EILANDGEBIED SINT EUSTATIUS

Nederlandse Antillen


AB/1996
Sint Eustatius
Nr. 3

AFKONDIGING

De eilandsraad van het eilandgebied Sint Eustatius heeft in zijn vergadering van
25 maart 1996 besloten vast te stellen de :

EILANDSVERORDENING regelende het beheer van het marien milieu in de territoriale wateren van het eilandgebied Sint Eustatius (Marien Milieu Verordening Sint Eustatius)

De verordening ligt vanaf 10 april 1996 gedurende drie maanden voor een ieder ter inzage op het bestuurskantoor.

De verordening treedt in werking op 29 maart 1996.
Aldus afgekondigd op 28 maart 1996,

De gezaghebber van het eilandgebied Sint Eustatius,

E.R. Locadia

Mededeling publicatiebord : 28 maart 1996
Mededeling GIB: april 1996

Gewijzigd volgens Besluit van de Gouverneur van 4 december 1996, nr. 2544

EILANDGEBIED SINT EUSTATIUS AB 1996/03

Eilandsverordening regelende het beheer van het marien milieu in de territoriale wateren van het Eilandgebied Sint Eustatius. (Marien Milieu verordening Sint Eustatius)

De eilandsraad van het eilandgebied Sint Eustatius ;

overwegende, dat het gewenst is bepalingen in te stellen betreffende het beheer van het marien milieu van het eilandgebied Sint Eustatius ter bescherming van de natuur alsook het regelen van commerciële, educatieve, recreatieve en onder-zoeksaktiviteiten.
besluit :

Vast te stellen de volgende Marien Milieuverordening Sint Eustatius:

PAR. 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.

Voor toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  1. onderwaterpark : ook wel genoemd marien park de zeebodem en de wateren rondom het eilandgebied Sint Eustatius vanaf de hoogwaterlijn tot aan de dertig meter dieptelijn;
  2. koraal : levende organismen en/of verkalkte cq. versteende omhulsels (skeletten) daarvan;
  3. Statiaan : een persoon geboren op St.Eustatius of van Statiaanse ouders;
  4. duiker - een persoon die, voorzien van scuba apparatuur, zich te water begeeft dan wel kennelijk het voornemen daartoe heeft zich te water bevindt, het water verlaat dan wel zich kennelijk kort tevoren in het water heeft bevonden;
  5. duiksport : de bezigheid van duiker verrichten al dan niet als vrijetijdsbesteding;
  6. duikplaats : de plaats of positie waar de duiksport wordt beoefend, wordt aangevangen of beëindigd;
  7. speervissen : het jagen en doden van zeedieren in de zee gebruikmakende van hand-speren, harpoenen en/of vispistolen welke, hetzij mechanisch dan wel pneumatisch worden afgeschoten als ook onderwater vuurwapens die vallen onder de vuurwapenverordening 1930 (P.B. 1930, nr. 2,);
  8. sleepnetvissen : het slepen van vislijnen achter een zeilboot met de bedoeling vis te vangen in open water;
  9. scuba apparatuur : onderwateruitrusting die de gebruiker in staat stelt gedurende een lange periode, via onder druk gebrachte ademhalingslucht in duikflessen onderwater te verblijven;
  10. hookah uitrusting : onderwateruitrusting die de gebruiker via luchtaanvoer van buitenaf, d.w.z. boven het wateroppervlak, in staat stelt gedurende lange duur onderwater te verblijven;
  11. Conch : schelpdieren/slakken die in de zee leven en behoren tot de soort Strombu.s gigas;
  12. Schildpadden : reptielen van deze soort in de ruimste zin van het woord, die leven in de zee;
  13. vulstation : plaats waar duikflessen gevuld worden;
Artikel 2.
  1. Er is een onderwaterpark St. Eustatius welke in brede zin wordt aangeduid als Statia Marine Park;
  2. Binnen het onderwaterpark zijn reservaten deze omvatten
    1. van Gallows Bay, 17 28'.5 co-ordinaat langs de hoogwaterlijn naar het punt White Wall, ten Zuiden zeeinwaarts voor 1/2 zeemijl, naar het Westen volgende de 30 meter dieptegrens of 1/2 zeemijl zeeinwaarts gemeten vanaf de kust tot de kruising met de 17 27’.7 co-ordinaat, naar het Noorden tot de 17 28'.5 co-ordinaat en terug naar Gallows Bay ;
    2. Jenkins Bay, 17 30'. 5 co-ordinaat langs de hoogwaterlijn naar de noordelijkste punt van het eiland, naar het Noorden tot de 30 meter dieptegrens, naar het Westen en het Zuiden langs de 30 meter dieptegrens totdat deze lijnen het co-ordinaat 17 30'. 5' passeren en terug naar Jenkins Bay;
    3. de nader bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen aangewezen gedeelten van het onderwaterpark.

