werken, waarna de inspectie vervolgens kan worden opgebouwd.

De financiële middelen, de menskracht en de expertise om het doel, een duurzame toekomst voor de bevolking van de Nederlandse Antillen te bereiken, zijn in beperkte mate aanwezig. Dit is de realiteit van Small Island Developing States. De regering en de eilandbesturen hebben milieu en natuur een steeds prominentere plaats gegeven in het beleid, maar in de huidige financiële situatie worden andere beleidsonderdelen belangrijker geacht. Toch is het budget voor milieu- en natuur de afgelopen periode toegenomen. Maar helaas is de verwachting dat de geplande toename van dit budget niet zal worden gehaald. De afgelopen periode is met financiële steun van derden en met de inzet van velen veel bereikt. Deze steun is onmisbaar gebleken en de verwachting is dat externe hulp de komende periode nodig blijft.


Bijlage 1. Overzicht van de activiteiten
Terug naar Inhoud
Thema Activiteit Status Aanbevelingen
Afval
Beleid Raamwerk van het Afvalbeleid aan RvM aangeboden
Bonaire: afvalstoffenbeleid in concept gereed vaststellen
Curaçao: Eerste Afvalstoffen Plan juridische grondslag; in werking getreden
Sint Maarten: Beleidsnotitie Afval door BC geaccordeerd
Saba: Afvalactieplan voorbereidend werk verricht;vervolg mei 99
Sint Eustatius: Afvalactieplan voorbereidend werk verricht;vervolg mei 99
Basisniveau Curaçao: inzamelmaterieel en containers uitgevoerd
Saba: aanschaf inzameltruck en containers in uitvoering
St.Eus: aanschaf inzameltruck en containers in uitvoering
Sint Maarten: aanschaf containers distributie verbetering van de inzameling
Bonaire: stortmanagement-/investeringsplan geformuleerd uitvoeren
Curaçao: verbeteringen stortplaats in uitvoering
Saba: stortplaats infrastructuur aangelegd verbeteren afvalverwerking
Sint Eustatius: stortplaats geen voortgang verbeteren afvalverwerking
Sint Maarten: infrastructuur stortplaats in uitvoering
AMUST: TOR stortmanagementplannen Curaçao, St.Maarten, St. Eustatius, Saba, Aruba geformuleerd opstellen en uitvoeren stortmanagementplannen eilanden
Streefniveau De plastic zakken van Bonaire uitgevoerd uitbreiden naar andere eilanden
Recycling Initiatieven Benedenwinden uitgevoerd
Recycling Initiatieven BOvenwinden uitgevoerd
Hoeveelheid/samenst. afval Bovenwinden uitgevoerd
Bonaire: studie hergebruiksmogelijkheden uitgevoerd
TOR Implementatieplan autowrakken geformuleerd, in afwachting van goedkeuring financiering uitvoeren
Eindverwerking St.M.: studie eindverwerkingsalternatieven uitgevoerd  studie eindverwerkingsalternatief NA
Gevaarlijk afval Bilaterale overeenkomst NL en NA in werking getreden ratificatie Verdrag van Basel; Landsverordening Milieugevaarlijke Afvalstoffen
Curaçao: inventarisatie milieugevaarlijk afval in uitvoering
Sint Maarten: gevaarlijk afval depot in uitvoering
Instrumenten Model eilandverordening afvalstoffen aan de BC’s aangeboden vaststellen
Samenwerking Afvalconferentie I, II en III uitgevoerd voortzetten
Afvalvereniging AMUST in actie financiering AMUST 
Afvalstage leden AMUST uitgevoerd
Minisymposium leden AMUST uitgevoerd
Afvalwater
Bonaire: afvalwatersanering Kralendijk, e.o. ter financiering naar EU uitvoeren
Curaçao: Kuststrook Marie Pompoen in uitvoering
Sint Maarten: afvalwatersaneringen, uitbreiden zuiveringscapaciteit in uitvoering
Land-Based Sources of Marine Poll. Protocol in voorbereiding
Regionale workshop: afvalwaterbehandeling en beheer geparticipeerd
Olie
Curaçao: Hindervergunning raffinaderij in werking handhaving en upgrading vergunning raffinaderij
Curaçao: Saneringsopties asfaltmeer bestudeerd uitvoeren 
Curaçao: milieuverbeteringsprojecten raffinaderij uitvoeren; onafhankelijk kosten - baten analyse olie industrie uitvoeren
