|
EILANDGEBIED SINT EUSTATIUS
Nederlandse Antillen
AB/1996 St. Eustatius Nr. 05
Eilandsverordening regelende het beheer van het marien milieu in de
territoriale wateren van het eilandgebied Sint Eustatius, (Marien Milieu
verordening Sint Eustatius)
1996
MEMORIE
VAN TOELICHTING
Nr. 05
Voor u ligt de marien milieu verordening voor het eilandgebied Sint
Eustatius
De verordening geeft basis aan het opzetten van een onderwaterpark
genaamd Statia Marine Park ter bescherming van de huidige onderwater
fauna en flora en als stimulering van het duiktoerisme.
De Memorie van Toelichting bestaat uit een artikelsgewijze toelichting
en het rapport "Rapportage Statia Marine Park" opgesteld door de afdeling
Algemene Economische Zaken van het eilandgebied Sint Eustatius.
De verordening is een compilatie uit de marine park verordeningen van
Saba en Bonaire.
Voor het gebruik van de meerboeien in het marine park zijn de voorwaarden
en regelingen van Saba overgenomen temeer om eenheid van wet en regelgeving
te krijgen op de Bovenwindse Eilanden,
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
ARTIKEL 1.
Er is gekozen voor een uitgebreid aantal begrippen te omschrijven ter
voorkoming van verkeerde interpretaties. De begripsomschrijvingen zijn
beknopt gehouden en de begrippen behoeven geen nadere omschrijving.
ARTIKEL 2.
Voor de afbakening van het marine park is de dieptegrens van 30 meter
aangehouden. Dit biedt het marine park een optimale bescherming van
de onderwater fauna en flora. Het instellen van een park heeft een positieve
commerciële werking richting de internationale duikliefhebbers.
Het, op een beschermde wijze, uitbaten van het park zorgt voor fondswerving
voor het in stand houden van het marine park.
De bij het instellen van deze verordening als park aangemerkte gebieden
zijn afkomstig uit het Marine Area Survey opgesteld door CARMABI in
1992. Het park beslaat de gehele Zuid tot Zuid-West hoek van het eiland.
ARTIKEL 3.
De strekking van dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
ARTIKEL 4.
Statianen worden gedeeltelijk in de gelegenheid gesteld om bepaalde,
oude, visvangstmethodes te blijven voortzetten.
ARTIKEL 5.
De strekking van dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
ARTIKEL 6.
Het vangen en doden van schildpadden is in internationale wetgeving
via de U.N. (C= S 1 t/m 3) verboden maar omdat de Landsverordening grondslagen
natuurbeheer en -bescherming nog niet in de Staten van de Nederlandse
Antillen is behandeld is gekozen voor het apart opnemen van deze tekst.
ARTIKEL 7.
Dit artikel laat de mogelijkheid open voor Statiaanse vissers om hun
beroep, hetzij onder bepaalde voorwaarden, te blijven uitoefenen. Het
uitsluiten van niet-Statianen verruimd de mogelijkheden voor de eigen
bevolking.
ARTIKEL 8.
De strekking van dit artikel behoeft geen nadere toelichting,
ARTIKEL 9.
De strekking van dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
ARTIKEL 10.
Het instellen van de ankerzones geldt als bescherming van de bestaande
riffen. De beheerder is gedwongen om meerboeien te plaatsen als ankerplaats.
De ankerzones geven bescherming en dragen bij aan de controle op het
duiken en de veiligheid van de duikers,
ARTIKEL 11.
De strekking van dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
ARTIKEL 12.
De strekking van dit artikel behoeft geen nadere toelichting,
ARTIKEL 13.
Er zijn situaties waarin kust wijzigingen door het leggen van obstakels
onder water ( kunstmatig rif, breakwaters, pijpleiding) of bovenwater
(pier, dam, havenhoofd ) effect hebben op het onderwatermilieu van het
Statia Marine Park. Zowel bij structurele als incidentele wijzigingen
is een MER nodig.
ARTIKEL 14.
Om de aktiviteiten binnen het Statia Marine Park te controleren is een
vergunningenstelsel ontworpen.
De vergunningen vinden hun oorsprong in artikel 14 en worden uitgewerkt
in de artikelen 17, 19 en 20 met een verdere uitwerking in het eilandsbesluit
in de artikelen 1 t/m 6 , 9 en 10.
ARTIKEL 15.