    4. Deze aanwijzing kan ook geschieden voor bepaalde tijd.

INSTRUCTIES BESCHERMING ONDERWATER FAUNA EN FLORA.

Artikel 3.

Het is niet toegestaan handelingen te verrichten die in strijd zijn met deze verordening en de belangen schaden van natuur en milieu binnen het onderwaterpark van het eilandgebied Sint Eustatius zoals is vastgelegd in hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen.

Artikel 4.

  1. Speervissen is niet toegestaan indien gebruik wordt gemaakt van een scuba of Hookah uitrusting.

Artikel 5.

Het is verboden te vissen in het marien park met gebruikmaking van vergif, vergiftigd aas en/of andere materialen als ook met chemicaliën of explosieven.

Artikel 6.

In afwijking op de van kracht zijnde bepalingen van de artikelen 3 en 4, is het vangen van zeeschildpadden binnen het marien park alleen toegestaan met inachtneming van de volgende instrukties :

  1. het is verboden meer dan twee zeeschildpadden per persoon per jaar te vangen
  2. het is verboden vrouwelijke zeeschildpadden te vangen in de periode van 1 april tot en met 30 november
  3. personen die zeeschildpadden hebben gevangen zijn verplicht iedere vangst te melden bij de manager van het Statia Marine Park alvorens de vangst te doden
  4. het is verboden om de nesten van zeeschildpadden te verstoren, eieren te stelen of zeeschildpad eieren onder zich te hebben,
Artikel 7.

Het verzamelen van zeeslakken (conch) in het marien park is alleen toegestaan met inachtneming van de navolgende bepalingen:

  1. het is verboden zeeslakken te vangen met gebruikmaking van scuba of hookah apparatuur ;
  2. het is verboden zeeslakken te vangen kleiner dan 19 cm (7,5 inch) of zeeslakken waarvan de rand/lip nog niet is volgroeid;
  3. het is verboden om per persoon meer dan twintig (20) zeeslakken per jaar te vangen;
  4. het vangen van zeeslakken is alleen toegestaan voor eigen gebruik en consumptie;
  5. eenieder die zeeslakken heeft gevangen is verplicht hiervan opgave te doen aan de beheerder van Statia Marine Park.


Artikel 8.

Het is aan het Bestuurscollege voorbehouden om op advies van de beheerder van Statia Marine Park bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen nadere maatregelen te nemen met betrekking tot het vangen of verzamelen van dieren en planten in het marien park voor wat betreft de minimale afmeting van de dieren en planten, de hoeveelheid, het wijzigen van het visvangst seizoen en het verruimen of beperken van de regelingen waarbinnen het vangen van vis is toegestaan.

Artikel 9.

  1. Het is verboden handelingen te verrichten binnen het Statia Marine Park welke schadelijk zijn of schade kunnen toebrengen aan het onderwatermilieu.
  2. Het is verboden met opzet handelingen te verrichten die het onderwatermilieu van het marien park kunnen vernietigen.
  3. Het is verboden koraal, ongewervelde dieren en/of planten te verzamelen, te plukken, af te breken of te doden die leven op de zeebodem.

Artikel 10.

  1. Het is verboden te ankeren op de zeebodem in het Statia Marine Park.
  2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de veiligheid van de boot en/of haar bemanning in gevaar is.
  3. Het eerste lid is niet van toepassing bij ankering binnen de aangewezen ankerzones in het Statia Marine Park.
    De ankerzones worden door de beheerder vastgesteld en als zodanig gemarkeerd.

Artikel 11.

  1. Het is verboden om opzettelijk meerboeien te beschadigen of te vernielen die zijn geplaatst in het Statia Marine Park door of namens het Bestuurscollege van Sint Eustatius of het verwijderen van de boeien zonder schriftelijke toestemming van of namens het Bestuurscollege
  2. Het is niet toegestaan meerboeien te plaatsen in het Statia Marine Park zonder schriftelijke toestemming van of namens het Bestuurscollege.
  3. Het Bestuurscollege zal bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen regels stellen aan het gebruik van meerboeien.
Artikel 12.