Sint Eustatius: Hindervergunning Statia Oil Terminal in werking handhaving vergunning Statia Oil Terminal
Stage handhavingspersoneel Curaçao en Sint Eustatius uitgevoerd continueren
Toerisme, Milieu en Natuur
Nota Duurzaam Toerisme in productie
Ecotel 2000 uitgevoerd
Ecokamer wordt gemonitord
Voorlichtingsfilm Milieuzorg Toeristische Sector in productie
Curaçao: Milieuzorg programma hotels in uitvoering monitoren
Sint Maarten: Milieuzorg programma hotels in uitvoering extra aandacht voor Sint Maarten
Informatiemateriaal toeristen in uitvoering
Het beheer van de natuur
Beleid Landsverordening Grondslagen Natuurbeheer en -bescherming  In werking getreden eilandsverordeningen vaststellen
Model eilandverordening natuurbeheer en –bescherming aan de BC’s aangeboden eilandelijke verordeningen vaststellen
Curaçao: concept eilandverordening Marien Natuurbeheer en –bescherming in voorbereiding
Bonaire: natuurbeleidsplan in concept gereed vaststellen
Saba: natuurbeleidsplan in concept gereed vaststellen
Sint Eustatius: natuurbeleidsplan in concept gereed vaststellen
Sint Maarten: natuurbeleidsplan in concept gereed vaststellen
Sint Maarten: Hill Sides Policy door BC geaccordeerd
Curaçao: natuurbeleidsplan start mei 1999 afronden
Gebiedsbescherming Nationaal Park The Quill vastgesteld
Nationaal Park Saba Marine Park vastgesteld
National Park Bonaire Marine Park i.o. in voorbereiding voortzetten
Saba: Muriel Thissell National Park i.o. in voorbereiding voortzetten
Sint Maarten: Land Park i.o. in voorbereiding voortzetten
Sint Maarten: Marine Park i.o. in voorbereiding voortzetten
Bonaire: Beheersplan Lac in uitvoering afronden 
Curaçao: Beheersplan Hermanus vastgesteld
Saba: Beheersplan Muriel Thissell in uitvoering afronden 
Sint Eustatius: Beheersplan The Quill in uitvoering afronden 
Studie: Towards sustainable development of the Saba Bank verschenen onderzoek Saba Bank
Studie: Seabirds, Marine Mammals and Human Activities on the Saba Bank verschenen beheersplan Saba Bank
Training visstandonderzoek uitgevoerd
Visstandonderzoek Saba Bank in uitvoering
Duurzame ontwikkeling Landgoed Oostpunt te Curaçao: een case studie uitgevoerd
Studie: juridische bescherming van Klein Bonaire uitgevoerd implementatie aanbevelingen
Soortbescherming Curaçao: juridische bescherming zeeschildpadden vastgesteld handhaving
Inter American Sea Turtle Convention NA participeren handhaving
Biologische Inventarisatie Bovenwinden uitgevoerd
Soorten onderzoek: Iguana Delicatissima, vlinders, vleermuizen uitgevoerd
Studie Fenologie uitgevoerd
Boek: Inheemse bomen van de Benedenwindse Eilanden verschenen
Vegetatiekartering Nederlandse Antillen in uitvoering; Curaçao afgerond
Sint Maarten Nature Foundation opgericht
Beheerorganisaties natuurgebieden  actief studie uitvoeren naar financiering beheer 
CITES-training  uitgevoerd
CITES informatiefolder in productie
Studie: Debt for Nature Swap uitgevoerd
Haalbaarheidsonderzoek Trustfund t.b.v. Natuurbeheerorganisaties voornemen uitvoeren 
Fondsenboekje Natuur uitgevoerd
Vergroting van het draagvlak
NME-workshop uitgevoerd voortzetten
NME-medewerker Bonaire contract loopt ten einde
NME-programma Carmabi – Dienst Onderwijs in uitvoering
De Rommelton training Bonaire en Bovenwinden in mei 99
Globe doorstart
Wij verzuipen in ons afval/We are drowning in our waste uitgevoerd
Voorlichting: "Een huisdier haal je niet uit de vrije natuur" in uitvoering
Voorlichting: "Een exotisch dier, hoort niet hier" in uitvoering
Wetgeving, Normstelling en Inspectie
ERNA wijziging van kracht geworden
Landsverordening Grondslagen Natuurbeheer en –bescherming in werking getreden implementatie
