De Amfibieën en Reptielen
van
Aruba, Curaçao en Bonaire

Gerard van Buurt

III Kikkers en Padden


Zuid-Amerikaanse kikkers (Fam: Leptodactylidae)

De Leptodactylidae is een grote familie van voornamelijk tropische kikkers. De meeste soorten komen voor in de tropische delen van Amerika, met name in Zuid-Amerika. Er zijn in Zuid- en Midden-Amerika meer dan 700 soorten. Engelse namen voor deze familie zijn Tropical frogs en South American frogs. Deze namen zijn echter niet geheel bevredigend. Leptodactylidae komen ook voor in gebieden die niet tropisch zijn (b.v. de Andes, Zuid-Chile). Tevens zijn er nog vele andere families van kikkers, die geheel of bijna geheel tropisch zijn. De naam South American frogs is evenmin geheel juist, daar deze familie ook vertegenwoordigers heeft in Midden-Amerika en West-Indië. Ook in Mexico en Noord-Amerika komen nog enige soorten Leptodactylidae voor. In Zuid-Afrika, Australië en Nieuw-Guinea komen soorten voor die nauw verwant zijn. Deze worden dikwijls ondergebracht in de families Heleophrynidae (de Zuid-Afrikaanse soorten) en de Myobatrachidae (de Australische en de Nieuw-Guinea “Leptodactylidae”). Sommige auteurs (Cogger, Tyler) menen echter dat er onvoldoende rechtvaardiging is om deze soorten in aparte families onder te brengen, zij rekenen deze groepen eveneens tot de Leptodactylidae en geven deze familie dan de naam Southern frogs. De naam Southern frogs slaat op het feit dat de Leptodactylidae overwegend in de Zuidelijke continenten voorkomen en hun oorsprong hebben in het oude Gondwana-continent.

Op Aruba, Curaçao en Bonaire treffen wij de genera Pleurodema (Four-eyed frogs) en Eleutherodactylus (Robber frogs, Dwarf barking frogs). Pleurodema is een genus uit Zuid- en Midden-Amerika dat op de West-Indische eilanden niet voorkomt. De Eleutherodactylus-soorten komen voor in Midden- en Zuid-Amerika, van Mexico tot Noord-Argentinië en op de West-Indische eilanden. Het zijn kleine kikkers met een horizontale pupil. Er is een groot aantal soorten, rond de 400 of meer, die vaak veel op elkaar lijken. Deze dieren zijn dan ook moeilijk te determineren. De meeste soorten leggen hun eieren in vochtige grond, andere soorten hechten de eieren aan planten vast. Hierdoor kunnen deze kikkers makkelijk met geïmporteerde planten geïntroduceerd worden. Eind jaren '70, begin jaren '80 zijn er één of wellicht meerdere soorten fluitkikkers (Eleutherodactylus spp.) op Curaçao binnengekomen, veelal met geïmporteerde planten. Ook is bekend dat sommige personen deze dieren meegenomen en in
hun tuin losgelaten hebben; het zou met name gaan om dieren uit Venezuela.
De thans algemeen in tuinen voorkomende soort, die zich blijvend op Curaçao heeft weten te vestigen, is Eleutherodactylus johnstonei. Er werd, bij een importeur van planten, tenminste één andere soort gesignaleerd, maar het is niet duidelijk of deze zich blijvend in tuinen gevestigd heeft. In de afgelopen jaren heeft Eleutherodactylus johnstonei ook Aruba en Bonaire bereikt.

Fig. 5. Pleurodema brachyops

Pleurodema brachyops
Naamgeving en classificatie: Een synoniem is Pleuroderma brachyops.
Papiamentu: Dori, Dori Maco2, Sapu (Papiamentu Curaçao en Bonaire), Engels: Colombian four-eyed frog, Froth-nest frog, Nederlands: Arubaanse kikker, Roodbilkikker, Vieroogpad, Spaans Venezuela: Sapito lipón3, Spaans (Isla de Margarita): Warikki.

Verspreiding: Panama, Noord-Colombia en ook in de Colombiaanse llanos, Venezuela, Guyana, Isla de Margarita, Aruba, Curaçao, Bonaire en Klein-Bonaire. De Dori Maco is op Curaçao en Bonaire uit Aruba ingevoerd, op Curaçao ca. 1910 en op Bonaire in 1928 (Wagenaar Hummelinck). In het noorden van Zuid-Amerika komt deze kikker voor in savannegebieden en drogere streken en niet in de dicht beboste gebieden.

Beschrijving: De Dori Maco is een kleine lichtbruine grondkikker die veel op een pad lijkt4. Pleurodema brachyops is een nachtdier. In de regentijd wanneer de dammen zich met water vullen en er elders diepere plassen water ontstaan, komen de volwassen dieren uit de bodem, waar zij in de droge tijd in een soort winterslaap ingegraven zitten. De paring begint, en de hele nacht door wordt er flink gekwaakt.

