EILANDGEBIED SABA
Visserijverordening Saba 1996
1996
BESLUIT
DE EILANDSRAAD VAN HET EILANDGEBIED SABA;
overwegende:
dat het is verboden zonder vergunning te vissen in de territoriale
zee en in de visserijzone (artikel 2, le lid, van de Visserijlandsverordening
(P.B. 1991, no. 74);
dat verbod niet van toepassing is op degene die vist met een vaartuig
met een inhoud van minder dan zes bruto registerton of lengte van minder
dan twaalf meter (artikel 2, 2e lid, van de Visserijlandsverordening (P.B.
1991, no. 74);
dat het derde lid van artikel 2 van de Visserijlandsverordening (P.B.
1991, no. 74) de mogelijkheid biedt bij Eilandsverordening te bepalen dat
voor het vissen in de territoriale zee met een vaartuig als bedoeld in
het tweede lid van artikel 2 van de genoemde landsverordening een vergunning
is vereist van het desbetreffende bestuurscollege;
dat het wenselijk is van die mogelijkheid gebruik te maken voor wat
betreft het vissen in de territoriale wateren rondom het eilandgebied Saba;
dat het voorts gewenst is in dat kader regels te stellen voor het vissen
in het territoriale zeegebied rondom het eilandgebied Saba;
gelezen het voorstel van het bestuurscollege van 16 februari 1996;
gelet op de artikelen 2, 3e lid, alsmede 4, le en 2e lid, van de visserijlandsverordening
(P.B. 1991. no. 74);
bes1uit:
vast te stellen de:
Eilandsverordening houdende regelen in verband met de economische exploitatie
van via in de territoriale wateren rondom het eilandgebied Saba
Hoofdstuk I
Begripsbepalingen
Artikel 1
1. In deze Eilandsverordening wordt verstaan onder: het bestuurscollege
:
het bestuurscollege van het eilandgebied Saba;
Visserijlandsverordening: de Landsverordening van de 11de
juli 1991 houdende regelen in verband met de visserij in de territoriale
zee en de visserijzone van de Nederlandse Antillen (P.B. 1991 no. 74)
Visserijlandsbesluit: het Landsbesluit, houdende algemene
maatregelen, van de 5de november 1992 ter uitvoering van de artikelen 3
en 12 van de Visserijlandsverordening (P.B 1992 no. 108)
Vissen: het te water brengen, te water hebben, lichten,
ophalen of anderszins bedrijfsgereed hebben van vistuigen, alsmede het
`aanwenden van enig ander middel om vis te bemachtigen;
territoriale zee : de territoriale wateren rondom het
eilandgebied Saba.
2. In deze Eilandsverordening wordt onder vis mede
verstaan:
-
schaaldieren, schelpdieren en overige weekdieren, zeewieren, koralen, zeezoogdieren,
schildpadden, zeesterren en zeeëgels;
-
kuit en broed van vis;
-
broed en zaad van schaal- en schelpdieren.
Hoofdstuk II
Algemene bepalingen
Artikel 2
-
Het is verboden in de territoriale zee te vissen met een vaartuig met een
inhoud van minder dan zes bruto registerton of lengte van minder dan twaalf
meter zonder vergunning van het bestuurscollege. De lengte van het
vaartuig wordt hierbij gemeten van de aansnijding van het dek of het doorgestrekte
dek met de voorsteven tot aan de binnenkant van de spiegel.
-
Het in het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing op degene
die vist met een vaartuig waarop ten hoogste vier sleep- of handlijnen
in gebruik zijn.
-
De vergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt door of namens het
bestuurscollege verleend.
-
Door of namens het bestuurscollege kan ontheffing worden verleend van het
verbod genoemd in het eerste lid ten behoeve van het verrichten van wetenschappelijk
onderzoek.
-
Een ontheffing als bedoeld in het vierde lid wordt slechts verleend onder
de voorwaarde dat de resultaten van het onderzoek ter beschikking zullen
worden gesteld aan het eilandgebied Saba en aan het land de Nederlandse
Antillen.
-
Door of namens het bestuurscollege kan ontheffing worden verleend van het
verbod genoemd in het eerste lid ten behoeve van het houden van viswedstrijden.
De ontheffing wordt verleend aan de instantie die de wedstrijd organiseert
en heeft betrekking op alle voor de wedstrijd ingeschreven vaartuigen.
De ontheffing geldt voor de daarbij aangegeven dagen.
Artikel 3
De regels gesteld in het Visserijlandsbesluit ten aanzien van:
-
vistuigen waarmee het is toegestaan te vissen;
-
de te vangen vis;
alsook de regels gesteld in het genoemde Visserijlandsbesluit ten aanzien
van de gegevens die door de vergunninghouders dienen te worden bijgehouden
en de wijze waarop dit dient te geschieden zijn van overeenkomstige toepassing
op deze Eilandsverordening.