Model eilandverordening natuurbeheer en -bescherming aan de BC’s aangeboden vaststellen
Landsverordening Grondslagen Milieubeheer in voorbereiding afronden en vaststellen
Model eilandverordening afvalstoffen aan de BC’s aangeboden vaststellen 
Land-Based Sources of Marine Pollution Protocol in voorbereiding
Bilaterale overeenkomst internationaal transport gevaarlijk afval NL-NA verlengd
Montreal Protocol: CFK besluit nog niet bekrachtigd bekrachtigen en handhaven
Kustwacht: rapportage olie verontreinigingen handhaving
Kustwacht: rapportage overtredingen visserijregelgeving
Samenwerking
Thema bijeenkomsten: afval, natuur, duurzaam toerisme, NME, wetgeving uitgevoerd voortzetten
Afvalvereniging AMUST actief voortzetten
Internetwerk focal points milieu en natuur uitgevoerd
Website mina.vomil.an uitgevoerd
MINA-nieuwsbrief verschijnt frequent
Juridische samenwerking met de UNA in uitvoering
Formalisering samenwerking met Aruba uitgevoerd
Samenwerking VROM - VOMIL in uitvoering
Samenwerking LNV - VOMIL in uitvoering
Eerste Koninkrijksmilieutop uitgevoerd
Caribbean Environment Programme in uitvoering
Programme of Action Small Island Developing States als onderdeel van nationaal beleid
Milieuprogramma Association of Caribbean States als onderdeel van nationaal beleid

 
 
Financiering van het Milieu- en Natuurbeleid
Financiering Contourennota  inspanningen realisatie financieringsschema door centrale overheid
Bestedingen Overleg Milieu: programma voortzetten externe financiering milieu- en natuurbeleid
KNAP-fonds voortzetten financiering KNAP-fonds
MINA-fonds voortzetten financiering MINA-fonds
Fondsenboekje Milieu verschenen
Fondsenboekje Natuur verschenen
Haalbaarheidsonderzoek Trustfund voornemen uitvoeren
Regeling Groen Beleggen in werking getreden
Beleidsontwikkeling
Contourennota  vastgesteld door RvM voortzetten; aandachtsgebied energie toevoegen
Duurzame Ontwikkeling: een beleidsvisie in uitvoering integratie duurzame ontwikkeling in overheidsbeleid
Raamwerk van het Afvalbeleid aan RvM aangeboden
Nota Duurzaam Toerisme in productie
Bonaire: Milieubeleidsplan in concept gereed vaststellen
Curaçao: uitvoeringsplan milieu in concept gereed vaststellen
Sint Maarten: milieu uitvoeringsprogramma in uitvoering


Bijlage 2. KNAP projecten, 1996-1998
Terug naar Inhoud
Antillen
K96-03 Voorstudie duurzaam gebruik Saba Bank  15.000,00
AIDEnvironment 09-01-96
Rapport voltooid: "Towards sustainable management of the Sababank". Als uitvloeisel van dit project kon ook een ander rapport geproduceerd worden:"Seabirds, marine mammals and human activities on the Sababank", Beideraporten zijn van groot nut bij het verdere onderzoek t.b.v. een duurzaambeheersplan voor de bank.
K97-07 Bijdr. in kosten Stichting veiligstellen natuur Ned. Ant. 15.000,00
STAAN 23/03/97
Stichting STAAN verzette veel werk voor het veiligstellen van Klein Bonaire, waarvan de koop helaas uiteindelijk niet doorging. Hoewel het bestuur door deverspreiding over de verschillende eilanden moeizaam functioneert, wordenop Curacao nog initiatieven ontplooid om verder te gaan met de stichting enhaar bestaan te rechtvaardigen.
K98-10 Lessenserie Milieubewustzijn15.000,00
Bur. Ant. Basisvorming 15/9/98
E wordt aan gewerkt, regelmatig voortgangsverslag
Totaal: 3 Project(en), voor een totaalbedrag van NAƒ 45.000,00
Benedenwinden
K98-23 Inventarisatie roofvogel populatie Curaçao, Bon. 8.800,00
Carmabi/Christ. Park 25/01/99
loopt
Totaal: 1 Project(en), voor een totaalbedrag van NAƒ 8.800,00
Bonaire
K96-21 Educatief prog. jeugdige snorkelaars Bonaire 5.425,00
Bonaire Marine Park 30/09/96
Voltooid. Materialen (boekjes en identificatiekaarten) geproduceerd die intensief gebruikt worden.