Fig. 6. Schuimnest van Pleurodema brachyops

De volgende dag reeds ziet men nesten van schuim, die op het water drijven. Deze nesten van schuim zijn karakteristiek voor kikkers van het genus Pleurodema. De Engelse naam voor Pleurodema brachyops “froth-nest frog” slaat op deze schuimnesten. Na enkele dagen wordt het gekwaak allengs minder en worden er geen nieuwe eieren meer gelegd. Bij andere soorten kikkers is er alleen een gelatineuze massa kikkerdril, zonder het typische schuim van Pleurodema. Het kikkerdril ontwikkelt zich snel en al spoedig zwermen de jonge dieren uit. Bij de aanvang van de droge tijd graven zij zich in. Kikkers van het genus Pleurodema bezitten vaak vlekken achter op de rug, die op ogen lijken, de zgn.“ocelli” (bij juvenielen is er alleen een zwarte vlek). Bij de Dori Maco zijn deze vlekken blauw, zwart en rood (fig.5). Voor een predator kan het erop lijken dat dit de ogen zijn van een veel groter dier. De kikker ontleent enige bescherming aan dit kleurpatroon. Bij sommige Pleurodema-soorten, waaronder ook Pleurodema brachyops, scheiden klieren aan de rugzijde, nabij de ocelli, gifstoffen af, die eveneens bescherming bieden tegen predatoren. Na het beetpakken van deze kikkers is het dan ook aan te raden de handen te wassen en de vingers niet in de mond te stoppen.

Eleutherodactylus johnstonei

Fig. 7. Eleutherodactylus johnstonei


Naamgeving en classificatie: Papiamentu: Coquí5, Engels: Johnstone's frog, Whistling frog (Jamaica) Nederlands: fluitkikker, boomkikker6, Spaans (Venezuela): Ranita, Ranita japonesa, Coquí, Spaans: Coquí.

Verspreiding: Deze fluitkikker is afkomstig uit de Kleine Antillen en komt voor op de meeste eilanden in deze groep. Kleine Antillen waar deze soort voorkomt zijn St. Croix, Anguilla, St. Maarten, St. Barth's, Saba en St. Eustatius, St. Kitts, Nevis, Montserrat, Barbuda, Antigua, Guadeloupe, Martinique, Sta. Lucia, St. Vincent, Grenada en Barbados (Schwartz & Henderson). Hij werd geïmporteerd in de kustgebieden van Venezuela, in Jamaica, Bermuda, Guyana en ook in Trinidad (Murphy). In Venezuela vindt men deze kikker in geurbaniseerde gebieden langs de kust, zoals Cumaná en Caracas, en inmiddels is deze kikker ook in en rond landinwaarts gelegen steden te vinden, zoals Barquisimeto, Mérida en Trujillo (Manzanilla Puppo et al, 1995). Deze soort wordt veel in tuinen aangetroffen en weet zich in geurbaniseerde gebieden te handhaven. De reden hiervoor is waarschijnlijk dat deze kikkers binnen deze gebieden veilig zijn voor predatoren die men buiten deze stedelijke gebieden wèl aantreft. In Colombia wordt deze kikker thans aangetroffen in en rond Baranquilla (Renfijo). Op Aruba, Curaçao en Bonaire is deze soort ook geïmporteerd, waarschijnlijk vanuit Venezuela. Deze fluitkikkers zijn eind jaren '70, begin jaren '80 op Curaçao ingevoerd en hebben zich thans over een groot deel van Curaçao verspreid. Zij hebben zich in of in de buurt van tuinen weten te vestigen en handhaven. De dieren verblijven op vochtige plekken in tuinen, in potplanten, varens, heliconia's, bromelia's e.d.. Thans kunnen wij deze kikker dan ook als een genaturaliseerde soort beschouwen, hoewel zij zich niet geheel in het wild weten te handhaven en van de altijd groene vegetatie in tuinen afhankelijk zijn. Begin jaren '90 werd de fluitkikker op Aruba geïntroduceerd, deze is daar te vinden in de tuinen van enkele hotels o.a. La Cabaña. Sinds kort (1996?) komt deze kikker ook voor op Bonaire, bij het Harbor Village Hotel.