Het is verboden om vaste en vloeibare biologische en/of chemische middelen te lozen in of richting drijvende naar het Statia Marine Park, met uitzondering van vis, visafval visvoer, koelwater van schepen en toiletspoelwater van schepen.

Artikel 13.

Wijzigingen en veranderingen in het kustgebied die invloed kunnen hebben op het onderwatermilieu van het Statia Marine Park moeten vooraf via een milieu effect rapportage (M.E.R) worden vastgesteld.

 

BEZOEKERSVERGOEDING, VERGUNNINGEN EN HEFFINGEN.

Artikel 14

  1. Aan de vergunningen verleend krachtens deze verordening kunnen voorwaarden worden gesteld in het belang van de bescherming van het marien milieu, ter verzekering van de naleving van deze verordening en in het belang van de veiligheid van de bezoekers van het park.
  2. Voor de vergunningen worden leges geheven waarvan de hoogte wordt vastgesteld bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen.
  3. Voor het verkrijgen van een vergunning of ontheffing als bedoeld in deze verordening moet een schriftelijke aanvraag worden ingediend bij het Bestuurscollege onder overlegging van de van belang zijnde bescheiden.
  4. Het Bestuurscollege kan nadere regels stellen omtrent de over te leggen bescheiden.
  5. Een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing is slechts van kracht indien zij schriftelijk is gegeven,
Artikel 15
  1. Bezoekers van het Statia Marine Park zijn gehouden zich een toegangsbewijs voor het onderwaterpark aan de schaffen bij de beheerder van Statia MarineParks. Voor het toegangsbewijs voor het onderwaterpark wordt van degene die gaat duiken of snorkelen een gebruiksvergoeding geheven van NAf. 17.50,-
  2. De gebruiksvergoeding is een vastgesteld bedrag per persoon per jaar. Bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen, kan de hoogte van de gebruiksvergoeding worden gewijzigd en kan voor daarin omschreven groepen een afwijkende gebruiksvergoeding worden ingesteld.
  3. Bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen kunnen voor andere gebruikers van het onderwaterpark gebruiksvergoedingen worden ingesteld.
  4. De opbrengst van de gebruiksvergoeding wordt uitsluitend besteed aan het in standhouden van het onderwaterpark Sint Eustatius.

  5. Hieronder wordt mede begrepen het onderhoud, de wetshandhaving, informatieverschaffing en onderzoek.
  6. De beheersinstantie legt voor 1 april rekening en verantwoording af aan het bestuurscollege over de besteding van de gelden in het afgelopen jaar.
Artikel 16.

Bezoekers van het marien park worden een bezoekersbelasting in rekening gebracht van NAf. 3,60 (US$. 2.00) per scuba duiker per duik of NAf. 3,60 (US$,2.00) per bezoeker die naar Sint Eustatius komt voor snorkelen in het marien park.

Artikel 17.

  1. Degene die, tegen betaling, personen vervoert naar een bestemming binnen het Statia Marine Park, dient in het bezit te zijn van een schriftelijke vergunning afgegeven door of namens het Bestuurscollege
  2. Aan de vergunning kunnen voorwaarden worden gesteld.
  3. Het bepaalde in lid 1 van dit artikel geldt niet indien het betreft de doorvaart over het gebied van Statia Marine Park.
Artikel 18,
  1. De eigenaar en/of beheerder van een boot die ankert in de daarvoor aangewezen ankerzones binnen het Statia Marine Park of gebruik maakt van de daartoe bestemde meerboeien welke aldaar zijn geïnstalleerd moeten een ankergeld betalen.
  2. Voor het ankeren moet toestemming zijn verkregen van de beheerder van Statia Marine Park
  3. Het ankergeld geeft recht op het gebruik van ankeren in de daarvoor aangewezen zones in het maaien park of het gebruik van de daartoe bestemde meerboeien voor de maximale duur van een week
  4. Op de ankerzones binnen het Statia Marine Park en de geïnstalleerde meerboeien is de algemene havengeldenverordening van Sint Eustatius niet van toepassing.
  5. Het vaststellen en het wijzigen van het bedrag aan ankergeld binnen het Statia Marien Park vindt plaats bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen.
Artikel 19.
  1. Het is verboden om zonder vergunning van het Bestuurscollege een vulstation in gebruik te hebben of een compressor voor het vullen van duikflessen in bezit te hebben.
  2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opvarenden van bezoekende jachten, voorzover het vullen van flessen voor eigen gebruik geschiedt en geen commercieel doel dient,
Artikel 20.
  1. Degene die commerciële duikaktiviteiten uitvoeren binnen het onderwaterpark dient hiervoor schriftelijk toestemming te hebben van het Bestuurscollege.
  2. Het Bestuurscollege kan bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen nadere regels stellen aan het verkrijgen van deze vergunning.

