Sustainable Development
Netherlands Antilles


Nationale Workshop Duurzame Ontwikkeling

Duurzame ontwikkeling is het uitgangspunt voor het Milieu- en Natuurbeleid van de Nederlandse Antillen. Dit betekent dat de zorg voor milieu en natuur in goede wisselwerking met aanpalende beleidsterreinen een geïntegreerde plaats in de economische ontwikkeling moet krijgen. Op basis van dit uitgangspunt is in de nota "Contouren van het Milieu- en Natuurbeleid van de Nederlandse Antillen" een vijftal aandachtsgebieden gedefinieerd nl.: (1) afval en afvalwater problematiek, (2) olie, (3) toerisme in relatie tot milieu en natuur, (4) beheer van natuur en (5) vergroten van het draagvlak voor milieu en natuur.
Om ook het begrip Duurzame Ontwikkeling handen en voeten te geven heeft de sectie MINA een aantal eilandelijke workshops over Duurzame Ontwikkeling georganiseerd van 31 mei-4 juni 1999. Tijdens deze workshops kwamen een aantal thema's naar voren die de bijzondere belangstelling van de eilanden hadden. Tijdens een Nationale Workshop werden hieruit vier thema's, in focus variërend van individueel/persoonlijk (het huis), kleinschalig collectief (landbouw), lokaal eilandelijk (planning), tot mondiaal (toerisme), nader uitgewerkt. 

Deze Nationale Workshop Duurzame Ontwikkeling illustreerde ook hoe dergelijke thema’s -- naar voren gebracht door één eiland -- in Antilliaans verband uitgewerkt kunnen worden. Met behulp van expertise die verspreid over de eilanden zit kan niet alleen een oplossing gevonden worden voor het betreffende eiland, maar de resultaten zullen in hun algemeenheid ook bruikbaar zijn voor alle andere eilanden. De thema's werden uitgewerkt in werkgroepen bestaande uit eilandelijke vertegenwoordigers en specialisten uit het betreffende werkveld.

De deelnemers aan de Nationale workshop stelden gezamenlijk een slotverklaring op met aanbevelingen op het gebied van elk van deze thema's:

Slotverklaring Nationale Workshop Duurzame Ontwikkeling

ALGEMENE AANBEVELINGEN

  • Duurzame ontwikkeling is een conditio sine qua non voor de Nederlandse Antillen
  • Er dient op regelmatige basis een Nationaal Platform voor Duurzame Ontwikkeling georganiseerd te worden door het dept. van Volksgezondheid en Milieuhygiëne. 

DUURZAME RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
VISIE
Gelet op de maatschappelijke en economische ontwikkelingen en de kwetsbaarheid van de eilanden is een goede ruimtelijke ordening geen kwestie van morgen maar nu.

Ruimtelijke ordening: 
Zorg voor een duurzame kwaliteit van de leefomgeving.

Waarom?

  1. Schaarste van onder andere ruimte
  2. Behoudt kwaliteit stad en land
  3. Behoud van potenties en investeringskwaliteiten
  4. Voorkomen negatieve effecten, bijvoorbeeld voor milieu
  5. Effectieve inzet middelen
Dus: bewust bezig zijn met ontwikkeling voor bevolking en eiland en natuur door middel van actief beleid.

Hoe:

  1. Definiëren functies: Wat is er?
  2. Visie: Wat willen we, wat moet anders en hoe duurzaam
  3. Doelen: 
  4. duurzame leefbaarheid voor komende generaties onder andere voor wonen, werken en recreatie
    1. behoud waardevolle zaken
    2. efficiënt ruimtegebruik
    3. efficiënte inzet financiën
    Binnen doelstellingen voorkomen en oplossen van belangenconflicten
  5. Beperkingen: ruimte, financiën en ecologie
Dus: dit leidt tot een duurzame ruimtelijke structuur en dus duurzame ruimtelijke ordening handhaving en uitvoering (actief).
Deze doelstellingen dienen specifiek, meetbaar, afrekenbaar (financieel/democratisch) realistisch en tijdgebonden geformuleerd te worden.
 