Beschrijving: een kleine kikker die zich op de grond of in lage begroeiing ophoudt. De mannetjes bereiken een lengte van 24 mm. (SVL), de vrouwtjes worden iets groter en kunnen een lengte van 31 mm. (SVL) bereiken. Er loopt een donkere band over de snuit, het oog en het oor (tympanum). Op de rug zijn er donkerbruine chevron-patronen. Karakteristieke eigenschappen die het mogelijk maken deze soort van andere Eleutherodactylus-soorten te onderscheiden, zijn het feit, dat er op de bovenste oogleden meer dan 4 of 5 tuberculi zijn en dat de buikzijde granulair en beige van kleur is. Deze fluitkikkers zijn nachtdieren, ‘s nachts maken de mannetjes-kikkers hoge “bwií” “bwií” fluitgeluiden die tot op grote afstand te horen zijn. Niet iedereen weet de indringende tonen en het voor zulke kleine dieren indrukwekkende volume dat deze miniatuurkikkers voortbrengen te waarderen; temeer daar het geluid ook in de airco-kamer doordringt. Dieren die verplaatst worden, weten de “home range” van een afstand van 50 m of meer terug te vinden. Er is hierdoor bij de zgn. Pest-control bedrijven vraag naar eliminatie van deze diertjes.


Padden (Fam: Bufonidae)

De Bufonidae worden in het Engels “True toads” genoemd. Dit is een cosmopolitische familie, die thans over alle continenten verspreid is, met uitzondering van Antarctica, Groenland en Madagascar.

Fig. 8. Bufo marinus

Bufo marinus
Naamgeving en classificatie: Papiamentu Aruba: Sapo, Engels: Giant Toad, Cane Toad, Marine toad, Engels (Trinidad & Tobago): Crapaud, Nederlands: Reuzenpad, Aga, Aga-pad, Spaans: Sapo común (Venezuela, Colombia), Sapo lechero (Mexico en Midden-Amerika), Frans (Martinique en Guadeloupe): Crapaud buffle, Ladre.

Verspreiding: Bufo marinus is afkomstig uit de tropische gebieden van Zuid-Amerika en komt ook voor in het zuiden van Texas, Mexico en Midden-Amerika. Deze pad werd in veel tropische gebieden ingevoerd om plagen van insecten die suikerriet aantasten te bestrijden. Reeds voor 1844 werd deze pad vanuit Frans Guyana ingevoerd op Martinique en later nog op vele andere West-Indische eilanden en in het Pacifische gebied o.a. op Hawaii, de Philipijnen en in Australië en Nieuw-Guinea (zie Tyler). Hoewel de introductie van dit dier zeer zeker effectief was om deze suikerrietplagen onder controle te krijgen waren er de nodige ongewenste en onvoorziene gevolgen voor andere elementen in de natuur en wordt Bufo marinus thans in de gebieden waar deze ingevoerd is als een plaag beschouwd.Tot voor kort werd verondersteld dat Bufo marinus waarschijnlijk begin jaren '70, op Aruba werd ingevoerd. De dieren zouden zijn meegekomen met constructiezand dat uit Suriname werd ingevoerd voor de bouw van de containerhaven en het Hyatt hotel. Uit brieven uit de archieven van de Veterinaire Dienst op Aruba is inmiddels echter gebleken dat de dieren reeds sinds het begin van de jaren '60 op Aruba zijn. Zij werden door een Arubaan uit Colombia meegenomen en in Arubaanse tanki's (waterreservoirs) uitgezet7.

Beschrijving: een grote pad. De mannetjes bereiken een lengte van ongeveer 12,5 cm. De vrouwtjes worden aanzienlijk groter dan de mannetjes en kunnen een lengte van 24 cm en een gewicht van 1,3 kg bereiken. De dieren zijn licht tot donkerbruin met enige tekening en hebben een wrattige huid. Achter de oren, op de kop, bevinden zich de zgn. parotoid klieren, die een melkachtig slijm afscheiden, dat giftige alkaloïden (bufotoxine) bevat. Vele predatoren die Bufo marinus aangrijpen komen om en dit is in veel gebieden waar deze pad geïntroduceerd werd een van de nadelige invloeden op de lokale natuur. Op Aruba komen veel honden om, die deze pad vastgrijpen8. Bufo marinus is een alleseter, die vele insecten, regenwormen, hagedissen, kleine slangen ed., maar ook aas, muizen en kleine ratten eet en ook zaken als hondevoer, dat in voerbakken achterblijft. Zelfs eet dit dier bijen en wespen. Bufo marinus is dan ook schadelijk voor bijenhouders. Op Aruba eet dit dier ook veel kakkerlakken, en heeft wat dit betreft een nuttige invloed. Het is verbazend dat dit dier zich in een zo droog klimaat als dat van Aruba heeft kunnen vestigen. In de Arubaanse tanki's kan het water dat in de regentijd wordt opgevangen vrij lang blijven staan. In het algemeen is de grond minder doorlatend dan op Curaçao en Bonaire; hoewel Aruba droger is blijft het water in de tanki's veel langer staan dan in de dammen op Curaçao en Bonaire. Slechts zelden drogen de tanki's helemaal op. Wanneer de tanki opdroogt graven de padden zich in op de bodem. In de regentijd leggen zij hun eieren in de tanki's en zwermen uit. De eieren zijn klein en sterk gepigmenteerd; zij worden gelegd in strengen.