SLOT- EN STRAFBEPALINGEN

Artikel 21.
  1. Het Bestuurscollege kan op verzoek ontheffing verlenen van & bepalingen in deze verordening bij wetenschappelijk onderzoek en educatieve doeleinden.
  2. Het Bestuurscollege kan op verzoek, in bepaalde gevallen, ontheffing verlenen van de bepalingen in artikel 9 lid 3 van deze verordening, voor commerciële doeleinden
  3. Aan de ontheffingen kunnen voorwaarden worden gesteld
  4. Het Bestuurscollege zal voorafgaande aan een ontheffing advies inwinnen bij een terzake kundige.
Artikel 22.

Gebruikers van het Statia Marine Park zijn gehouden de aanwijzingen en instructies van de beheerder van het onderwaterpark en/of zijn medewerkersstipt op te volgen.

Artikel 23.

  1. Het beheer van het Statia Marine Park wordt bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen, uitgegeven aan een niet-overheidsgebonden rechtspersoon.
  2. De beheerder van de rechtspersoon aan wie het Statia Marine Park in beheer is gegeven is gehouden geen handelingen te verrichten die in strijd zijn met de bepalingen zoals vastgelegd in deze verordening.
  3. Overtreding door de beheerder van de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand.
Artikel 24.

Overtreding van de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of een geldboete van ten hoogste vijfduizend gulden.

Artikel 25.

De bij deze verordening strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtreding,

Artikel 26.

Met het opsporen van de bij deze -verordening strafbaar gestelde feiten zijn, behalve de in het Wetboek van Strafverordening aangewezen personen, belast:

  1. de personen belast met de uitoefening van het beheer over het marien park;
  2. andere daartoe bij eilandsbesluit aan te wijzen personen,
Artikel 27.

De voorwerpen door overtreding van een of meer der verbodsbepalingen in deze verordening verkregen, of waarmee de overtreding is gepleegd, kunnen in beslag worden genomen en door de rechter verbeurd worden verklaard.

Artikel 28.

Deze verordening treed in werking op de dag nadat zij is afgekondigd

Artikel 29,

Zij kan worden aangehaald als de Marien Milieu Verordening Sint Eustatius,

Vastgesteld in de openbare vergadering van de eilandsraad van het eilandgebied Sint Eustatius
25 maart 1996

De Eilandsecretaris,                                                  De Gezaghebber,

 

D.C. Berkel JD                                                         E.R. Locadia

Deze verordening is door mij afgekondigd op 28 maart 1996

De Gezaghebber,

E. Locadia

Afgekondigd (publicatiebord): 28 maart 1996
Mededeling in GIB

Datum inwerkingtreding

9 april 1996
29 maart 1996

Toegezonden aan :

- de Gouverneur (ex artikel 1 00, 1 e lid van de ERNA)
- de Minister van Volksgezondheid en Milieu Hygiene
- de Gedeputeerden mevr, Bennett-Merkman en Dhr. Woodley
- de Postcommandant KPNA Sint Eustatius
- Hoofd sector Financien Sint Eustatius
- Hoofd sector Zeehaven Sint Eustatius
- Hoofd sector Dienst Openbare Werken Sint Eustatius
- Hoofd afdeling Algemene Economische Zaken
- Afdeling Voorlichting Sint Eustatius
- Tourist Development Organization

EILANDGEBIED SINT EUSTATIUS

Nederlandse Antillen


AB/1996 St. Eustatius Nr. 04

Eilandsbesluit houdende algemene maatregelen van 25 maart 1996 regelende de voorwaarden waaronder vergunningen worden afgegeven om vulstations te exploiteren, personen te vervoeren en/of duikers te begeleiden in het marien park, de in het marien park geldende voorwaarden van ankering en ankergelden en het vaststellen van de hoogte van de te heffen leges op vergunningen betrekking hebbende op het marien park.
 