AANBEVELINGEN
  1. Duurzame ontwikkeling vereist behoorlijk bestuur dus inzet van beschikbare wettelijke instrumenten en respecteren van regels en procedures (geen vrijstellingen en uitzonderingen anders verliest het plan draagvlak en geloofwaardigheid).
  2. Handhaving en controle zijn essentieel. Daarvoor is menskracht nodig (bevoegde buitengewoon agent van politie) structuur en mandatering, bestuurswil en organisatie. Bijvoorbeeld: Als er illegaal gebouwd wordt moet er mandatering zijn voor afbreekbevoegdheden en bouwstopbevoegdheden
  3. Op korte en lange termijn moeten financiële implicaties van beleidskeuzes inzichtelijk zijn, zodat afgewogen keuzes gemaakt kunnen worden. Ook de verborgen kosten moeten inzichtelijk gemaakt worden (Bijvoorbeeld: Bij verkavelingspannen moeten de exploitatiekosten inzichtelijk zijn en de waarde van de grond moet op realistische wijze worden bepaald)
  4. Er moet gewerkt worden aan het genereren van draagvlak voor duurzame ruimtelijke ontwikkeling bij de bevolking. Dit kan door actief voorlichting en informatie te geven en de bevolking te betrekken bij de problemen waarmee de deskundigen en beleidsmakers te maken hebben. Theoretische stellingen moeten vermeden worden; de problemen moeten praktisch geformuleerd worden zodat de informatie voor alle burgers toegankelijk is en het inzicht en de bewustwording algemeen gelden.
  5. Het is belangrijk om bewust te zijn van de beperkingen van het eiland, door de carrying capacity eerst te bepalen en daadwerkelijk rekening mee te houden.
  6. Het vasthouden en uitbouwen van onderlinge contacten is van belang voor het uitwisselen van “State of the art” informatie. Dit kan onder andere via websites(MINA website), e-mail en bijeenkomsten.
  7. Ruimtelijke ordening is “conditio sine qua non” voor een duurzame ontwikkeling van het eiland.
PRIORITEITEN

Sint Maarten
De Eilandsraad moet een besluit nemen over de structuurvisie als aanloop van een EOP.

Curaçao
Volkswoningbouw wordt in bestaande woonwijken gerealiseerd in plaats van in nieuw te creëren wijken. Hierdoor krijgt men een beter rendement uit de investeringen die al gemaakt zijn. 
 Meer ontwikkelings-inspanningen voor de binnenstad. Daarbij is het van belang dat de uitwerkingsbevoegdheid voor het bestuurscollege wordt vastgesteld. 

Sint Eustatius
De wetgeving op Ruimtelijke Ontwikkeling moet ingevoerd worden.
Er is nog steeds geen wettelijke basis om bestemmingsplannen en ruimtelijke ontwikkelingsplannen vast te stellen (start EOP)

Bonaire 
Betere afstemming tussen de diensten onderling en tussen de diensten 
en het bestuurscollege.


DUURZAME LANDBOUW EN VEETEELT


VISIE
Duurzame landbouw en veeteelt is een moeilijk onderwerp. Duurzame landbouw heeft veel te maken met duurzaam gebruik van de beschikbare gronden,  duurzame waterwinning, duurzaam watergebruik en duurzame pestmanagement. Voor duurzame ontwikkeling is duurzame landbouw en veeteelt nodig. Duurzame landbouw en veeteelt betekent vooral werken aan bewustwording over dit onderwerp.
 
AANBEVELINGEN

  1. De samenleving moet bewust gemaakt worden van het nut en de noodzaak van duurzame landbouw en veeteelt.
  2. Er moet wetgeving komen ten aanzien van het duurzaam gebruik van grondwater.
  3. Het is van belang dat de eilandelijke overheden landbouwbeleid ontwikkelen, waarbij rekening gehouden wordt met de specifieke situatie per eiland. Bovendien is het noodzakelijk dat de Centrale Overheid, op voor de landbouw en veeteelt relevante beleidsgebieden, voorziet in een beleidskader ( o.a. strafwetgeving).
  4. De overheid moet ervoor zorgen dat toegewezen landbouwgronden daadwerkelijk voor duurzame landbouw productie worden gebruikt. Indien dat niet het geval is moeten de juiste sancties worden toegepast en actief worden nageleefd (grond moet terug genomen worden en ter beschikking van landbouwers gesteld worden).
PRIORITEITEN
  1. Educatie
    1. Voorlichting en onderwijs aan bedrijven over Intergrated Pest Management, duurzaam grondgebruik, watermanagement en management van nutriënten, dit zowel aan de eigenaren als aan de uitvoerenden.
    2. Bewustwordingsprogramma’s waardoor de beeldvorming van en de attitude ten opzichte van landbouw en veeteelt worden geoptimaliseerd.
    3. Voorbereidingen treffen voor de invoering van een vakopleiding voor hoveniers waarin duurzame landscaping en sierteelt centraal staan.
  2. Verandering in de wetgeving waardoor voorkomen kan worden dat diefstal en overlast van honden de productie negatief beïnvloeden.
  1. Er moet per eiland een EOP worden vastgesteld, geïmplementeerd en gehandhaafd.
  1. Domeingronden dienen effectief te worden gealloceerd, daarvoor is duidelijke regelgeving van belang die ook daadwerkelijk geïmplementeerd en gehandhaafd wordt.

DUURZAAM TOERISME


VISIE
“Toerisme, milieu en natuur zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden”. Voor de meeste eilanden van de Nederlandse Antillen is toerisme de belangrijkste peiler van de economie.  Duurzame ontwikkeling van toerisme kan alleen geschieden als er een goede planning is en als er wetgeving is vastgesteld en de nodige middelen aanwezig zijn om ze te kunnen implementeren.  Duurzame ontwikkeling van toerisme kan alleen geschieden als er voldoende financiële middelen beschikbaar zijn en/of mogelijkheden om aan middelen te komen.
 