Artikel 4
Op de plaatsen waar de territoriale zee tussen eilandgebieden minder
breed is dan 24 zeemijlen wordt voor de toepassing van deze Eilandsverordening
de grens tussen de twee eilandgebieden gevormd door de middellijn.
De middellijn is de lijn waarvan elk punt gelegen is op de basislijn
van waaraan de breedte van de territoriale zee rondom de eilandgebieden
wordt gemeten.
Artikel 5
Het bestuurscollege kan voor een bepaald tijdvak een visverbod instellen.
Dit tijdvak kan voor de verschillende vissoorten verschillend worden vastgesteld.
Artikel 6
-
Vergunningen als bedoeld in artikel 2 kunnen voor zover het voortbestaan
en de natuurlijke ontwikkeling van de visstand zich er niet tegen verzetten,
worden verleend aan:
-
natuurlijke personen, ingezetenen van de Nederlandse Antillen;
-
in de Nederlandse Antillen gevestigde naamloze vennootschappen waarvan
hetzij aandelen, welke terminale twee derde van het geplaatste kapitaal
vertegenwoordigen, luiden ten name van ingezetenen van de Nederlandse Antillen.
en tevens de meerderheid der bestuurders ingezetenen van de Nederlandse
Antillen zijn, hetzij alle bestuurders ingezetenen van de Nederlandse Antillen
zijn;
-
in de Nederlandse Antillen gevestigde stichtingen en rechtspersoonlijkheid
bezittende verenigingen, waarvan alle bestuurders ingezetenen van de Nederlandse
Antillen zijn;
-
Vergunningen als bedoeld in het eerste lid worden evenwel niet verleend
wanneer het gaat om het vissen met vaartuigen, die vanaf een moederschip,
gelegen buiten de territoriale zee, kunnen opereren.
Artikel 7
-
Een vergunning wordt slechts op schriftelijk verzoek verleend. Bet
bestuurscollege kan algemene regelen stellen betreffende de gegevens welke
bij het verzoek dienen te worden verstrekt alsmede de wijze waarop het
verzoek dient te worden ingediend.
-
De vergunning vermeldt de naam en het registratienummer van het vaartuig.
-
Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. De aan een
vergunning verbonden voorschriften kunnen ambtshalve of op verzoek van
de vergunninghouder worden gewijzigd of ingetrokken.
-
De beslissing op het verzoek wordt schriftelijk aan de verzoeker medegedeeld;
de weigering geschiedt schriftelijk onder opgave van redenen daarvan.
-
Een verzoek om vergunning wordt niet in behandeling genomen zolang
de voor de beoordeling ervan benodigde gegevens niet volledig zijn, zulks
naar het oordeel van het bestuurscollege. De beschikking tot niet
in behandeling nemen van een verzoek om vergunning wordt niet genomen dan
nadat de verzoeker schriftelijk van het bestuurscollege een maand de gelegenheid
heeft gekregen zijn verzoek te completeren.
-
Een vergunning kan door of namens het bestuurscollege worden ingetrokken:
-
indien de voor de verkrijging daarvan verschafte gegevens zodanig onjuist
blijk te zijn, dat de vergunning niet zou zijn verleend als de juiste gegevens
bekend waren geweest;
-
indien wordt gehandeld in strijd met het bij of krachtens deze Eilandsverordening
bepaalde;
-
indien wordt gehandeld in strijd met de aan de vergunning verbonden
voorschriften.
-
Een beschikking tot intrekking van een vergunning of wijziging van de aan
de vergunning verbonden voorschriften is met redenen omkleed en wordt schriftelijk
aan de vergunninghouder medegedeeld.
-
Ingeval van een beschikking
-
een verzoek om vergunning niet in behandeling te nemen;
-
een vergunning te weigeren;
-
een vergunning in te trekken;
-
de aan een vergunning verbonden voorschriften te wijzigen;
kan de verzoeker, dan wel de vergunninghouder het Gemeenschappelijke Hof
van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba verzoeken die beschikking
ongegrond te verklaren. De derde titel van het eerste Boek van het
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is op deze procedure van toepassing.
Verklaart dit Hof de beschikking ongegrond dan beschikt het bestuurscollege
opnieuw op dit verzoek, met inachtneming van de beschikking van het Hof.
Tegen de beschikking van het Hof staat geen rechtsmiddel open.
-
Het niet beschikken binnen drie maanden na indiening ervan, wordt behoudens
het bepaalde in het vierde lid van artikel 8. voor de mogelijkheid van
beroep gelijk gesteld met een weigering.
-
Het verzoek waarbij de voorziening wordt gevraagd, is met redenen omkleed.