Het bestuurscollege van het eilandgebied Sint Eustatius ;

Overwegende dat het gewenst is :

  1. voorwaarden te stellen aan het afgeven van een vergunning, als bedoeld in artikel 17 eerste lid, artikel 19 eerste lid en artikel 20 eerste 2d,
  2. voorwaarden te stellen aan het ankeren in het marienpark als bedoeld in artikel 17 eerste tot en met het vierde lid,
  3. het tarief vast te stellen van ankergelden binnen het marien park als bedoeld in artikel 18 vijfde lid,
  4. het tarief vast te stellen van een vergunning inzake het vervoeren van personen, het hebben van een vulstation en het begeleiden van duikers,
  5. de toewijzing van het beheer,
in een eilandsbesluit houdende algemene maatregelen, op te nemen;

Gelet op :

Artikel 14 eerste en tweede lid van de Verordening Marien Milieu Sint Eustatius (A.B. 1996, nr. 3)

BESLUIT

vast te stellen het volgende eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen :

Artikel 1.
Vergunninghouders

Als vergunninghouder wordt aangemerkt degene aan wie, op zijn/haar verzoek, van overheidswege een vergunning is verstrekt voor de artikelen 17, 19 en 20 van de Marien Milieu verordening Sint Eustatius, voor het uitoefenen van zijn/haar bedrijfsaktiviteiten in het marien park.

Artikel 2.
Personeel

  1. De in artikel 1 genoemde vergunninghouder geeft aan de beheerder van het onderwaterpark de namen van het bij zijn, /haar bedrijf werkzame personeel dat in het onderwaterpark kan werken, met de taken en de bevoegdheden.
  2. Duiklessen mogen alleen worden gegeven onder toezicht van instructeurs die in het bezit zijn van een instructeursbrevet afgegeven door de duikorganisaties NAM, PADI, CMAS, YMCA, NASDS, SSI INSTRUCTOR of een gelijkwaardige organisatie.
  3. Divemasters en instructeurs dienen er zorg voor te dragen dat de aan hen toevertrouwde duikers de voorschriften van de Marien Milieuverordening stipt navolgen.
  4. De bestuurders van vaartuigen voor het transport van duikers dienen de vaarregels van het onderwaterpark strikt in acht te nemen.
  5. Divemasters, instructeurs en bootbestuurders dienen tenminste eenmaal per jaar deel te nemen aan een orientatie bijeenkomst gegeven door de beheerder van het onderwaterpark.
Artikel 3.
Duikers
  1. Niet gebrevetteerde duikers mogen alleen in open water duiken na een inleidende instructie door een bevoegde instructeur in een zwembad of een daarmee vergelijkbaar water, Een openwaterduik mag alleen plaatsvinden onder leiding van een divemaster of instructeur met dien verstande dat een divemaster niet meer dan twee ongebrevetteerde duikers en een instructeur niet meer dan vier ongebrevetteerde duikers begeleidt.
  2. Gebrevetteerde duikers dienen een oriënterende duik te maken, waar mogelijk vanaf de plaats waar het vulstation waarvan zij perslucht betrekken is gevestigd, alvorens deel te nemen aan andere duiken vanaf de kust of vanaf vaartuigen.
Artikel 4.
Vulstations
  1. Compressoren dien zodanig te worden onderhouden dat de kwaliteit van de perslucht te allen tijde voldoet aan de normen genoemd in het tweede 1 id.
  2. Samengeperste lucht mag geen grotere verontreiniging bevatten dan
    • koolstof dioxide 0. 5 deel per promille
    • koolstof monoxide 0.0 1 deel per promille
    • olie 1 mg/m3
    • geur geen
    • water 0,07 promille
  3. Duikflessen mogen alleen met perslucht worden gevuld indien deze zijn voorzien van een geldig keur door of namens het Stoomwezen te Curaçao afgegeven of door het Stoomwezen erkend, Hieronder wordt mede begrepen de keur afgegeven door of namens het Departement van Handel van de Verenigde Staten van Amerika,
Artikel 5.
Vaartuigen
  1. Aan boord van vaartuigen voor het transport van duikers moeten zich, naast de reddingsmiddelen en veiligheidsmiddelen zoals voorgeschreven door de havenmeester bij registratie van het vaartuig, zuurstofbeademingsapparatuur en een EHBO verbanddoos bevinden
  2. Het is niet toegestaan meer dan een boot gelijktijdig aan een meerboei af te meren. Het is evenmin toegestaan de drijflijn welke aan de meerboeien is bevestigd aan boord vast te maken.
  3. Bij het vastmaken aan meerboeien dient minimaal 6 meter eigen lijn te worden uitgevierd vanaf het vaartuig. De beheerder van het onderwaterpark kan boeien aanwijzen waaraan met een kortere eigen lijn kan worden afgemeerd.
  4. In geval de veiligheid van het vaartuig dan wel van de bemanning en passagiers het ankeren vereist mogen zich geen duikers te water begeven, met uitzondering van bemanningsleden indien zulks vereist is, bijvoorbeeld voor het klaren van een schroef
Artikel 6.
Verhuur