K97-13 Research Handbook for Volunteer Divers 13.500,00
Bonaire Marine Park 17/12/97
Nog niet afgerond door vertrek uitvoerder halverwege het project. Bonaire Marine Park gaat wel verder met het project.
K97-15 Music Compact Disc Nature Bonaire 5.000,00
Found. Preserv. Kl. Bonairen. v.t.
Leuke CD geproduceerd die door de Foundation succesvol als "fundraiser" en promotiemateriaal gebruikt werd en wordt.
K98-04 Aliansa Naturalesa di Boneiru 14.000,00
Bonaire Marine Park 23/03/98
Aliansa functioneert zeer goed als paraplu-organisatie voor alle Bonaireaanse
natuur en milieu NGO's. Toekomstige financiering is echter nog onzeker.
Wel dragen alle betrokken organisaties daar nu aan bij voorzover binnen hun
mogelijkheden ligt.
K98-07 Ext. patrol cap. through utilisation sea kayaks 4.000,00
Bonaire Marine Park
nog afrek.
K98-22 Photocopy machine Bonaire Marine Park 10.328,00
Bon. Mar. Park 07/02/99
nog geen bijzonderheden
K98-28 Herbebossing "Plantashon 2000" 11.250,00
Amigu di Tera Bonaire2 0/11/98
Bomen zijn geplant, met goede verslaggeving in de media.
Totaal: 7 Project(en), voor een totaalbedrag van NAƒ 63.503,00
Bovenwinden
K96-33 Biologisch invent. onderzoek Bovenwinden 14.380,00
Saba Cons. Foundation 09-09-96
Drie lijvige rapporten geproduceerd. Naslagwerk voor alle verdere natuuronderzoek natuurbeheersplanning ter plaatse.
K97-02 5 extra pak. educatief mat. koraal Bovenwinden 4.475,00
M. Wiltjer 25/02/97
Voltooid. Follow-up van project K 96-12 door grote vraag vanuit de doelgroep
K97-11 Bijscholing biologie docenten Bovenwinden 6.010,00
I. Nagelkerken 04-12-97
Cursus werd met goed gevolg gegeven, goed bezocht door de docenten.
Totaal: 3 Project(en), voor een totaalbedrag van NAƒ 24.865,00
Curaçao
K96-01 Beheerspl. natuurgeb. (flamingo's) Jan Kok 12.000,00
Carmabi Foundation 04-01-96
Beheersplan voltooid. Carmabi is nu bezig het gebied daadwerkelijk in beheer te krijgen.
K96-02 Centr. geautomat. catalogus nat., mil. en R.O. 15.000,00
UNA Bibliotheek 03-01-96
Voltooid in januari 1999. Rapportage ontvangen. Vervolgproject ter verdere uitbreiding en actualisering start binnenkort.
K96-09 Onderz. duurzaam gebruik Oostpunt Curacao 15.000,00
Carmabi Foundation 04-01-96
Rapport voltooid. Eigenaar terrein accepteert het plan echter (nog?) niet, mede wegens lopende rechtszaak tegen de overheid ivm EOP. Inmiddels iseen uitspraak in het voordeel van de eigenaar geweest, mogelijk geeft dit inde toekomst mogelijkheid tot gebruik van de duurzame beheers- enexploitatieplannen. Het rapport vormt al wel een voorbeeld/model voor de ontwikkeling van plannen voor duurzaam beheer van andere gebieden.
K96-12 Ontw. educatief materiaal koraalriffen scholen 15.150,00
Stichting Stinapa 04-01-96
Lespakketten samengesteld die ook daadwerkelijk gebruikt zijn voor cursussen voor onderwijzers.
K96-23 Educatieve documentaires voor TV ism AdT 15.100,00
Stichting Stinapa 29/04/97
Uitstel. Door zeer grote droogte in 1997/98. Planning is nu voor 1999
K96-27 Educatieproj. basisscholen natuurgeb. Malpais 9.820,00
Stichting Uniek Curacao 03-09-96
Educatieve bewegwijzering voltooid en wordt nog verder uitgebreid. Speurtochten met scholen en andere groepen gebeuren op regelmatige basis.