Fig. 4. De larven van Bufo marinus ontwikkelen zich bijzonder snel; op deze foto is de metamorfose reeds vrijwel geheel voltooid (ware grootte). De NA cent heeft een diameter van 14 mm.

De larven ontwikkelen zich bijzonder snel. Als de metamorfose plaats vindt zijn de padjes nog zeer klein en zwermen zij reeds bij duizenden uit over het land. De padden bewegen zich ‘s nachts en in de schemering, overdag schuilen zij op vochtige plekken of graven zich in. In geïrrigeerde tuinen zijn er thans op Aruba de nodige vochtige schuilplaatsen die de dieren helpen zich op het eiland te handhaven. Sinds de Sapo werd ingevoerd is de Dori op Aruba duidelijk in aantal teruggelopen en is deze laatste nu zelfs vrij zeldzaam geworden. Zeer waarschijnlijk concurreert de Sapo met de Dori en ook is het waarschijnlijk dat de Dori een prooidier voor de Sapo is. Het is bekend dat Bufo marinus kikkers eet. Bufo marinus eet ook slangen. Het is gebleken dat deze pad Santanero's aankan (med: T. Barmes). Anderzijds is het zo dat de Leptodeira spp. in Midden- en Zuid-Amerika predatoren zijn, die immuun zijn voor het gif van kleine Bufo marinus en andere Bufo soorten. Inmiddels is gebleken dat dit ook op Aruba het geval is.

2. De naam Dori Maco is van Indiaanse oorsprong en waarschijnlijk afkomstig uit het Caquetío. Dori is waarschijnlijk een onomatopee. Het Taïno: Maco had op Hispaniola betrekking op een kleine groene kikker. Volgens Tejera betreft het Eleutherodactylus auriculatus (moet zijn auriculatoides, zie Schwarz). In het Spaans van de Dominikaanse Republiek worden een tweetal soorten padden “Maco” genoemd. Dori Maco zou dan de kikker zijn die dori kwaakt, waarbij Maco aangeeft dat het om een kikker gaat en dori om welke kikker het gaat.

3 Lipón is een Venezolanisme voor: barrigudo, barrigón. Sapito lipón betekent “klein dik (letterlijk: vet) padje.”

4 De begrippen “pad” en “kikker” (Eng: “toad” en “frog”, Spaans: “sapo” en “rana”) zijn geen absolute begrippen. In het algemeen zijn padden die soorten die tot de fam: Bufonidae, de “echte padden” behoren en zijn de “echte” kikkers de soorten die tot de fam: Ranidae behoren. Dit zijn twee families die in Europa, waar de begrippen pad en kikker ontstaan zijn, voorkomen. Van soorten die buiten Europa voorkomen, worden meestal alleen die soorten die tot de Bufonidae (Eng: “true toads”) behoren, padden genoemd en worden alle andere soorten “kikkers”, ook die tot andere families dan de fam: Ranidae behoren, “kikkers” genoemd. Men kan echter met evenveel recht soorten die op padden lijken pad noemen en soorten die meer op kikkers lijken “kikker” noemen. Zo is Pleurodema brachyops die tot de familie der Leptodactylidae behoort, “een kleine lichtbruine grondkikker die veel op een pad lijkt” en wordt deze in het Nederlands “Roodbilkikker” of “Vieroogpad” genoemd.

5 In Puerto Rico wordt één soort fluitkikker (Eleutherodactylus coqui) coquí genoemd; deze naam wordt thans in het Papiamentu veelal voor de (niet uit Puerto Rico afkomstige) op Curaçao geïmporteerde fluitkikker(s) gebruikt. In Venezuela wordt E. johnstonei eveneens met de op Puerto Rico voorkomende coquí verward en ten onrechte coquí genoemd. Men gebruikt in Venezuela ook de naam “Ranita japonesa”, het is echter niet duidelijk wat de oorsprong van deze naam is.

6 De Nederlandse naam boomkikker is eigenlijk minder geschikt voor deze soort, daar deze kikker niet hoog in bomen klimt; deze kikker wordt niet hoger dan maximaal 3 meter in bomen aangetroffen. De naam boomkikker is dan ook beter geschikt voor die Hyla-soorten of voor die Eleutherodactylus-soorten die wel typische boomkikkers zijn.

7 Bijblad Ñapa, Amigoe, 4 Maart 2000

8 Men dient de bek van de hond zo snel mogelijk met veel water schoon te spoelen, b.v. met een tuinslang. De dierenarts behandelt door spierverslappende middelen te geven en infuus tegen hoge koorts (Amigoe, 13 Aug 1997).