Artikel 8
-
Een vergunning wordt verleend voor een periode van ten hoogste zesendertig
maanden.
-
Na het verstrijken van de periode waarvoor de vergunning is verleend, wordt
deze telkens door of namens het bestuurscollege verlengd voor ten hoogste
zesendertig maanden, tenzij het voortbestaan of de natuurlijke ontwikkeling
van de visstand zich hiertegen verzetten. Artikel 7 is van overeenkomstige
toepassing.
-
Verlenging van een vergunning dient te worden aangevraagd tenminste drie
maanden voor het verstrijken van de termijn van geldigheid van een vergunning.
Indien het verzoek om een verlenging tijdig is ingediend, en de beslissing
op dat verzoek niet binnen drie maanden na haar indiening is genomen wordt
de vergunning geacht te zijn verlengd tot het moment waarop de beslissing
aan de verzoeker is medegedeeld.
Artikel 9
-
Een vergunning kan slechts op don, in de vergunning aangewezen, vaartuig
betrekking hebben.
-
De vergunning dient aan boord van het vaartuig aanwezig te zijn en bp eerste
vordering van de opsporingsambtenaren te worden getoond.
-
Het bestuurscollege of een door het bestuurscollege aan te wijzen
instantie kan toestemming verlenen om tijdelijk gebruik te maken van een
vaartuig ter vervanging van het in de vergunning aangewezen.
-
In de schriftelijke toestemming wordt de periode waarvoor deze geldt,
alsmede de naam en het registratienummer van het andere vaartuig vermeld.
Artikel 10
Vergunninghouders zijn uitsluitend ten behoeve van de verzameling van
statistisch materiaal verplicht op verzoek van het bestuurscollege of een
door het bestuurscollege aan te wijzen instantie. gegevens te verstrekken
met betrekking tot de omvang en de samenstelling van hun vangst alsmede
van de vangstgebieden.
Artikel 11
Een vergunning is niet overdraagbaar.
Hoofdstuk III
Geheimhoudingsplicht
Artikel 12
Het is aan een ieder, die uit hoofde van deze eilandsverordening of
van het krachtens deze Eilandsverordening bepaalde een taak vervult, verboden
van gegevens of inlichtingen, ingevolge of krachtens deze Eilandsverordening
verkregen, verder of anders gebruik te maken of daarvan verder of anders
bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak strikt noodzakelijk
is.
Hoofdstuk IV
Straf bepalingen
Artikel 13
-
Overtreding van het bij of krachtens de artikel 2, 3 en 5 bepaalde, wordt
gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden en geldboete van ten
hoogste vijfduizend gulden, hetzij met een van deze straffen.
-
Het niet voldoen aan een verzoek als bedoeld in artikel 10, wordt gestraft
met hechtenis van ten hoogste twee weken of geldboete van ten hoogste duizend
gulden.
-
Het niet voldoen aan een vordering als bedoeld in het eerste lid van artikel
15, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete
van ten hoogste tweeduizend gulden.
-
De feiten, strafbaar gesteld bij dit artikel, worden beschouwd als overtredingen.
-
Indien tijdens het plegen van een overtreding als bedoeld in dit artikel
nog geen jaar is verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige
wegens een gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, kan hechtenis
en geldboete worden opgelegd tot het dubbel van het voor elk van de overtredingen
gesteld maximum.
Artikel 14
Met het toezicht op de naleving en het opsporen van de overtredingen
van deze Eilandsverordening zijn behalve de in artikel 8 van het Wetboek
van Strafvordering van de Nederlandse Antillen aangewezen personen belast
de door het bestuurscollege daartoe aangewezen personen.
Artikel 15
-
De in artikel 14 bedoelde personen zijn uitsluitend voor zover dat voor
de vervulling van hun taak redelijkerwijs noodzakelijk is, bevoegd:
-
van iedere vergunninghouder en van ieder waarvan vermoed wordt dat hij
zonder vergunning heeft gehandeld, alle inlichtingen te verlangen;
-
van iedere vergunninghouder en van ieder waarvan vermoed wordt dat hij
zonder vergunning heeft gehandeld, inzage te verlangen van alle boeken
en bescheiden en daarvan afschrift te nemen;
-
goederen van vergunninghouders en van ieder waarvan vermoed wordt dat hij
zonder vergunning heeft gehandeld, aan opneming en onderzoek te onderwerpen
en deze daartoe tijdelijk mee te nemen;
-
alle plaatsen, met uitzondering van woningen, te betreden, vergezeld van
door hen aangewezen personen.
-
Zo nodig verschaffen zij zich de toegang tot een plaats als bedoeld in
het eerste lid, onderdeel d, met behulp van de sterke arm.