K96-31 Educatief spel mbt Red Ons Rif Spel 14.800,00
Reef Care Curaçao 14/09/96
Subsidiering ondergebracht bij Pr. Bernh. Natuurfonds (Nederland)
K96-32 Educatief plantenboek voor scholen1 5.000,00
St. Dierenbescherming 13/09/96
Fraai en goedkoop boekje geproduceerd dat veel aftrek vindt, ook bij het algemene publiek en toeristen.
K97-01 Ontwerpen folder met toeristische natuurinfo .5.000,00
DOC opleidingen 1/10/98
Oorspronkelijke project uitvoerder is van het eiland vertrokken. Project overgenomen door opvolger bij DOC opleiding, maar daardoor vertraagd.
K97-09 Vogelposters 5.000,00
St. Dierenbescherming 03-12-97
Bijzonder fraaie posters geproduceerd die veel aftrek vinden en een goede bijdrage leveren aan het natuurbewustzijn.
K97-10 CD Rom Curacao's Koraalrif 15.000,00
Reef Care Curaçao 15/12/97
Door zeer lange beslissingsproces bij de potentiele aanvullende subsidiegever (Landsloterij N.A.) waar nog steeds geen uitsluitsel vangekregen kon worden (juni '99), kon het project nog niet starten. Voorlopig uitstel.
K97-17 Kinder natuurpark Tamarein 7.500,00
Ver. Amigu di Tera 24/02/98
Park succesvol voltooid vergezeld met goede pers "coverage". Door het vinden van heel veel sponsoring konden uiteindelijk de kosten zeer laaggehouden worden. Na overleg werd besloten dat het zo gespaarde geldgebruikt mocht worden voor een bomenaanplantproject van Amigu di Tera.
K98-01 Inv. marien biologische natuurw. St. Jorisbaai 15.000,00
Carmabi/Onderwaterpark 05-03-98
Inventarisatie voltooid, wachten is nog op het rapport.
K98-08 Heruitgave "sin ni sikiera un welensali" 10.000,00
Amigu di Tera 23/9/98
loopt, nog geen bijzonderheden
K98-09 Hands On for conservation 14.650,00
St. Parke St. Jozefsdal 23/9/98
loopt, nog geen bijzonderheden
K98-11 Natuurgebied Ascencion 7.500,00
Stichting Uniek Curacao 02-03-98
Gebied is schoongemaakt en van eenvoudige piknik faciliteiten voorzien, het wordt regelmatig onderhouden en schoongehouden. Er is meer controle inhet gebied.
K98-24 Computers voor Reef Care 7.223,00
Reef Care Curaçao 30/12/98
Zijn aangeschaft en worden goed gebruikt door de stichting.
K98-27 Parke-Mirador Tera Kora 15.000,00
Fundashon HAPRETA (Tera Korá)08/12/98
loopt
Totaal: 18 Project(en), voor een totaalbedrag van NAƒ213.743,00
Saba
K97-14 Jubileum uitgave Nature of Saba 5.000,00
Saba Conserv. Foundat. 08-01-98
Zeer fraai "koffietafelboek". Het succes van dit boek vormde de start voor een serie vergelijkbare fotoboeken over de onder- zowel als bovenwaternatuurvan Bonaire en Curacao.
K98-02 Nature Trail Brochure 4.000,00
Saba Cons. Foundation 18/03/98
Uitstel, o.a. door Hurrican Georges schade
Totaal: 2 Project(en), voor een totaalbedrag van NAƒ 9.000,00
St. Maarten
K97-04 Opstarten Stichting natuurbeheer St. Maarten 15.000,00
St. Natuurbeheer SxM 13/03/97
Voltooid. Zeer actieve Nature Foundation St. Maarten is een feit. Marine Park wordt beheerd ook al ontbreekt legale status nog. Toekomstige financieringnog onzeker, maar in de nabije toekomst veiliggesteld.