De gebruiksvergoeding is overeenkomstig het bedrag dat wordt geheven
in Saba (Naf. 17,50 ) en komt rechtstreeks ten goede aan het Marine
Park. Er is geen afwijkende gebruiksvergoeding vastgesteld voor speciale
situaties maar dit zal afhangen van binnenkomende verzoeken. Via het
4e lid wordt een beperkte vorm van controle ingebouwd door de gebruiksvergoeding
aan te wenden voor investeringen in of ten behoeve van het park.
ARTIKEL 16.
De bezoekersbelasting is overgenomen uit de verordening van Saba en
heeft als doel het genereren van inkomsten uit het duiktoerisme. De
overheid zal ter bevordering van het duiktoerisme specifieke maatregelen
moeten nemen in controle (havendienst) en het creëren van (haven)faciliteiten
ten behoeve van duiktoeristen. De extra kosten zullen hieruit worden
bekostigd,
ARTIKEL 17.
Het artikel is opgenomen als veiligheidsmaatregel. In artikel 5 van
het besluit zijn de voorwaarden neergelegd om in aanmerking te komen
voor de vergunning.
ARTIKEL 18.
Het artikel is een verbreding van de geldende Eilandsverordening regelende
de havengelden Sint Eustatius Anno. 1982 No.2. waarin ankergelden worden
geheven van vaartuigen die in de haven goederen laden of lossen tegen
een tarief van een derde van het liggeld. Hierbij zijn vaartuigen van
minder dan 100 ton uitgesloten van een heffing. Doordat de beheerder
is gedwongen tot het investeren in en onderhouden van meer- en ankerfaciliteiten
in het park is het redelijk dat de gebruiker deelt in de kosten van
aanschaf en onderhoud.
Het Statia Marine Park is in beheer van een niet overheidsgebonden rechtspersoon
en het eilandgebied heeft geen anker- of meerfaciliteiten in dit gebied.
Artikel 18 draagt de heffing over aan de beheerder van het marine park.
De tarieven zijn uitgewerkt in artikel 8 van het eilandsbesluit, houdende
algemene maatregelen. De overheid behoud het recht van prijscontrole,
ARTIKEL 19.
Het artikel dient als een bescherming voor de toeristensector door ongecontroleerde
serviceverlening tegen te gaan. In artikel 4 van het eilandsbesluit
, houdende algemene maatregelen, zijn de restricties neergelegd voor
het vullen van duikflessen. De vergunning wordt j aarlijks vernieuwd
waarbij de G.G.D. de apparatuur zal controleren op de gestelde eisen
ARTIKEL 20.
Het artikel is gekoppeld aan artikel 1, 2 en 3 van het eilandsbesluit,
houdende algemene maatregelen.
ARTIKEL 21.
Het tweede lid heeft als reden dat in overleg met en op advies van de
beheerder beroepsvissers in de gelegenheid kunnen worden gesteld om
binnen het Statia Marine Park te vissen. De ontheffing geldt alleen
voor commerciële visserij. Hieronder vallen alleen personen die
kunnen aantonen dat zij nagenoeg geheel met hun inkomsten afhankelijk
zijn van het vissen in de territoriale wateren van
de Nederlandse Antillen. Bij uitgifte van een ontheffing zullen personen
van Statiaanse afkomst voorkeur genieten boven ieder ander.
ARTIKEL 22.
De strekking van dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
ARTIKEL 23.
Er wordt gesproken van een "niet overheidsgebonden rechtspersoon". In
het rapport inzake het Statia Marine Park wordt de voorkeur weergegeven
voor een NGO die in haar doelstelling heeft opgenomen het beschermen
van het milieu, het conserveren van de bestaande fauna en flora en aktief
in milieubeheer.
De Stichting "Sint Eustatius National Parks " ( STENAPA) is specifiek
aktief in milieu bescherming, behoud en beheer op Sint Eustatius en
heeft haar leden vanuit de bevolking van Sint Eustatius hetgeen een
breed draagvlak betekent binnen de gemeenschap.
In het eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, onder artikel
10 is de Stichting STENAPA aangewezen als beheerder.
ARTIKEL 24.
De strekking van dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
ARTIKEL 25.
De strekking van dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
ARTIKEL 26.
Het artikel staat het plaatselijk hoofd van politie toe om personen
werkzaam bij het Statia Marine Park aan te wijzen als onbezoldigd opsporingsambtenaar
van het Korps Politie Nederlandse Antillen te Sint Eustatius. Deze aanwijzing
ontlast het korps van een taakverzwaring op maritiem terrein.
ARTIKEL 27.
De strekking van dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Sint Eustatius, 25 maart 1996
De Gezaghebber
E R Locadia.
|