Artikel 16
-
De in artikel 14 bedoelde personen zijn ter vervulling van hun taak bevoegd
te vorderen, dat gezagvoerders van vaartuigen, met uitzondering van openbare
vervoermiddelen, deze doen stilhouden en onderzoek toestaan van de zich
daarin bevindende voorwerpen. Zij kunnen tevens vorderen, dat de
gezagvoerders overeenkomstig hun aanwijzingen terzake medewerking verlenen.
-
De minister van algemene zaken van de Nederlandse Antillen kan, in overeenstemming
met de Minister van Justitie van de Nederlandse Antillen, regelen stellen
omtrent de wijze waarop een vordering als bedoeld in het eerste lid, wordt
gedaan.
-
Ook buiten het geval van ontdekking op heterdaad kunnen de in artikel 14
bedoelde personen voor inbeslagneming vatbare voorwerpen op elke plaats
in beslag nemen. Artikel 15, eerste lid, onderdeel d, is van toepassing.
Artikel 17
-
Indien een bij of krachtens deze Eilandsverordening strafbaar gesteld feit
wordt begaan door of vanwege een rechtspersoon, een vennootschap, een vereniging
van personen of een doelvermogen, wordt de strafvervolging ingesteld en
worden de straffen uitgesproken, hetzij tegen die rechtspersoon, die vennootschap,
die vereniging of dat doelvermogen, hetzij tegen hen die tot het feit opdracht
hebben gegeven of feitelijk leiding hebben gehad bij het verboden handelen
of nalaten, hetzij tegen hen gezamenlijk.
-
Een bij of krachtens deze Eilandsverordening strafbaar gesteld feit wordt
onder meer begaan door of vanwege een rechtspersoon, een vennootschap,
een vereniging van personen of een doelvermogen, indien zij begaan wordt
door de personen, die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking, hetzij
uit andere hoofde handelen in de sfeer van de rechtspersoon, de vennootschap,
de vereniging of doelvermogen, ongeacht of deze personen ieder afzonderlijk
het strafbaar feit hebben begaan, dan wel bij hen gezamenlijk de elementen
van dat feit aanwezig zijn.
-
Indien een strafvervolging wordt ingesteld tegen een rechtspersoon, een
vennootschap, een vereniging van personen of doelvermogen, wordt deze respectievelijk
dit tijdens de vervolging vertegenwoordigd door de bestuurder en indien
er meer bestuurders zijn, door een dezer. De vertegenwoordiger kan
bij gemachtigde verschijnen. De rechter kan de persoonlijke verschijning
van een bepaalde bestuurder bevelen; hij kan alsdan medebrenging gelasten.
-
Voor wat betreft de bij of krachtens deze Eilandsverordening strafbaar
gestelde feiten worden rechtspersonen voor de toepassing van artikel 20
van het Wetboek van Strafvordering van de Nederlandse Antillen geacht te
wonen. waar zijn gevestigd.
-
Indien een strafvordering wordt ingesteld tegen een rechtspersoon, een
vennootschap, een vereniging van personen of een doelvermogen, geschieden
de in het Wetboek van Strafvordering van de Nederlandse Antillen voorgeschreven
betekeningen, dagvaardingen, oproepingen, kennisgevingen of andere mededelingen
aan de persoon of de woonplaats van de bestuurder en indien er meer bestuurders
zijn, aan een van deze of op de plaats waar hot bestuur zitting of kantoor
houdt, behoudens, indien het een dagvaarding betreft, overeenkomstig toepassing
van artikel 130, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering
van de Nederlandse Antillen.
Hoofdstuk V
Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 18
Het bepaalde in artikel 2, eerste lid, wordt voor personen genoemd in
artikel 6 van toepassing zes maanden na de datum van inwerkingtreding van
deze Eilandsverordening.
Artikel 19
-
Deze Eilandsverordening treedt in werking op een bij eilandsbesluit houdende
algemene maatregelen te bepalen tijdstip.
-
Zij kan worden aangehaald als "Visserijverordening Saba 1996".
Aldus besloten in de openbare vergadering van de Eilandsraad van het eilandgebied
Saba van 11 maart 1996.
De eilandsecretaris,
De gezaghebber
H. van der Laan
S.A.E. Sorton
Afgekondigd op: 18 maart 1996 (A.B. Saba 1996/01)
Mededeling in Gouvernement Information Bulletin: maart 1996
Op 18 maart 1996 verzonden aan:
-
de gouverneur (ex art. 100, le lid, ERNA)
-
de minister van algemene zaken
-
de Visserijcommissie, tav haar voorzitter, de heer drs. G. van Buurt
-
de algemene rekenkamer
-
de stichting overheads accountants bureau
-
de afdeling financiën Saba
-
openbaar ministerie, gerecht in eerste aanleg, zittingsplaats Saba (te
St. Maarten)
|