K97-06 Informatiemateriaal Marien Park St. Maarten
St. Natuurbeheer SxM
zie 97-04
Totaal: 2 Project(en), voor een totaalbedrag van NAƒ 15.000,00
Statia
K96-06 Beheersplan Statia Marine Park 14.650,00
Carmabi Foundation 04-01-96
Plan voltooid. Statia Marine Park wordt sindsdien succesvol beheerd door STENAPA.. Voorlopig is beheer ook voor de toekomst redelijk veiliggestelddankzij de door het park zelf gegenereerde inkomsten.
K96-07 Inr. netw. wandelpaden de Quill, St. Eustatius 14.762,00
St. Eust. Nat. Parks Foundation 11-01-96
Wandelpaden voltooid en fraaie folder met plattegrond en uitleg geproduceerd, gratis beschikbaar voor iedereen. Financiele verantwoording OK.
K96-36 Inrichting kantoor Stenapa St. Eustatius 10.000,00
Stenapa 03-09-96
Inventaris voor kantoor aangeschaft. Wordt intensief gebruikt. Financiele afrekening OK.
K97-03Projecten tegen erosie Statia ** 10.000,00
Statia Farmers Coop.
Meertjes en dammen aangelegd. Werken zoals verwacht. Ook wordt onderhoud gepleegd. Financiele verantwoording ontbreekt nog.
K98-06 Free roaming donkeys round up and export 11.838,06
DROB St. Eustatius
Ezels zijn gevangen en van het eiland afgevoerd, vergezeld van berichten in de pers.
K98-13 Meertjes 15.000,00
DROB St. Eustatius 09-06-98
loopt, geen bijzonderheden.
K98-30 Kwekerij Botanical Garden St. Eustatius  7.680,00
St. Eust. Nat. Parks Foundation
In afwachting van retourontvangst getekende contract. Navraag leerde dat men het niet binnengekregen heeft. Nogmaals verzonden (juni '99).
Totaal: 7 Project(en), voor een totaalbedrag van NAƒ 83.930,06
Totaal 1996-1998: 43 KNAP projecten ten bedrage van NAƒ 463.841,06

Bijlage 3. MINA projecten, 1996-1998
Terug naar Inhoud
Antillen
M98-06(A+B) Energiebesp. Bon, Saba / Statia, St. Maarten 30.000,00 
Fundashon Antiyas Berde 04-02-98 
loopt 
M98-11 Videofilm afval N.A. 9.853,00 
Fundashon Material pa Skol 24/09/98 
loopt 
Totaal: 2 project(en), voor een totaalbedrag van NAƒ 39.853,00
Bonaire
M96-G6 GLOBE Exploitatie Subsidie 3.250,00 
Scholengemeensch. Bonaire 
idem 
M97-14 Kindernatuurpark Tamarinda Bonaire 3.000,00 
Ver. Amigu di Tera Bonaire 24/02/98 
pending 
M98-19 Adopteer een weg 10.000,00 
Fund. Tene Boneiru Limpi 26/11/98 
M98-26 Eco-Ezelpark 10.000,00 
Stichting Donkeys Help 20/11/98 
Totaal: 4 project(en), voor een totaalbedrag van NAƒ26.250,00
Bovenwinden
M98-08 Samenstellen windatl. bovenw. eilanden 15.000,00 
Stichting FAPE 04-02-98 
loopt
Totaal: 1 project(en), voor een totaalbedrag van NAƒ 15.000,00
Curaçao
M96-03 Voorl. Milieuaspecten Olieraf. Cur. 5.000,00 
Fund. Defensa Ambiental 23/12/96 
vertraagd door gebrek aan menskracht, gaat wel door. Uitstel gegeven. 
M96-10 Miljeugdpag. Beurs en Nieuwsber. 11.907,24 
Beurs en Nieuwsberichten 29/10/96 
Pagina's voltooid volgens plan. Ook na afloop project is de pagina nog 
geruime tijd voortgezet in dezelfde geest. 
M96-11 Energie-audit hotels 18.500,00 
CHATA (Curaçao. Hotel Ass.) 10-09-96 
Voltooid. Heeft hotels bewuster gemaakt en aanleiding geweest voor 
meedoen in milieuzorgprogramma en invoeren energiebesparende 
maatregelen. 