AANBEVELINGEN

  1. Bij elke politieke beslissing dient rekening gehouden te worden met criteria voor duurzaamheid en milieu en natuur aspecten.
  2. De Centrale Regering dient de “Nota voor Duurzaam Toeristische Ontwikkeling voor de N.A.”  te adopteren.
  3. Een partnership voor Duurzaam Toeristische Ontwikkeling tussen de N.A. en Aruba zou aangegaan moeten worden, hierbij inclusief de milieu beweging.
  4. Eilandelijke Duurzaam Toeristische Ontwikkelingsplannen dienen geïdentificeerd, bekrachtigd en daadwerkelijk geïmplementeerd te worden  (Tourism Master Plan)
PRIORITEITEN
    MINIMALE AKTIEPUNT VERANTWOORDELIJK
1 Er dient een actieplan voor duurzaam toerisme opgesteld te worden. "Best Practice" Case-studie uitvoeren Toerisme Organisaties en VOMIL
2 Er dienen certificatie programma’s voor de toeristische en dienstverlenende industrie ingevoerd te worden.
  • Green Globe certification
  • HACCP
  • CAREC
  • Blue Flag
  • TO en Private Sector
    3 Voor de scholen (basis en voortgezet) dienen curricula ontwikkeld te worden betreffende Duurzaam Toeristische Ontwikkelingen en milieu en natuur onderwijs. Een workshop organiseren. 

    Als eerste voor het Departement van Onderwijs.

    VOMIL en locale TO en Private sector
    4 Een Duurzame Ontwikkeling Summit moet op regelmatige basis georganiseerd worden   VOMIL
    5 De nodige wetgeving moet ingevoerd worden voor de bovengenoemde aanbevelingen   Overheid
    6 Voor de bovengenoemde aanbevelingen dienen financiële middelen beschikbaar gesteld te worden.   N.A. (en Aruba) Overheid + part. Sector

    Partnership

    7 De bestaande fondsen (zowel van de overheid als van de particuliere sector), wetten en incentives herzien en uitbreiden   VOMIL en N.A. (en Aruba) in partnership
    8 Community-projecten ontwikkelen en uitvoeren voor Duurzaam Toerisme op elk eiland Eagle Beach – Aruba
    Pink Beach – Bonaire
    Port Marie – Curaçao
    Botanische tuin – Statia
    Hòfi Pastor – Curaçao
    TO en private sector


    DUURZAAM BOUWEN


    VISIE
    Onder duurzaam bouwen kan worden verstaan dusdanig bouwen dat onze gebouwen zonder veel additionele investeringen in meerdere aspecten de tijd overleven en dat deze een zo klein mogelijke belasting vormen voor de natuur, zowel tijdens de bouwperiode, de gebruiksperiode van het gebouw en eventuele afbraak daarna. De algemene indruk bestaat dat de bouw in de Nederlandse Antillen steeds verder degenereert, waarbij zowel de esthetische, functionele en bouwtechnische kwaliteit in het algemeen zeer te wensen over laat. Ook het bewust gebruik van energie in gebouwen is twijfelachtig. Als zodanig kan er nog veel verbeteren op het gebied van duurzaam bouwen en energieverbruik. Hierbij moeten sociaal-culturele aspecten niet worden veronachtzaamd, aangezien slechts verbeteringen kunnen worden bereikt als een belangrijk deel van de bevolking bewust wordt gemaakt van de noodzaak van duurzame ontwikkeling.
     
    AANBEVELINGEN

    1. Er dienen registers van gekwalificeerde architecten, technisch adviseurs en aannemers te worden aangelegd.
    2. De bouwverordening uit 1935 moet op korte termijn worden gemoderniseerd. 
    3. De kwaliteit van het ontwerp en de uitvoering van bouwprojecten moet gegarandeerd worden door deze over te laten aan gekwalificeerde architecten en aannemers.
    4. De bevolking moet voorgelicht worden over duurzaam bouwen en energie door het uitgeven van een boekwerk en foldermateriaal, welke onder andere via volkshuisvestingsstichtingen zoals Fundashon Kas Popular, Fundashon Cas Boneriano, Sint Maarten Housing Development Foundation, Statia Housing Foundation en Own Your Own Home Foundation op Saba verspreid kunnen worden en op scholen gebruikt kunnen worden bij het onderwijs aan de kinderen. 
    PRIORITEITEN
    1. Het architectenregister en het voeren van de titel van architect moeten geformaliseerd worden. De titel van architect dient uitsluitend voorbehouden te zijn aan hiervoor opgeleide personen.
    2. De voorbereidingskosten en de kosten van toezicht tijdens de uitvoering van bouwprojecten dienen financierbaar en fiscaal aftrekbaar te worden gemaakt.
    3. Bouwvergunningsaanvragen kunnen slechts in behandeling genomen worden indien deze ondertekend zijn door een lokaal geregistreerde architect. 
    4. Het Departement van Volksgezondheid en Milieuhygiëne en de Geneeskundige Gezondheidsdiensten dienen regelgeving op te stellen voor de import en verwerking van bouwmaterialen die gevaarlijke stoffen bevatten.