In geval de in artikel 1 genoemde vergunninghouder duikapparatuur verhuurt of ter beschikking stelt aan bezoekers van het park dient deze in goed werkende conditie te zijn en minimaal eenmaal per jaar een onderhoudsbeurt te ondergaan.

Artikel 7.
Voorwaarden bij ankering.

De instructies voor het gebruik van meerboeien, als vastgelegd in artikel 11 van de Marien Milieu verordening, luiden als volgt :

  1. boten, langer dan 3 5 meter (115 voet) mogen geen gebruik maken van een meerboei welke is geplaatst door of namens de beheerder van het onderwaterpark
  2. boten met een lengte van 15 meter (50 voet) of meer, waarvan de passagiers de intentie hebben te gaan duiken en/of snorkelen, mogen alleen gebruik maken van de oranje meerboeien ;
  3. boten met een lengte van maximaal 18 meter (60 voet) , waarvan de passagiers niet gaan duiken en/of snorkelen mogen alleen gebruik maken van de gele meerboeien
  4. het is niet toegestaan de witte en oranje meerboeien langer bezet te houden dan de tijd die nodig is voor het duiken ; Met toestemming van de beheerder kan voor de oranje meerboeien een uitzondering worden gemaakt indien geen andere boot verzoekt op gebruikmaking van de betreffende meerboei voor duik en/of snorkel aktiviteiten.
Artikel 8.
Tarief voor ankergeld.

Het tarief voor ankergeld in het marien park, zie artikel 18 vijfde lid van de Marien Milieu verordening Sint Eustatius, is vastgesteld op :

  • Naf.0,18 (US$.0,10) per BRT voor schepen langer dan 30 meter (100 voet)
en
  • Naf 3,60 (US $ 2.00) per persoon voor schepen van 30 meter ( 100 voet ) of minder.
Artikel 9.
Leges op vergunningen.

Het tarief aan leges, verbonden aan de vergunningen van artikel 17, 19 en 20 van de Marien Milieu verordening Sint Eustatius, is vastgesteld op :

  1. Vergunning betreffende het houden van een vulstation Na£ 50,00
  2. Vergunning betreffende het commercieel vervoeren
  3. van personen binnen het marien park Naf. 50.00
  4. Vergunning betreffende het begeleiden van duikers Naf. 50,00
  5. De voornoemde tarieven zijn vastgelegd in de retributieverordening van het eilandgebied Sint Eustatius.
Artikel 10.
  1. Als beheerder van het Statia Marine Park wordt aangesteld de Stichting "Sint Eustatius Natuur Parken" (STENAPA) gevestigd te Sint Eustatius,
  2. Het beheer wordt bij overeenkomst geregeld tussen het bestuurscollege en de onder het eerste lid aangestelde beheerder.
Artikel 11.

Dit eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, treedt in werking met ingang van de dag nadat zij is afgekondigd.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 25 maart 1996
 
De eilandsecretaris,  De Gezaghebber,
   
D.C. Berkel JD E.R. Locadia

Dit besluit is door mij afgekondigd op heden de 28ste maart 1996.

De Gezaghebber,

Afgekondigd (publicatiebord): 28 maart 1996
Mededeling in GIB: 9 april 1996
Datum inwerkingtreding: 29 maart 1996

Toegezonden aan:

  • de Gouverneur (ex artikel 100, 1e lid van de ERNA)
  • de Minister van Volksgezondheid en Milieu Hygiene
  • de Gedeputeerden Mevr. Bennett-Merkman en Dhr. Woodley
  • de Postcommandant KPNA Sint Eustatius
  • Hoofd sector Financien Sint Eustatius
  • Hoofd sector Zeehaven Sint Eustatius
  • Hoofd Dienst Openbare Werken Sint Eustatius.
  • Hoofd afdeling Algemene Economische Zaken Sint Eustatius
  • Eilandsontvanger Sint Eustatius
  • Afdeling Voorlichting Sint Eustatius