M96-13 Actieplan Seroe fortuna 17.000,00 
Vereniging Amigu di Tera 31-05-96 
Verslag toegezegd begin 1999, nog niet ontvangen juni 99 
M96-15 De Rommelton 20.000,00 
St. Leerstoel Milieu & Ontw. 05-09-96 
Succesvol verlopen, uitgebreid naar Bovenwinden waar het nu loopt 
M96-G1 GLOBE Exploitatie Subsidie 3.250,00 
Peter Stuyvesant College 
Na voltooiing project voortgezet middels subsidie uit begroting sectie MINA, 
groot enthousiasme bij leerlingen, inzet van de scholen en de leerkrachten 
laat te wensen over. 
M96-G2 GLOBE Exploitatie Subsidie 3.250,00 
Radulphus College 
idem 
M96-G4 GLOBE Exploitatie Subsidie 3.250,00 
Maria Immaculata Lyceum 
idem 
M97-03 Opstart Milieuzorgprog. Hotels 10.000,00 
CHATA (Curaçao. Hotel Ass.) 
Succesvol voltooid, inmiddels aanleiding voor gelijksoortig project op St. 
Maarten. 
Aanbevelingen aan hotels uitgevoerd. Veel interesse in rapport op Bonaire. 
M97-05 Env. & Health Inf. and Doc. Center 10.000,00 
Pro-Health Foundation 04-02-97 
OK, geen verdere gegevens, nog uitzoeken. 
M97-13 Evaluation of the Curacao Refinery 20.000,00 
Fund. Defensa Ambiental 
uitstel 
M97-15 Cursus Milieutechniek autobedrijf 19.825,00 
Feffik/IAAT 18/03/98 
pending 
M97-16 Organisaties Workshops 4.700,00 
Reef Care Curaçao 15/12/97 
loopt 
M98-01 Inform. camp. Hinderverord. bedrijven 10.000,00 
Innovatiecentrum Curaçao 03-02-98 
loopt 
M98-04 Milieuzorg Radulphus College 19.450,00 
Radulphus College 20/02/98 
loopt 
M98-05 Haalbaarheidsonderz. groencompost. 18.900,00 
LVV-Curaçao 17/8/98 
loopt 
M98-15 Opruimen Plasticbaai (Ascencion) 20.000,00 
Uniek Curacao/Reefcare 
OK 
M98-18 Demo Project Absorbtiekoeling/zonnecoll. 10.000,00 
Innovatie Centrum Curaçao 25/11/98 
M98-23 Milieuwinkel Curaçao 20.000,00 
Reef care Curaçao 12/08/98 
M98-24 Nat. en mil. educatie in naschoolse opvang 6.000,00 
Anglican Parrish Comm. Found. 23/11/98 
Totaal: 20 project(en), voor een totaalbedrag van NAƒ 251.032,24
Saba
M97-06 Recycling Education Program 19.817,00 
Saba Cons. Foundation 28/02/97 
Succesvol afgerond 
M98-03 Assessment duurzame energiev. Saba 20.000,00 
Saba Cons. Foundation 02-02-98 
loopt 
M98-17 Studie Milieuvr. Techn. Eco-toerisme Saba 14.922,00 
Fundashon Antiyas Berde 14/1/99 
Totaal: 3 project(en), voor een totaalbedrag van NAƒ 54.739,00
St. Maarten
M96-G3 GLOBE Exploitatie Subsidie 3.250,00 
Milton Peters Coll. St.Maarten 
idem 
M96-G5 GLOBE Exploitatie Subsidie 3.250,00 
St. Maarten Academy 
idem 
Totaal: 2 project(en), voor een totaalbedrag van NAƒ 6.500,00
Statia
M97-07* Request for Goats Relocation proj. 25.000,00 
Statia Farmers Cooperative 11-02-97 
pending 
M97-10* Prop. for a desk top Publishing proj.
zie nr. 97-07 
nvt 
M97-11* Prop. for a Fruittree Proj. St. Eustatius
zie nr. 97-07 
nvt 
M98-10 Car wreck clean-up 20.000,00 
DROB St. Eustatius 02-02-98 
OK 
M98-12/14 Trickledown dijkjes; Gravelstr & bermen 10.000,00 
DROB St. Eustatius 02-02-98 
loopt 
Totaal: 5 project(en), voor een totaalbedrag van NAƒ 55.000,00
Totaal 1996-1998: 37 MINA projecten ten bedrage van NAƒ 448.374,24
Terug naar Inhoud

Informatie © 1998 Sectie Milieu en Natuur;This site is hosted by NetTech N.V., Bonaire