  • Tourist Development Organization.
EILANDGEBIED SINT EUSTATIUS

Nederlandse Antillen


AB/1996 St. Eustatius Nr. 05

Eilandsverordening regelende het beheer van het marien milieu in de territoriale wateren van het eilandgebied Sint Eustatius, (Marien Milieu verordening Sint Eustatius)

1996



MEMORIE VAN TOELICHTING


Nr. 05

Voor u ligt de marien milieu verordening voor het eilandgebied Sint Eustatius

De verordening geeft basis aan het opzetten van een onderwaterpark genaamd Statia Marine Park ter bescherming van de huidige onderwater fauna en flora en als stimulering van het duiktoerisme.

De Memorie van Toelichting bestaat uit een artikelsgewijze toelichting en het rapport "Rapportage Statia Marine Park" opgesteld door de afdeling Algemene Economische Zaken van het eilandgebied Sint Eustatius.
De verordening is een compilatie uit de marine park verordeningen van Saba en Bonaire.
Voor het gebruik van de meerboeien in het marine park zijn de voorwaarden en regelingen van Saba overgenomen temeer om eenheid van wet en regelgeving te krijgen op de Bovenwindse Eilanden,

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

ARTIKEL 1. 
Er is gekozen voor een uitgebreid aantal begrippen te omschrijven ter voorkoming van verkeerde interpretaties. De begripsomschrijvingen zijn beknopt gehouden en de begrippen behoeven geen nadere omschrijving.

ARTIKEL 2. 
Voor de afbakening van het marine park is de dieptegrens van 30 meter aangehouden. Dit biedt het marine park een optimale bescherming van de onderwater fauna en flora. Het instellen van een park heeft een positieve commerciële werking richting de internationale duikliefhebbers. Het, op een beschermde wijze, uitbaten van het park zorgt voor fondswerving voor het in stand houden van het marine park. 
De bij het instellen van deze verordening als park aangemerkte gebieden zijn afkomstig uit het Marine Area Survey opgesteld door CARMABI in 1992. Het park beslaat de gehele Zuid tot Zuid-West hoek van het eiland.

ARTIKEL 3.
De strekking van dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

ARTIKEL 4.
Statianen worden gedeeltelijk in de gelegenheid gesteld om bepaalde, oude, visvangstmethodes te blijven voortzetten.

ARTIKEL 5.
De strekking van dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

ARTIKEL 6.
Het vangen en doden van schildpadden is in internationale wetgeving via de U.N. (C= S 1 t/m 3) verboden maar omdat de Landsverordening grondslagen natuurbeheer en -bescherming nog niet in de Staten van de Nederlandse Antillen is behandeld is gekozen voor het apart opnemen van deze tekst.

ARTIKEL 7.

Dit artikel laat de mogelijkheid open voor Statiaanse vissers om hun beroep, hetzij onder bepaalde voorwaarden, te blijven uitoefenen. Het uitsluiten van niet-Statianen verruimd de mogelijkheden voor de eigen bevolking.

ARTIKEL 8.
De strekking van dit artikel behoeft geen nadere toelichting,

ARTIKEL 9.
De strekking van dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

ARTIKEL 10.
Het instellen van de ankerzones geldt als bescherming van de bestaande riffen. De beheerder is gedwongen om meerboeien te plaatsen als ankerplaats. De ankerzones geven bescherming en dragen bij aan de controle op het duiken en de veiligheid van de duikers,

ARTIKEL 11.
De strekking van dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

ARTIKEL 12.
De strekking van dit artikel behoeft geen nadere toelichting,

ARTIKEL 13.
Er zijn situaties waarin kust wijzigingen door het leggen van obstakels onder water ( kunstmatig rif, breakwaters, pijpleiding) of bovenwater (pier, dam, havenhoofd ) effect hebben op het onderwatermilieu van het Statia Marine Park. Zowel bij structurele als incidentele wijzigingen is een MER nodig.

ARTIKEL 14.
Om de aktiviteiten binnen het Statia Marine Park te controleren is een vergunningenstelsel ontworpen.
De vergunningen vinden hun oorsprong in artikel 14 en worden uitgewerkt in de artikelen 17, 19 en 20 met een verdere uitwerking in het eilandsbesluit in de artikelen 1 t/m 6 , 9 en 10.

ARTIKEL 15.
De gebruiksvergoeding is overeenkomstig het bedrag dat wordt geheven in Saba (Naf. 17,50 ) en komt rechtstreeks ten goede aan het Marine Park. Er is geen afwijkende gebruiksvergoeding vastgesteld voor speciale situaties maar dit zal afhangen van binnenkomende verzoeken. Via het 4e lid wordt een beperkte vorm van controle ingebouwd door de gebruiksvergoeding aan te wenden voor investeringen in of ten behoeve van het park. 

ARTIKEL 16.
De bezoekersbelasting is overgenomen uit de verordening van Saba en heeft als doel het genereren van inkomsten uit het duiktoerisme. De overheid zal ter bevordering van het duiktoerisme specifieke maatregelen moeten nemen in controle (havendienst) en het creëren van (haven)faciliteiten ten behoeve van duiktoeristen. De extra kosten zullen hieruit worden bekostigd,

ARTIKEL 17.
Het artikel is opgenomen als veiligheidsmaatregel. In artikel 5 van het besluit zijn de voorwaarden neergelegd om in aanmerking te komen voor de vergunning.

ARTIKEL 18. 
Het artikel is een verbreding van de geldende Eilandsverordening regelende de havengelden Sint Eustatius Anno. 1982 No.2. waarin ankergelden worden geheven van vaartuigen die in de haven goederen laden of lossen tegen een tarief van een derde van het liggeld. Hierbij zijn vaartuigen van minder dan 100 ton uitgesloten van een heffing. Doordat de beheerder is gedwongen tot het investeren in en onderhouden van meer- en ankerfaciliteiten in het park is het redelijk dat de gebruiker deelt in de kosten van aanschaf en onderhoud.
Het Statia Marine Park is in beheer van een niet overheidsgebonden rechtspersoon en het eilandgebied heeft geen anker- of meerfaciliteiten in dit gebied. Artikel 18 draagt de heffing over aan de beheerder van het marine park. De tarieven zijn uitgewerkt in artikel 8 van het eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen. De overheid behoud het recht van prijscontrole,

ARTIKEL 19.
Het artikel dient als een bescherming voor de toeristensector door ongecontroleerde serviceverlening tegen te gaan. In artikel 4 van het eilandsbesluit , houdende algemene maatregelen, zijn de restricties neergelegd voor het vullen van duikflessen. De vergunning wordt j aarlijks vernieuwd waarbij de G.G.D. de apparatuur zal controleren op de gestelde eisen

ARTIKEL 20.
Het artikel is gekoppeld aan artikel 1, 2 en 3 van het eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen.

ARTIKEL 21.
Het tweede lid heeft als reden dat in overleg met en op advies van de beheerder beroepsvissers in de gelegenheid kunnen worden gesteld om binnen het Statia Marine Park te vissen. De ontheffing geldt alleen voor commerciële visserij. Hieronder vallen alleen personen die kunnen aantonen dat zij nagenoeg geheel met hun inkomsten afhankelijk zijn van het vissen in de territoriale wateren van
de Nederlandse Antillen. Bij uitgifte van een ontheffing zullen personen van Statiaanse afkomst voorkeur genieten boven ieder ander.

ARTIKEL 22.
De strekking van dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

ARTIKEL 23.
Er wordt gesproken van een "niet overheidsgebonden rechtspersoon". In het rapport inzake het Statia Marine Park wordt de voorkeur weergegeven voor een NGO die in haar doelstelling heeft opgenomen het beschermen van het milieu, het conserveren van de bestaande fauna en flora en aktief in milieubeheer.
De Stichting "Sint Eustatius National Parks " ( STENAPA) is specifiek aktief in milieu bescherming, behoud en beheer op Sint Eustatius en heeft haar leden vanuit de bevolking van Sint Eustatius hetgeen een breed draagvlak betekent binnen de gemeenschap.
In het eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, onder artikel 10 is de Stichting STENAPA aangewezen als beheerder.

ARTIKEL 24.
De strekking van dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

ARTIKEL 25.
De strekking van dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

ARTIKEL 26.
Het artikel staat het plaatselijk hoofd van politie toe om personen werkzaam bij het Statia Marine Park aan te wijzen als onbezoldigd opsporingsambtenaar van het Korps Politie Nederlandse Antillen te Sint Eustatius. Deze aanwijzing ontlast het korps van een taakverzwaring op maritiem terrein.

ARTIKEL 27.
De strekking van dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Sint Eustatius, 25 maart 1996
De Gezaghebber

E R Locadia.